-

Diastasen: Drama of behandelbaar tandprobleem?

Diastasen Arnd Bronkhorst

Diastasen, voor paarden een zeer pijnlijk tandprobleem. Maar wat zijn dit? GGP erkend paarden(tand)arts Mark van Manen legt het je uit.

Als we als mens ruimtes tussen onze tanden hebben, dan lossen we dit door middel van orthodontie op. En, als er wat tussen de tanden of kiezen vast zit dan pakken we gewoon een tandenstoker. Bij het paardengebit is dit veel complexer op te lossen, want er bestaan geen beugels om het paardengebit even recht te zetten. Als een paardengebit tussenruimtes bevat en niet aaneengesloten is dan is er sprake van diastasen. Deze tussenruimtes zijn vaak moeilijk te ontdekken, maar ze veroorzaken grote problemen. Zo blijft het voer ertussen vastzitten. Dat voer gaat rotten en veroorzaakt ontstekingen aan het tandvlees, tandkas en het bindweefsel waarmee de tand in de tandkas vastzit.

Welke vormen van diastasen zijn er?

Mark: “Er zijn meerdere manieren om diastasen in te delen. In de tandheelkunde wordt onderscheid gemaakt tussen open en gesloten diastasen. Bij open diastasen is de tussenruimte tussen de elementen parallel en is er ook sprake van een duidelijke tussenruimte op het kauwvlak. Bij gesloten diastasen wordt de tussenruimte steeds smaller richting het kauwoppervlak, er hoeft niet perse een opening aan het kauwvlak te zijn. Indeling op basis van de groeirichting is een tweede manier om diastasen in te delen: de elementen kunnen normaal in de tandenrij liggen, voor- of achterover gekanteld zijn of richting tong, gehemelte of wang groeien.”

Over het algemeen wordt aangenomen dat open diastasen tussen kiezen met een normale groeirichting minder pijnlijk voor paarden zijn en minder snel tot verlies van een gebitselement leiden dan gesloten diastasen.

Is het voorkomen van diastasen leeftijdsafhankelijk?

“Nee, diastasen kunnen bij paarden van alle leeftijden voorkomen”, zegt Mark, waarna hij vervolgt: “Ik zie diastasen vooral bij jonge paarden (jonger dan twee tot drie jaar) of juist bij oude paarden (ouder dan 15 jaar). Bij de jonge paarden is een verstoring in het wisselen van melkelementen of een verkeerde groeirichting van de volwassen elementen vaak het onderliggende probleem. Bij oudere paarden ontstaan ruimtes tussen de elementen door het ‘kleiner’ worden van de gebitselementen en ook zie ik nog wel eens diastasen ontstaan bij paarden waar het gebit onvoldoende verzorgd wordt.”

Ook het paardenras maakt niet uit. Mark: “Er is geen bewijs dat sommige paardenrassen vaker diastasen hebben dan andere paardenrassen. In mijn praktijk zie ik veel verschillende paardenrassen en bij alle veelvoorkomende paardenrassen heb ik wel eens diastasen aangetroffen.”

Wat zijn de risicofactoren die diastasen doen ontstaan?

“Risicofactoren ontstaan met name door het wisselen van kiezen en tanden of het doorkomen van volwassen gebitselementen. Ook leeftijdsgebonden veranderingen zoals het kleiner worden van de kiezen en onvoldoende verzorging vergroten het risico op diastasen”, legt Mark uit. Hij vervolgt:  “Voeding heeft vooral invloed op de ernst van de gevolgen van diastasen; paarden die taai en zuur kuilvoer gevoerd krijgen ontwikkelen sneller klinische klachten. Daarnaast is voeding natuurlijk van grote invloed op de ontwikkeling van allerhande slijtageproblemen.”

Hoe frequent moet je als paardeneigenaar controles op diastasen laten uitvoeren?

“Het is erg belangrijk dat je jaarlijks het gebit van je paard laat controleren. Als je paard of pony bekend is met diastasen of gebitselementen met een afwijkende groeirichting dan is een halfjaarlijkse (of een nog frequentere) controle verstandig. Bij jonge paarden geldt dat controle op het moment dat er klachten zijn eigenlijk te laat is, vanaf een leeftijd van anderhalf of twee jaar is halfjaarlijkse controle tot vijf jaar leeftijd aan te raden. Vaak zijn er bij deze jonge dieren geen problemen, maar voorkomen is natuurlijk beter dan genezen”

Hoe gaat zo’n controle op diastasen eraan toe?

Mark: “Een degelijke gebitscontrole vindt plaats in een schone mond met behulp van een mondsperder, goede verlichting en een mondspiegel. Als je paardentandarts bekwaam is in zijn of haar werkzaamheden dan wordt er bij een reguliere gebitscontrole ook op de aanwezigheid van diastasen gelet. Als er diastasen worden aangetroffen is behandeling altijd geïndiceerd, ook als je paard nog geen klachten heeft.”

diastasen Diastasen

Bekijk hier ook een voorbeeld van een gebitscontrole, waarbij een diastase opgevuld wordt.

Hoe behandel je diastasen?

“Ten eerste is het belangrijk dat in een paardengebit alle elementen evenveel bijdragen aan de kauwbeweging en verdeling van de kauwkrachten: een gebit moet ‘gebalanceerd’ zijn. Bij elementen die teveel kauwdruk ontvangen tijdens de maalbeweging kunnen gemakkelijk diastasen ontstaan. Balanceren van het gebit is daarom een basisvoorwaarde voor een geslaagde behandeling”, legt Mark uit.

Een belangrijke volgende stap is het schoonmaken van de tussenruimte. Mark: “Met behulp van instrumenten of een hoge druk waterstraal worden alle voedseldelen en ontstekingsmateriaal verwijderd. In sommige gevallen zijn voorgenoemde stappen voldoende om de diastase te verhelpen. Bij ernstige gevallen is het uitvoeren van een odontoplastiek (geheel of gedeeltelijk verruimen van de tussenruimte of het maken van een sleufje in het kauwvlak) of vullen van de tussenruimte met polysiloxane (een soort plastic) een behandeloptie met toegevoegde waarde. Odontoplastiek is een behandeloptie waar duidelijke risico’s aan kleven. Indien hier onvoldoende rekening mee wordt gehouden kunnen vitale delen van de elementen worden aangetast. Dit kan leiden tot wortelkanaalontstekingen en verlies van de kies of tand.”

Een laatste optie voor de behandeling van diastasen is het trekken van aangetaste elementen.  Mark : “Omdat het trekken zorgt voor een verandering van de stand van omliggende elementen (en het mogelijk ontstaan van nieuwe diastasen) moet er niet te lichtzinnig over deze optie worden gedacht.”

Hoe vaak moet een paard daarna nog gecontroleerd worden?

Mark: “Het advies is om kort na de behandeling het effect te evalueren (1-2 weken). Daarna ligt het aan de bevindingen hoe vaak er controles plaats moeten vinden. In mijn praktijk controleer ik paarden na het eerste intensieve behandeltraject het liefst elke 4 maanden om een eventuele terugval voor te zijn.”

Hoe kan een dieet helpen bij het herstel van het gebit en het tandvlees?

Mark: “Het is vooral van belang dat het ruwvoer makkelijk te vermalen en niet te zuur is. Kuil en haylage gedragen zich in een paardenmond als draadjesvlees en hebben daarbij een hogere zuurgraad dan droog hooi. Paarden met diastasen krijgen in mijn aanpak tijdens het behandeltraject dan ook uitsluitend gras, knisperend hooi en hun normale rantsoen aan krachtvoer.”

Zijn er nog meer doorbraken uit onderzoek of vanuit tandheelkundige praktijken opnoemen, die hoop geven op herstel bij diastasen?

Mark: “Er wordt eigenlijk weinig wetenschappelijk onderzoek verricht naar het ontstaan en de behandeling van diastasen. Omdat de oorzaken nogal divers zijn is het ook moeilijk om een uniforme onderzoeksgroep te maken. Tegelijkertijd worden er in de tandheelkundige praktijken wel successen geboekt; zo is het in de loop der jaren steeds duidelijker geworden dat een agressieve benadering (lees: het radicaal verruimen van de tussenruimtes) duidelijk zijn beperkingen kent. De behandeling van diastasen is absoluut maatwerk en verschilt van patiënt tot patiënt. Bij patiënten met meerdere diastasen verschilt zelfs van diastase tot diastase.”

Lukt het ook om diastasen volledig te verhelpen?

“Ja, in sommige gevallen zijn de diastasen volledig te verhelpen, andere gevallen zijn hopeloos en is volledig herstel een utopie”, zegt Mark. “De uitdaging zit hem vooral in het vroeg vaststellen van de aandoening. Hoe eerder je erbij bent, hoe beter de prognose. Als je kijkt naar de ontwikkelingen op het gebied van diastasebehandelingen, zijn we op dit moment stukken verder dan tien jaar geleden. Het is misschien optimistisch om deze lijn op dezelfde manier door te trekken voor de komende tien jaar, maar ik verwacht nog zeker vooruitgang in het begrip en behandeling van diastasen.”

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant