-

De mond van binnenuit

Paula da Silva

De mond van een paard is niet gemaakt om een bit te dragen. Maar het past wonderwel, doordat er toevallig een stukje kaak op een praktische plek geen tanden of kiezen bevat. Alleen hoe kun je zien of het daar binnenin allemaal goed zit en of het bit niets beschadigt? Bij Paardenkliniek De Raaphorst in Wassenaar hebben ze daar een oplossing voor.

Het gebit van een paard is helemaal ingesteld op zijn voedingsbehoefte. Hij eet vezelrijk plantaardig materiaal. Met zijn tanden grijpt hij dit vast, waarna het wordt losgerukt. De kiezen van een paard zijn een soort maalstenen. De onderkaak maakt een draaiende beweging, waardoor het voedsel tussen de kiezen onder en boven wordt fijngemalen. Door die beweging wordt de aanmaak van speeksel gestimuleerd, wat voor de smeuïgheid zorgt en het eten voorverteert. De tanden en kiezen van paarden groeien constant door. Dat is noodzakelijk, omdat ze ook voortdurend slijten.

Vanaf het moment dat de mens het paard als last- en rijdier ging gebruiken, werd een manier gezocht om hem in bedwang te houden en signalen mee te geven. De gevoelige mond bleek daar handig voor. Maar naarmate de rijkunst zich ontwikkelde, bleek het gebit in combinatie met het bit voor problemen te zorgen.

Bloed

Bij een paard is de bovenkaak breder dan de onderkaak. Hierdoor slijten de kiezen van de bovenkaak meer aan de binnenzijde en kan er een scherpe rand ontstaan aan de buitenzijde. Bij de smallere onderkaak is dat precies andersom. De randen kunnen zo scherp zijn dat het wangslijmvlies of de tong erdoor is beschadigd. Als dat gebeurt, kan dat pijnreacties tijdens het rijden opleveren.

Een ander probleem is ´haken´ op de kiezen. Dat treedt op als de voorste en achterste kiezen niet netjes recht boven elkaar staan. Door het gedeeltelijk slijten ontstaat er een ´haak´ op de voorste bovenkies en op de achterste kies van de onderkaak. Dat kan leiden tot problemen in het kaakgewricht, dat door de haken in de beweging wordt belemmerd.

Tussen de tanden en de kiezen zit een gedeelte kaak dat we de ´lagen´ noemen. Het zijn dunne, scherpe richels met daar overheen een dunne laag slijmvlies. Frans van Toor, paardenarts van De Raaphorst legt uit: “Beschadiging van deze plek kan een paard veel pijn bezorgen. De oorzaak kan het bit zijn, maar ook trauma, bijvoorbeeld door de rand van een voerbak of een hek. Op het moment dat een paard daarmee een ongelukje krijgt, kan het gebeuren dat er bloed uit de mond komt, maar dat gebeurt niet altijd. Sowieso is bloed uit de mond, maar ook roze schuim, altijd een aanleiding tot uitgebreid onderzoek van de mondholte, inclusief slijmvlies van wangen en lippen.”

Kapotte mondhoek

Het bit kan grote schade aanrichten op de kwetsbare lagen. “De pasvorm en het type zijn van zeer groot belang. Maar ook een perfect passend bit kan in de mond schade aanrichten als het via de teugels verbonden is met een sterke en stugge ruiterhand.” Volgens Van Toor zou iedere ruiter regelmatig teugeldrukmetingen tijdens het rijden moeten doen. “Daarmee kun je trekkracht en het verschil tussen links en rechts inzichtelijk maken.”

De dierenarts vindt het niet meer dan normaal dat ieder paard een eigen bit hoort te hebben, waar het dier zo min mogelijk last van heeft. “Iets anders wat wij regelmatig zien, is de kapotte mondhoek. Een oneffenheid op het bit kan dit veroorzaken. De lippen zijn zo elastisch dat deze niet zomaar scheuren door te hard aan het bit te trekken. Maar grote boosdoener is het zogenaamde ‘zagen’ met een niet goed passend bit, waarbij het scharnier elke keer een hapje van het slijmvlies van de mond wegneemt als dit heen en weer door de mond wordt getrokken. Eenmaal kapot geneest een gescheurde mondhoek niet snel.”

Andere problemen

Problemen in de mond kunnen zich op verschillende manieren manifesteren. Sommige paarden gaan er zelfs moeilijk van lopen, waardoor de aandacht vaak eerst naar de benen of de rug uitgaat. Van Toor somt een hele reeks zaken op die een relatie met de mond kunnen hebben. “Tong uitsteken, kantelen van het hoofd, hoofdschudden, geen stelling willen nemen, vasthouden en zelfs staken, bokken of steigeren. Waarom kwamen we dit vroeger niet tegen en nu allemaal wel? De paarden van nu zijn niet meer de basispaarden, met zwaardere botten, van dertig jaar geleden. Er zit veel meer bloed in. En de eisen die we aan het paarden stellen, zijn tegenwoordig anders. Door de voortschrijdende techniek kunnen we meer zichtbaar maken en problemen voorkomen, waarmee we de paarden beter kunnen helpen.”

Bij duidelijke mondproblemen, maar ook bij vage klachten die niets met het hoofd te maken hebben, controleert Van Toor altijd de lagen. “Ik begin met goed kijken en afvoelen. Een röntgenfoto van de schedel van opzij heeft geen zin. Daarop zie je alleen bot van beide lagen over elkaar heen geprojecteerd, of de één iets hoger dan de ander. Je beoordeelt dan alleen het randje dat je ziet en natuurlijk de wortels van de tanden en kiezen, ook het wolfskiesje. Zie je een los botfragment, dan weet je dat het mis is. Zie je geen afwijkingen aan het bot, dan wil dat niet zeggen dat die er niet zijn.”

Bij De Raaphorst is veel deskundigheid in het scannen van pezen. Door een speciale ‘probe’ in de mond te gebruiken, waarmee normaal bij een paard via het rectum beelden van zijn bekken worden gemaakt van binnenuit, kunnen alle kanten van de kaak in beeld worden gebracht, inclusief het slijmvlies. Van Toor: “We kunnen daarmee bijvoorbeeld ook het gehemelte scannen. Wat denk je dat het scharnierpunt van een bit in het midden doet met het zachte gehemelte? Wij komen daar regelmatig uitgebreide bloeduitstortingen tegen.”

Voorkomen

Als er een afwijking wordt geconstateerd, kunnen de lagen worden behandeld. “Het betreft tenslotte bot en dat kan goed herstellen en zich ook aanpassen aan de belasting, zoals druk van het bit. We kunnen losse stukjes via een operatie verwijderen. Beschadigingen behandelen we met gefocusseerde schokgolven, soms in combinatie met een infuus dat de botafbraak remt. Alleen een aantal weken geen bit gebruiken is vaak niet genoeg.”

Van Toor waarschuwt dat voorkomen altijd beter is dan genezen, ook bij mondproblemen. “Dat betekent regelmatig, minimaal eens per jaar, het gebit laten controleren en behandelen door een goede paardentandarts, die ook achter in de mond met goed elektrisch gereedschap haken kan verwijderen. Dit is met een handvijl haast onmogelijk, omdat er dan altijd schade is aan het slijmvlies.” Als er beginnende schade is aan de lagen kunnen beschermers, zogenaamde ‘bitseats’, worden gemaakt om er overheen te doen, waardoor het bit minder kwaad doet in de mond. “Maar het belangrijkste is natuurlijk dat je paard een passend bit heeft. En net als je voor je zadel naar een specialist gaat, zou je dat ook voor een bit moeten doen.”

Het gebit van een paard

Als veulens worden geboren komen de middelste twee melktandjes (onder en boven) vaak snel door. Dat geldt ook voor de voorste zes melkkiezen in de boven- en onderkaak, drie aan elke kant. Binnen zes tot acht weken volgt nog een tand aan beide zijden en in zes tot negen maanden komen de laatste melktanden erdoor, zodat het veulen zes snijtanden onder en boven heeft en zes ‘premolaren’ (voorste kiezen) boven en onder.

Het melkgebit wisselt op verschillende leeftijden. Het begint op 2,5 jarige leeftijd met de binnenste snijtanden, gevolgd door die ernaast op 3,5 jarige leeftijd en de laatste tanden als 4,5 jarige. De premolaren worden ook in etappes gewisseld, namelijk op 2,5, 3 en 3,5 jarige leeftijd. Als een paard tussen de 1 en 3 jaar oud is, komen achterin zijn kaak zowel boven als onder nog zes kiezen door, de molaren. Dit zijn blijvende kiezen. Dan heeft een paard dus aan beide zijden zes kiezen.

Er zijn nog een paar bijzonderheden. De gedeelten van de kaken tussen de tanden en kiezen, waar het bit normaal ligt, worden de ‘lagen’ genoemd. Bij hengsten en dus ook bij ruinen zit hier in de buurt van de tanden nog een tand, de ‘hengsten- of ruinentand’. Maar ook sommige merries hebben ze, meestal kleinere. Deze hebben geen functie in het kauwproces. En sommige paarden ontwikkelen wolfstanden. Dit zijn rudimentaire kleine tandjes, dicht bij de gewone voorste kiezen en meestal alleen in de bovenkaak. Vaak zitten ze verstopt onder het tandvlees, soms niet groter dan een rijstkorrel. Maar ze kunnen een paard veel pijn bezorgen als het bit er tegenaan komt. Het is dus verstandiger om ze te laten verwijderen voor een paard wordt beleerd.

Tanden en kiezen van paarden blijven vanaf de onderkant doorgroeien met ongeveer twee millimeter per jaar. De leeftijd van een paard is af te leiden aan het patroon op de tandoppervlakken. Dat komt omdat de vorm van de tand over de hele lengte verschillend is. Door de natuurlijke slijtage verandert de bovenkant van ovaal, naar driehoekig naar verkeerd ovaal. Daarnaast is bij het verstrijken van de jaren ook verschil te zien in het midden, waar zich de pulpa holte bevindt.

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant