-

Dagboek van een dierenarts: Verstoppingen

Lonneke Ruesink

Dierenarts Annemarie Kroekenstoel (32) werkt bij Diergeneeskundig Centrum Bekenland in Gelselaar. Binnen de paardendiergeneeskunde heeft ze speciale interesse in gynaecologie, veulenziektes en tandheelkunde. Ze geeft je een kijkje in het leven van een paardendierenarts.


Annemarie Kroekenstoel “De telefoon gaat woensdagavond om acht uur. Ik heb spoeddienst en er belt een klant die ongerust is over zijn paard. Het is een tweejarige die hij net uit de wei heeft gehaald. Daar leek alles in orde, maar eenmaal op stal is het paard onrustig en oogt benauwd. Bovendien komt er groene snot uit zijn neus. “Kan het droes zijn of longontsteking?”, vraagt de ongeruste eigenaar. Tja, alles is mogelijk, maar een diagnose stellen per telefoon valt niet mee. Dus ik stel voor om langs te komen. Eenmaal aangekomen op de locatie onderzoek ik het dier. Alles wat de eigenaar mij per telefoon vertelde, kan ik bevestigen. Behalve dat het groene spul uit zijn neus geen snot is, maar speeksel met gras. Dit paard heeft een slokdarmverstopping. Ik dien hem een pijnstiller toe en medicatie die de slokdarm ontspant. Vaak lukt het om een slokdarmverstopping met medicatie op te lossen. Ik spreek af met de eigenaar dat we later op de avond contact hebben met elkaar.

Ik stap in de auto en opnieuw gaat de telefoon: een pony met koliek. Op naar het volgende adres. Bij het onderzoek hoor ik duidelijk minder darmgeluiden aan de linkerzijde. Ik besluit om de pony rectaal op te voelen en voel een flinke verstopping in de dikke darm. Erg vervelend, maar gelukkig is deze vorm van koliek meestal goed te behandelen. Ik breng een neussonde in en geef de pony paraffine. De paraffine moet ervoor zorgen dat de verstopping verweekt. Meestal lukt dat niet in één keer, dus we spreken af dat ik de pony de volgende dag controleer. Het dier krijgt pijnstilling voor de nacht en de eigenaresse belooft de pony goed in de gaten te houden. Onderweg naar huis bel ik nog even met de eigenaar van de tweejarige. Het lijkt goed te gaan met het dier. Het paard heeft een droge neus en staat er rustig bij. Ik spreek af het paard te laten vasten tot morgenvroeg. Verder verloopt de nacht rustig.

De volgende ochtend lijkt het met de pony goed te gaan, maar de tweejarige staat weer te ‘speekselen’. Nu besluit ik met de neussonde te controleren of de verstopping er nog in zit. Ik loop direct vast in de slokdarm. Ik probeer de verstopping te verweken en uit te spoelen. Wat ik
ook probeer, niks lukt en inmiddels zijn we al ruim twee uur bezig. Ik word een beetje moedeloos en de eigenaar ook. We bespreken de verschillende opties die er nog zijn. Doorsturen naar een specialistische kliniek is geen optie vanwege de kosten. De eigenaar ziet het zelf erg somber in en wil het paard liever in laten slapen om eindeloos lijden te voorkomen. Dat zie ik nu nog niet zitten, ik geloof dat het paard nog een goede kans heeft. Uiteindelijk vinden we een goed compromis. We zetten het paard in een kale box op de kliniek en besluiten hem 24 uur de kans te geven.

Ondertussen houd ik het dier goed onder controle en dien het opnieuw ondersteunende medicatie toe. ’s Avonds is de box kleddernat van het speeksel en begin ik het ook somber in te zien. Als ik de volgende ochtend op de kliniek kom, hoor ik het paard zachtjes hinniken. Opgelucht kijk ik in de box en zie ik dat alles droog is. Ik bel de eigenaar op met dit goede bericht. De slokdarm is ondertussen flink geïrriteerd. We laten het paard nog 24 uur vasten en voeren de eerste paar dagen alleen slobber. Dit lijkt goed te gaan en voorzichtig beginnen we met wat gras. Ook dit gaat goed. Wanneer het paard een week later weer op zijn normale rantsoen zit, mag hij naar huis. De eigenaar is blij en opgelucht dat hij zich toch heeft over laten halen. Het ging dit keer niet vanzelf, maar uiteindelijk heb ik beide patiënten uit mijn dienst beter kunnen maken. Dit zijn toch de momenten waarvoor je het doet als dierenarts.”

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant