-

Castratie van een hengst

castratie Arnd Bronkhorst

Veel hengstveulentjes worden op een bepaald moment gecastreerd of ‘geruind’. Vaak omdat ze als ruin makkelijker te hanteren zijn, omdat er geen ambities zijn om met het dier te gaan fokken en soms vanwege medische redenen, bijvoorbeeld een klophengst of een hengst met een zakbreuk. Maar wat gebeurt er nou precies als een paard gecastreerd wordt?

Castratie hengst

Bij een castratie worden de testikels en daarbij behorende bijballen verwijderd, waardoor de productie van het hormoon testosteron stopt (en vaak dus ook het hengstengedrag). Een alternatief voor chirurgisch castreren is het chemisch castreren, waarbij door bepaalde medicatie de hengst tijdelijk onvruchtbaar gemaakt wordt, maar de testikels niet verwijderd worden.

Anatomie paard

Er zijn verschillende operatietechnieken om de testikels (en bijballen) te verwijderen. Om deze begrijpelijk te maken, is het goed om eerst een stukje anatomie door te nemen.



De testikels ontstaan tijdens de ontwikkeling van het veulen in de baarmoeder aan de achterkant van de nieren in de buikholte. Tijdens de ontwikkeling van het veulen in de baarmoeder beginnen ze af te dalen richting de balzak. Om deze te bereiken moeten ze door de lieskanalen (dit zijn openingen in de buikwand van het paard) passeren. Pas als ze in de balzak (of scrotum) aangekomen zijn, zijn ze volledig ingedaald. Dit kan tot enige tijd na geboorte, maar doorgaans toch voor de zesde levensmaand gebeurd zijn. In de balzak zijn de testikels en de zaadstreng omgeven door een uitstulping van de binnenbekleding van de buikholte, het buikvlies (of met een mooi woord peritoneum). Deze uitstulping heet de tunica vaginalis. De zaadstreng zelf bevat het afvoerkanaal voor het sperma, slagaders en aders voor de bloedvoorziening en lymfevaten.

Soorten castratie

Onbedekte castratie
Hierbij worden huidsnedes gemaakt in de wand van de balzak, waarbij de tunica vaginalis ingesneden wordt. De zaadstreng zonder tunica vaginalis eromheen wordt gekneusd met een speciale castratietang en vervolgens met stevig hechtdraad afgebonden, zodat de bloedvaten in de zaadstreng niet gaan nabloeden nadat de testikels verwijderd zijn. De operatiewonden worden open gelaten. Een groot nadeel van deze techniek is dat er nu een open verbinding met de buikholte is ontstaan. Als de zaadstrengstomp onverhoopt geïnfecteerd raakt, kan deze infectie doorslaan naar de buikholte en zal het paard doodziek worden. Tevens is de kans groter dat er darmdelen door de operatiewonden naar buiten komen. 

Halfbedekte castratie
Ook hier worden de huidsnedes in de balzak gemaakt en wordt de tunica vaginalis ingesneden, maar blijft deze wel om de zaadstreng heen zitten op het moment dat deze gekneusd en afgebonden wordt, om vervolgens de testikels te verwijderen. De tijdelijke opening naar de buikholte wordt dus weer gesloten. Ook hier worden de castratiewonden open gelaten om zo wondvocht eenvoudig te laten afvloeien. Na een halfbedekte castratie wordt het paard vaak 1-2 dagen op stal gehouden ter controle, maar mag daarna weer de wei in, omdat beweging juist de afvloeiing van wondvocht bevorderd.

Bedekte castratie
Hier worden de huidsnedes in de liesregio gemaakt in de buurt van de uitwendige liesopening. Via deze snede wordt de testikel via de zaadstreng naar buiten gebracht, maar blijft de tunica vaginalis gesloten. De zaadstreng wordt gekneusd en afgebonden, de testikels verwijderd en de huidsnedes worden in 2 of 3 lagen met hechtingen gesloten. Na de operatie wordt gedurende 10-14 dagen boxrust aanbevolen, zodat de gehechte wonden kunnen genezen. Hierna kan het paard weer aan het werk gezet worden.

De onbedekte en halfbedekte castratie kunnen eventueel bij het staande dier uitgevoerd worden. Echter, het risico op complicaties is dan wel groter. Er kan minder schoon gewerkt worden en het is voor de uitvoerder van de castratie ook niet zonder risico. Een mogelijk voordeel is dat je het risico van de narcose kwijt bent.

Paard onder narcose

Meestal worden castraties onder narcose uitgevoerd. Bij jongere dieren (1-2 jaar oud) wordt vaak gekozen voor een halfbedekte castratie, zodat ze daarna weer snel in de koppel het land op kunnen. Voor oudere dieren (vanaf 3 jaar) of bij jongere dieren met al fors ontwikkelde testikels en zaadstrengen wordt vaak de bedekte (of liescastratie) geadviseerd, omdat er dan minder kans is op complicaties vanwege de wijdere liesopeningen. 

Tekst: Lian Vermunt, paardenarts De Hofstede

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant