-

Tien gevoelige vragen over doorrijden

doorrijden
Lonneke Ruesink

Het is een gênant onderwerp. Vandaar dat het bijna nooit wordt besproken. Toch hebben veel ruiters ermee te maken: een doorgereden achterwerk. Dermatoloog dr. Koen Quint beantwoordt tien vragen over dit gevoelige onderwerp.

Koen Quint noemt zichzelf hobbyruiter. Hij is veel als toeschouwer op de renbaan van Duindigt te vinden en rijdt zelf graag een rondje tijdens vakanties. Hoewel hij op wat spierpijn na zelf nooit dergelijke problemen heeft gehad, weet de dermatoloog van de Roosevelt kliniek Leiden en het Leids Universitair Medisch Centrum precies wat er mis gaat als je je achterste doorrijdt.

1. Wat gaat er mis met de huid?

“Bij allerlei sporten, of het nu wielrennen, roeien of paardrijden is, kunnen wonden ontstaan aan het zitvlak. Dat komt omdat langere tijd een herhaalde beweging wordt gemaakt, waarbij de druk op een plek is verhoogd en de huid beschadigt door wrijving. Dit kan variëren van roodheid, een lichte schaafwond of een blaar tot diepere wonden. Met name op plaatsen waar het bot dicht tegen de huid zit, zoals de zitbeenknobbels en de stuit, kan de druk erg toenemen. Deze beschadigingen zijn vergelijkbaar met wat wij als dermatoloog in het ziekenhuis ook zien bij bedlegerige patiënten, namelijk ‘decubitus’ of ‘doorligplekken’. Een kortdurende hoge belasting, zoals bij sport, kan eenzelfde type wond geven als een langdurige lage belasting.”

2. Zijn er verschillende gradaties?

“Dermatologen hanteren vier gradaties van decubitus. Bij ruiters zien we meestal alleen de eerste twee. Bij de eerste is alleen sprake van roodheid. De huid is geïrriteerd en als je niet oppast, wordt het een schaafwond of blaar. Het volgende stadium is een oppervlakkig huiddefect, waarbij met name de bovenste huidlaag, de opperhuid, is aangedaan. Hierbij is vaak een blaar of schaafwond aanwezig. Dit kan erg pijnlijk zijn. Soms voel je het niet terwijl je aan het rijden bent, maar pas als je na afloop onder de douche stapt. Het schrijnt vreselijk. De derde gradatie is een huiddefect waarbij de lederhuid en het onderliggende vet ook afsterven. Dit is al best heftig. Hierbij ontstaat er een diepe krater, waarin dood, ‘necrotisch’ weefsel kan worden gezien. Dit is herkenbaar aan de zwarte kleur. In het laatste stadium is er een zeer diep huiddefect, waarbij er ook necrose van de onderliggende spier kan optreden. Hier kunnen dus echt functionele beperkingen door ontstaan. Dit is zeer ernstig, maar het komt bij sporters niet zo frequent voor, omdat die dan echt al door pijn zijn gestopt.”

3. Heeft het iets te maken met de manier waarop je zit? Met hoe dik je achterste is? Met het zadel?

“Mannen en vrouwen hebben een andere vorm van het bekken. Dat komt omdat een vrouw een kind kan baren. Bij vrouwen staan de zitknobbels verder uit elkaar en ligt het schaambeen lager, waardoor er een extra drukpunt kan ontstaan. Daardoor kan het zijn dat vrouwen vaker klachten hebben dan mannen. Dat betekent echter niet dat mannen geen last hebben. Iets meer zitvlees scheelt. Dat werkt als een kussen. Uiteraard speelt de pasvorm van het zadel een rol bij het ontstaan van drukpunten. Maar die kun je niet helemaal vermijden. Je zit tenslotte altijd ergens op.”

4. Is er een relatie met temperatuur of zweten? Hoe werkt dit? Er zijn ruiters die het alleen ’s zomers ervaren.

“Er is zeker een relatie met een vochtig milieu. Als je erg zweet, wordt de huid week en die is daardoor gevoeliger voor frictie.”

5. Er zijn ook ruiters die het op het ene paard wel oplopen en op het andere niet. Hoe kan dat?

“De houding van de ruiter, de vorm van het bekken, de aanwezigheid van frictie of zweet, de pasvorm van het zadel spelen allemaal een rol in het ontstaan van doorrijdplekken. Daarnaast is de vorm van de rug per paard verschillend. Dit kan allemaal meespelen waarom een ruiter het op het ene paard wel heeft en op het andere niet. Kleine aanpassingen, zoals een ander zadel of andere rijbroek, kunnen al een oplossing bieden.”

6. Wat moet je doen is het mis is?

“Heb je een doorrijdplek, zorg dan dat die wordt gereinigd. Ondanks dat het gevoelig is, moet je de plek iedere keer tijdens het douchen schoonspoelen. Gebruik de eerste twee à drie dagen een zalf met een antibacteriële werking, zoals Flammazine crème met zilver of Betadine crème. Dat laatste is op jodiumbasis, dus pas wel op voor vlekken in je kleding. Daarna kun je als bescherming overgaan op Sudocrème, zinkzalf of Cavilon barrièrecrème.”

7. Stel, je bent doorgereden, maar je bent beroepsruiter dus je moet er de volgende dag echt weer op. Wat doe je?

“Het advies is natuurlijk om rust te houden tot het over is. Dat duurt bij een oppervlakkige schaafwond ongeveer een week. Mocht dat echt onmogelijk zijn, dan zijn er wel trucjes te bedenken. Je zou kunnen proberen tijdelijk een andere houding aan te nemen, door bijvoorbeeld langere stukken in verlichte zit te rijden. Ook zou je gewone huishoudfolie met daaronder vaseline kunnen aanbrengen, om verdere frictie te voorkomen. Daarnaast zijn er allerlei wond(schuim)verbanden, hydrocolloïd verbanden en vetgazen te krijgen die de wondgenezing stimuleren. Of blarenpleisters. Maar neem zulke wonden wel serieus. Als het niet goed geneest, kan het chronisch worden. Is het erg, ga ermee naar een dokter.”

8. Hoe snel geneest zoiets? En wordt de doorgereden huid ook dikker, krijg je eelt op je kont?

“De genezing is afhankelijk van de graad van de doorrijdwond en de algehele gezondheidstoestand. Vaatproblemen, diabetes of bepaalde medicatie, maar ook een slechte weerstand kan de wondgenezing vertragen. Nadat de wond genezen is, kan er inderdaad een dikkere hoornlaag ontstaan. Dat is geen probleem.”

9. Hoe kun je doorrijden voorkomen?

“Als je weet dat je hier last van hebt, kun je preventief een barrièrecrème gebruiken. Dit geeft een extra laagje tussen je onderbroek en de huid. Pas wel op voor vlekken in je kleding. Daarnaast kun je een gelpad op je zadel leggen.”

10. Maakt het uit wat voor rijbroek of ondergoed je aan hebt?

“Ruwe stoffen en naden kunnen wrijving geven. Zeker wanneer zo’n naad net samenvalt met een drukpunt, bijvoorbeeld de zitknobbel. Welk type of materiaal het beste is, is niet aan te geven, want dat verschilt van persoon tot persoon. Dat is een kwestie van uitproberen. Als je wat voelt, wissel dan tussendoor van onderbroek en rijbroek. Hoe minder vocht, hoe beter, dus ik zou de voorkeur geven aan vochtdoorlatende materialen. Katoen blijft nat als je zweet.”

Bron: Bit 236