-

Natuurlijke hindernissen springen

Wil je weleens wat anders dan dressuur rijden in de bak en ben je toe aan een nieuwe uitdaging? Eventinginstructeur Jan Oortveld van Stal Dalwhinnie legt in dit filmpje stap voor stap uit hoe je natuurlijke hindernissen springt.

1 Boomstam springen

Heeft jouw paard nog weinig ervaring? Neem rustig de tijd. “Je paard mag gerust even kijken naar de boomstam. Hij kan het best spannend vinden, maar zorg dat je positief en zelfverzekerd naar de sprong toe rijdt. Als jij zelf namelijk niet overtuigd bent, breng je die onzekerheid over op je paard. Je wilt naar de overkant!” Rijd je in het bos? Check dan vooraf of de ondergrond goed is en of de boomstam geen uitstekende delen bevat.

2 Op- en afsprong

Begin eens met een heuveltje tijdens een bosrit. Je merkt al snel dat je evenwicht bij deze oefening een belangrijke rol speelt. Als je naar boven stapt, zorg er dan voor dat je zwaartepunt naar voren gaat en dat je volgt met je hand. Je voelt hoe het paard als het ware om jouw hand ‘vraagt’. Als je naar beneden stapt, breng je je zwaartepunt terug en blijf je met je billen in het zadel zitten. “Je hak wijst hierbij als het ware naar voren.” Gaat het heuveltje goed, probeer dan eens een opsprong. “Het principe blijft hetzelfde, maar je paard maakt bij deze oefening echt een sprong. Daarvoor heeft hij voldoende teugel nodig om zijn hals lang te maken. Rijd de opsprong niet te hard aan, zodat je paard bij de landing op de wal vier benen onder zijn lichaam houdt. Rijd je te hard aan en springt jouw paard te vroeg af, dan raken jullie allebei in onbalans en kan je paard gaan struikelen of zelfs vallen.”

3 Greppel / sloot

Jan: “Veel ruiters vinden het spannend om een sloot of greppeltje te springen. Maar eigenlijk is het voor een paard een heel natuurlijke sprong. Zet je twijfel opzij en zorg dat je vol zelfvertrouwen, energiek in een gelijkmatig tempo richting de greppel rijdt. Je paard moet echt goed aan het been zijn. Begin eerst met een klein greppeltje of slootje en rijd aan vanuit een vlotte draf. Concentreer je op een punt achter de hindernis.”

4 Waterbak

Laat het paard eerst rustig aan water wennen. Stap eerst eens door een waterplas na een regenbui. Bouw dit geleidelijk verder uit. Het moet voor het paard fijn en vertrouwd aanvoelen. “In het bos is wellicht een vennetje te vinden. Rijd de eerste keren onder het zadel in stap achter een ander paard aan. Maak slim gebruik van het natuurlijke kudde-instinct. Je paard mag kijken naar het water, maar blijf voorwaarts rijden. Wacht niet te veel af, houd je paard tussen je benen. Pas ervoor op dat je paard niet gaat stilstaan in het water. Het zou niet het eerste paard zijn dat gaat rollen”, besluit Jan lachend.

In Bit 258 (vanaf vrijdag 17 augustus in de winkel) vertelt Jan Oortveld nog veel meer over het springen van natuurlijke hindernissen. In welk tempo rijd je de sprongen aan, wat zijn veelgemaakte fouten, waar moet je op letten qua houding en zit? Dat en nog veel meer lees in je in Bit 258.

Bron: Bitmagazine.nl

Dit vind je misschien ook interessant