-

Zo rijd je een goede schouderbinnenwaarts!

Schouderbinnenwaarts, Ruitergevoel, Hester Bransen, Instructie, Dressuur, Trainning Ruitergevoel

Vanaf de M1 is een gevraagde oefening in de proeven ‘schouderbinnenwaarts’, deze kan je erg goed gebruiken in je training. Hester Bransen van Ruitergevoel en Hippisch Instructeur van het jaar legt uit hoe je deze oefening aanleert en hoe het je paard verbetert.

Zorg voor goede voorwaarden

Wanneer Hester Bransen ruiters in haar trainingen krijgt die al op het niveau zijn dat ze schouderbinnenwaarts kunnen rijden, wil ze dat alle voorwaarden goed voor elkaar zijn. “Voordat je begint aan schouderbinnenwaarts, is dat het belangrijkste. Het kunstje schouderbinnenwaarts kan iedereen leren. Maar wat dan vooral belangrijk is, is dat het evenwicht van het paard goed is. Het paard moet vanuit het been naar het bit lopen en vertrouwen hebben in de hand van de ruiter. Wanneer de combinatie kan wijken voor de kuit en het paard goed aan het been is, wordt de oefening al iets makkelijker. Wat daarnaast goed is om te beseffen voor een ruiter, is dat de oefening er is om het paard te verbeteren. Wat ik vaak zie is dat de ruiters de oefening rijden, maar het paard niet verbetert en dan doet het dus niks voor ze. Ik vind het heel belangrijk dat de oefening voor je werkt en het paard verbetert. Dan kun je er mooie dingen mee bereiken.” 

Verbeter je paard

Maar op welke fronten kan schouderbinnenwaarts je paard dan verbeteren? Hester vertelt dat ze de oefening gebruik voor verschillende punten. Het paard verbetert in de lengtebuiging, ruimte in de schouder wordt vergroot en de draagkracht in het achterbeen wordt beter. De balans, het lichaamsgebruik en verfijning van de verbinding en aanleuning worden ook sterker. Hester vindt het dan ook een héle fijne oefening: “Als ruiter krijg je er veel controle mee over het plaatsen van de schouder ten overstaan van het achterbeen en dus het lichaam van het paard. Het heeft dus heel veel voordelen als je die oefening kunt opbouwen tot een goede oefening.”

Knip de oefening in stukjes

Stap 1

Bij het trainen van schouderbinnenwaarts heeft Hester altijd een soort stappenplan: ze knipt de oefening in stukjes. Die gaat ze langs om te kijken of de ruiter de oefening beheerst en waar nog winst te behalen is. Daarna puzzelt ze de oefening in elkaar. Hester legt de stapjes uit: “Wat ik als eerste doe met de ruiter: kijken of ze het paard op de lange zijde met de voetjes recht kan laten lopen en tegelijk een beetje kan stellen aan de binnenkant. Dit doet de ruiter allebei de kanten op: eerst op de hoefslag en daarna op de binnenhoefslag. Bij sommige paarden houden we dan alleen de lange zijde aan, maar soms is het ook goed om het wat langer vol te houden wanneer het paard er moeite mee heeft.” 

Stap 2

Vervolgens zet Hester stap twee en gaat ze over op het plaatsen van de schouder: “Ik vraag de ruiter dan allebei de handen een beetje naar binnen te plaatsen, waardoor er meer teugeldruk aan de buitenkant tegen de hals aan komt. Dat betekent niet dat ze aan de teugels moeten trekken. Zet de handen een beetje meer aan één kant zodat de buitenteugel tegen de buitenschouder duwt. De binnenteugel nodigt uit om de schouder wat mee naar binnen te nemen. Met je binnenbeen activeer je het binnenachterbeen van je paard. Hierdoor stapt het binnenachterbeen een beetje verder naar voren en wordt het meer naar het buitenvoorbeen geplaatst.”  

Stap 3

Dan moet de ruiter de oefening nog uitrijden. Hester vervolgt: “De meeste paarden vallen een beetje door het binnenbeen heen, dus als je vanuit de schouderbinnenwaarts de hoek door wilt rijden, is het goed om als het ware een beetje terug te wijken naar de hoefslag. Voor je binnenbeen probeer je je paard weer recht op de hoefslag te zetten en zo de wending mee te nemen. Zo plaatst de ruiter de schouder weer recht voor het bekken van het paard.”

Houding en zit tijdens schouderbinnenwaarts

Wanneer je schouderbinnenwaarts rijdt, wil je natuurlijk zelf ook netjes de beweging volgen. Daarvoor heeft Hester een tip: “Je wilt dat het binnenachterbeen van je paard, dus de binnenheup, verder naar voren gaat dan het buitenbeen en dus de buitenheup. Ik vind het heel logisch om dan als ruiter ook zo te gaan zitten. Dus dat je binnenheup naar voren gaat net zoals die van het paard. Je schouders mogen dan wat meedraaien naar binnen, ook net zoals de schouders van je paard. Als je dat doet komt je binnenbeen automatisch mooi vooraan te liggen op de singel en je buitenbeen ligt dan een klein beetje terug. Zo kan je ook de goede lengtebuiging bij je paard voor elkaar krijgen en hem dan als het ware om je binnenbeen heen buigen.” 

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant