-

Zadelmak maken zonder stress

Arnd Bronkhorst

Veel rijkunstige problemen in het leven van een paard zijn terug te voeren op het allereerste begin: het zadelmak maken. Er zijn verschillende manieren waarop je dit kunt doen. Sommige daarvan staan ter discussie, omdat de paardvriendelijkheid te wensen over zou laten. Wat vinden de deskundigen?

De Australische ‘paardenfluisteraar’ Tristan Tucker heeft naar eigen zeggen duizenden paarden beleerd. Probleemloos. “Dat komt omdat ik ze alles leer wat ze moeten weten, voordat ik erop stap. Aan de hand leg ik ze uit wat de bedoeling is van een been- of een teugelhulp. Als ze weten wat voor reactie ik van ze verwacht, zijn ze niet bang en ontstaat er geen paniek.” De ‘cowboymethode’, waarbij iemand die goed kan blijven zitten op een onbeleerd paard stapt tot het dier zich overgeeft, omschrijft Tristan als een auto met een grote motor, waarbij je besluit het stuur er pas later in te bouwen. “Het geeft paarden een slechte ervaring op een belangrijk moment in hun leven. Het leert ze een verkeerde reactie te geven, namelijk wegrennen. Dat wil je juist niet. Dit blijft paarden helaas hun leven lang bij en als het even moeilijk wordt, steekt het de kop weer op. Ik denk dat deze ruiters heus het beste voor hebben met de paarden, maar de methode is toch echt iets uit de Middeleeuwen. Zo leert een paard niks. Ik vind het eigenlijk een belediging voor het paard.”

Zware gevallen

Ook klassiek trainer Bastiaan de Recht heeft weinig op met de cowboymethode. “Met de kennis die we tegenwoordig hebben en uit oogpunt van dierwelzijn zou ik er niet voor kiezen. Het lijkt misschien effectief op dat moment, maar wat gebeurt er later? De enige kunst van zulke ruiters is dat ze heel goed kunnen blijven zitten. Het heeft echter niets te maken met africhting. Paarden die zo zijn beleerd doen hun werk uit angst. Maar als na een jaar de pijn of de stress groter is geworden dan de angst voor de ruiter, dan zit je met een probleem.”

Paardentrainer Monya Spijkhoven heeft een genuanceerde mening. “Ik ken enkele van die ‘cowboys’ persoonlijk en ik heb ervaren dat ze bij heel moeilijke paarden of bij dieren die al grondig verpest zijn wel degelijk uitkomst kunnen bieden. Ze krijgen zware gevallen echt weer op de rit door ze op te bouwen na ze eerst te breken. Ik zou een onbevangen driejarige niet snel naar ze toe brengen, maar bij een levensgevaarlijk probleempaard is dit soms de laatste optie. Ik heb echt goed werk van ze gezien en ze hebben heus hart voor een paard. Dat neemt niet weg dat ik het echt super belangrijk vind dat de start van het werkende leven van een paard foutloos is.”

Breken

Herman Koorman is zo’n ‘cowboy’. “Er zijn nou eenmaal paarden waarbij het niet op een andere manier lukt. Ik krijg ze zelfs van natural horsemanship trainers. Het het voorwerk zoals longeren ging prima, tot het moment dat er iemand op moest.” Hij legt uit dat zijn werk niet te maken heeft met het breken van een paard. “Meestal is er al wat met zo’n dier gedaan. Het is niet mijn bedoeling om er een dag na aankomst al op te klimmen. Het paard moet even wennen. Ik begin met het hoofdstel omdoen, met een halster er overheen. Het zadel volgt later pas in de bak. Dan laat ik het paard los en zie ik hoe hij reageert. Mijn helpers houden hem voorwaarts. Het duurt nooit lang voordat een paard dit snapt. Valt de reactie mee, dan stap ik er weleens meteen op. Maar is het een aparte dan doen we dit twee, drie of zelfs vier keer.”

Tristan legt uit dat een paard dat spanning voelt, doordat hij niet weet wat de bedoeling is,  automatisch overgaat tot de enige reactie die hij van de natuur heeft meegekregen: vluchten. “Ik bereid een paard bijvoorbeeld voor op het moment dat mijn been over zijn rug gaat bij het opstijgen. Daarvoor beweeg ik met een plastic zak aan een stok over zijn rug van links naar rechts. Dat vinden paarden eerst eng, maar ik ga ermee door tot ze hun hoofd laten zakken. Dat is een teken van ontspanning, dus dan haal ik dat ‘enge’ ding weg. Daardoor leert een paard dat ontspanning de juiste reactie is. Tegen de tijd dat ik er echt op ga, heeft hij al zoveel geleerd dat het voelt alsof hij al jaren onder het zadel is.”

Buikspieren trainen

Monya heeft geen vaste methode, maar bekijkt per paard wat de juiste aanpak is. En die is altijd geleidelijk. “Je moet pas verder gaan als een fase is afgerond, als je zeker weet dat een paard je begrijpt en er ontspannen onder blijft.” Bastiaan beleert veel paarden, maar krijgt vooral ook exemplaren waarbij dat is misgegaan. Hij begint daarmee weer van voren af aan, met longeren aan een kaptoom. Pas daarna wordt er gelongeerd met bijzetteugels, om de buikspieren te ontwikkelen, zodat het paard lichamelijk in staat is de ruiter te dragen. “Dat wordt zo vaak vergeten. Je moet het paard leren om over de rug te gaan en te buigen. Kan hij zijn balans niet houden, dan gaat hij rennen om op de been te blijven.”

Het opstappen noemt Bastiaan een onderschat moment. “Ik oefen dat net zo lang tot een paard daar niet meer van schrikt. Dat kost tijd. Bovendien worden onze paarden eerst nagekeken, zodat we zeker weten dat ze nergens pijn hebben. Anders is de eerste ervaring meteen slecht.” Tristan waarschuwt dat het hedendaagse paard veel sensibeler is. “Vroeger kon je na een uur longeren de hele familie op een jong paard zetten, nu duurt het drie jaar voor ze moe zijn…”

Geheimpjes

Herman bestrijdt dat paarden bij hem niets leren. “Als er voor het eerst iemand op gaat en die valt eraf, dan heeft hij iets geleerd waar je niet blij mee bent. Hij leert ervan als ik blijf zitten. Meestal is het goed na een keer of drie rijden, is het scherpe eraf en kan een ervaren ruiter het overnemen om hem verder af te richten.”

Bastiaan is ervan overtuigd dat er iets aan de hand is als paarden bij het opstijgen steigeren of bokken. “Dat is niet normaal, ook niet voor een jong paard. Van een vijfjarige die dat doet wordt weleens gezegd dat hij in de puberteit zit. Onzin! Het is meestal een teken dat hij het gewoon niet meer aan kan, fysiek of mentaal of allebei.” Het komt heel af en toe voor dat hij exemplaren krijgt die zo zijn getraumatiseerd dat het niet meer goed komt. “Ik kan er dan meestal nog wel mee rijden, maar niemand anders, omdat ze hun vertrouwen volledig kwijt zijn. Met een ander in het zadel komen alle nare herinneringen meteen terug en dan is de reactie meestal heel heftig.”

Hoe weet Tristan of een paard eraan toe is om erop te gaan zitten? “Als ik iedere keer het juiste antwoord krijg op de vragen die ik het paard stel. Gaat er toch iets mis? Dan heb ik het hem niet goed genoeg geleerd. Je kunt niet iets stiekem proberen te doen door de uitleg over te slaan, in de hoop dat het paard het niet merkt. Als jij geheimpjes voor een paard hebt, heeft hij die ook voor jou en dat zijn meestal geen leuke verrassingen…”

Geleidelijk

Een klacht van sommige eigenaren is dat de ‘softe’ methode van beleren te lang duurt. Tristan wijst dat van de hand. “Het verschilt uiteraard per paard. Is een paard erg nerveus, dan ben ik er meestal een week of vier mee zoet. Maar ik heb er ook bij die het zo snappen en waar ik na 45 minuten al op zit. Ik ga zo snel als het paard me toelaat.” Herman heeft twee weken tot een maand nodig. “Als paarden geen slechte ervaringen hebben, gaat het meestal heel makkelijk. Bijna alle paarden proberen het een keer. Soms is dat pas de tweede keer dat je erop zit of na een maand. Als je dan blijft zitten, blijft het daarbij. De probleemgevallen rijd ik wat langer door.”

Dat een geleidelijker methode meer tijd – en dus geld als je het uitbesteedt kost – is volgens Bastiaan betrekkelijk. “De aanloop duurt langer, maar als ik eenmaal op het paard zit, kan ik er zo een L proef mee rijden als ik zou willen. Want dan zijn ze al nageeflijk en snappen ze de hulpen. Bij mij duurt netjes beleren minimaal drie maanden.” Monya geeft ook aan dat goed zadelmak maken minimaal zes weken duurt en maximaal drie maanden. “Maar het is geen voorgeschreven wet. Soms gaat het sneller of langzamer. En als er al mislukte pogingen zijn gedaan, geef ik geen garantie dat het lukt.” Ze noemt zorgvuldig beleren een basis voor het leven. “Gaat het fout, dan kun je dat niet uitwissen en opnieuw beginnen. Dan is er al gedragstraining nodig om daar weer overheen te komen. Daarom moet je er alleen aan beginnen als je weet wat je doet en geen angst hebt. Vraag hulp aan ervaren mensen. Of besteed het liever helemaal uit. Als je dat doet, zeg dan dat je elke dag komt kijken. Het is en blijft namelijk jouw paard. Zijn geluk is afhankelijk van jou.”

Ook Herman vindt dat het beleren beter kan worden overgelaten aan een prof. “Dan bedoel ik niet iemand die dat tien keer per jaar doet, maar alle dagen. Dan ben je erin getraind en weet je precies hoe je problemen moet vermijden.”

Het verbaast Tristan dat het op een paard zitten door velen als eindresultaat wordt gezien. “Alsof je een ladder beklimt en je alleen richt op de laatste trede. En dan struikelt over de derde. Het gaat om de weg ernaartoe, niet hoe snel je in het zadel zit.” Hij vindt dat ‘professionals’ die paarden beleren dit beter in acht zouden moeten nemen. “Die kunnen misschien blijven zitten, maar als het paard niets van het proces heeft geleerd staat de arme ruiter die er daarna thuis op moet nog een gevaarlijke tijd te wachten.”

Tips voor zadelmak maken

Goed beleren betekent dat je een paard traint voor de toekomst, niet voor de korte termijn. Waar moet je op letten? Tristan Tucker, Bastiaan de Recht, Monya Spijkhoven en Herman Koorman geven tips.

  • Begin niet te jong

Aan de hand gehoorzaam maken voor het paard drie jaar is, is beter dan hem ‘wild’ uit de opfok ineens van alles moeten leren. Op deze leeftijd is zijn lichaam nog niet in staat om een ruiter goed te dragen.

  • Voorzichtig met het bit

Een jong paard snapt niet wat hij met een bit moet. Zet er dus in het begin geen druk op. Maak ook nooit de longeerlijn vast aan het bit. Dat geeft pijn en daarvoor rent een paard weg. Leer hem voorzichtig aan de hand wat je van hem verwacht als je een hulp via het bit geeft.

  • Zorg voor een passend zadel

Vaak wordt voor een jong paard het oudste zadel gebruikt. Als dat slecht past is de eerste indruk als je erop gaat een pijnlijke. Zorg voor een passend zadel of doe er op z’n minst iets onder om pijn te vermijden. Singel niet te strak, maar zorg wel dat het zadel vast zit. Als het onder zijn buik belandt, ben je verder van huis.

  • Longeren is longeren

Wees duidelijk: longeren is wat anders dan een paard laten uitrazen. Het is belangrijk dat een jong paard leert wat het verschil is. Hij moet zich netjes gedragen en over de rug worden gewerkt. Uitrazen mag in de paddock of in de wei.

  • Wie doet wat

Het paard krijgt vertrouwen in degene die hem longeert. Het is dus niet handig als ineens iemand anders de longeerlijn vasthoudt en er een andere ruiter opstapt.

  • Niet gelijk straffen

Trekt het paard de eerste keer toch even een sprintje omdat hij het even niet meer weet? Straf hem niet en trek niet aan de teugels. Hij moet er geen negatieve associatie van krijgen.

  • Put hem niet uit

Longeren tot het paard uitgeput is, is geen goede oplossing. Een paard moet energie over hebben om zijn buikspieren aan te spannen. Bovendien is de kans dan groot dat hij het niet leuk meer vindt en dat hij steeds meer conditie krijgt van het longeren.

  • Ga niet te snel

Soms lijkt het of een paard alles gewillig doet in korte tijd, maar is het echt tot hem doorgedrongen? Neem de tijd om alles goed te bevestigen.

  • Zoek een handige, lenige ruiter

Hoe netjes ook, het eerste opstappen blijft toch altijd een dingetje. Zorg voor een handige, lenige ruiter, die niet per ongeluk met zijn been de rug raakt bij het overzwaaien. Leer het paard dat er ook iets gebeurt en beweegt aan de rechterzijde van zijn lichaam, anders schrikt hij zich dood als de ruiter daar zijn been naartoe brengt.

  • Besef dat het een vluchtdier is

Een paard wil weg als hij iets eng vindt. Houd hem niet in de houdgreep, want dan krijg je paniek. De mogelijkheid om voorwaarts te gaan, geeft hem een gevoel van veiligheid. Houd hem dus niet te strak vast. Leer hem halthouden aan de hand en laat los als hij de goede reactie geeft.

  • Houd zijn aandacht vast

Een paard moet zich op jou concentreren. Draait hij weg of verslapt zijn aandacht, breng hem dan weer bij de les door hem een pasje opzij of achteruit te vragen. Of loop een rondje met hem. Let op als hij zijn hoofd omhoog doet, zijn lichaam spant, glazig wegkijkt of zijn staart aanknijpt. Dat zijn waarschuwingssignalen dat hij gespannen is en wil vluchten.

  • Geen tweede kans

Je krijgt geen tweede kans om goed te beginnen! Als je niet helemaal zeker bent van jezelf of weinig ervaring hebt in het beleren van paarden, besteed het dan liever uit aan vakmensen. Is de eerste ervaring voor het paard een slechte, dan blijft dat altijd in zijn geheugen.

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant