-

Welke type paard past bij jouw lichaamsbouw?

Lonneke Ruesink

Welke lichaamsbouw heb jij? En welk type paard past daar het beste bij?

Mensen heb je in alle soorten en maten. Maar of je nu lang en dun of klein en dik bent, jouw lichaamsbouw valt onder één van de drie basiscategorieën lichaamsbouw. “We kennen het type mesomorf, endomorf en ectomorf.” Aan het woord is Mary Midkiff, een Amerikaanse dame die zich toelegt op de kwestie lichaamsbouw en paardrijden. “Het mesomorfe type is van nature bedeeld met een ‘gemiddelde’ lichaamsbouw met dito bespiering. Verreweg de meeste mensen vallen onder deze categorie. Ben je zwaarder en ronder gebouwd, met meer vetmassa, dan hoor je bij het endomorfe type. Het ectomorfe type is lang en dun, met lange armen en benen, een smalle borstkas en weinig bespiering.”

Mesomorf
Jij bent: een mesomorfe vrouw (slank, gemiddelde lengte en bespiering). Het begrip ‘mesomorf’ is veelomvattend. Kleiner met een voller postuur of klein en dun valt ook al snel onder deze groep. “Waarschijnlijk past een geproportioneerd paard van 1,65 m of kleiner het beste bij jouw lichaam”, vermoedt Mary Midkiff. “Tenzij je bent gezegend met ellenlange benen, werkt een groter paard jouw beengebruik tegen. Hetzelfde geldt voor een paard met een brede rug. Een smal tot gemiddeld breed paard past jou het beste. Aangezien het mesomorfe type meestal niet gepaard gaat met erg lange armen of benen is een paard met een lange hals waarschijnlijk geen goede keus. De mesomorf moet de armen strekken om met de lange hals om te kunnen gaan. Heb je een paard met een lang lichaam, dan loop je het risico snel achter de bewegingen te blijven.” Ook voor de gehate ‘peervorm’ waar veel vrouwen van balen heeft Mary wijze raad. “Neem een beknopt paard, zoals een barok paard of barokke kruising. Door de vorm van haar heupen heeft een ‘peervormige’ ruiter moeite in balans te blijven en het paard te verzamelen. Een Andalusiërkruising werkt in haar voordeel en brengt de ruiter in evenwicht.”

Endomorf
Jij bent: een endomorfe man of vrouw, of zwaar bespierde mesomorf (grover gebouwd, hoger vetpercentage, lang). “Let bij het kiezen van een passend paard vooral op de lengte van de paardenrug”, raadt Midkiff aan. “Bij een zeer korte rug drukt jouw lichaamsgewicht als je niet oppast op de achterste borstwervel of op de lendenwervels van je paard. Een erg lange rug is minder stabiel en veert bij te veel gewicht door. Daarbij heeft een langgerekt paard bij veel gewicht moeite met het onderbrengen van zijn achterhand. Een opwaarts gebouwd paard, waarbij de schoft hoger is dan het kruis, past goed bij jou. Dit brengt jou in balans in het zadel. Is de schoft lager dan het kruis, en dat komt vaker voor dan je denkt, dan drukt jouw gewicht te veel op de voorhand en blokkeer je de voorbenen. Dit paard kan zijn werk niet naar behoren uitvoeren en brengt je uit balans.”

Ectormorf
Jij bent: een ectomorfe man of vrouw (lang, dun, lange ledematen, weinig bespiering). “Formaat is belangrijk”, volgens Mary. “Kies zeker geen paard dat klein is. Jouw lange benen blokkeren anders zijn voorbenen. Voordeel van de ectomorf zijn de lange armen. Een ectomorfe ruiter is flexibel in zijn armen en kan goed omgaan met een paard met een lange hals. Zijn armen houden dit gemakkelijk bij. Probleem is echter de bespiering van de ectomorf. Spieroefeningen zijn nodig om met de grote bewegingen van het grotere paard om te kunnen gaan en hem in bedwang te houden.”

Het hele artikel stond in Bit 149.

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant