-

Wat is werk aan de hand met paarden?

Bit; werk aan de hand

Werk aan de hand met je paard is hot! Heb jij geen idee wat het precies is? Na het lezen van dit artikel ken je de allereerste opstap naar alle ins en outs van deze super nuttige aanvulling op de training van jou en je paard! Probeer het eens en ontdek zelf hoe jouw paard erop reageert. Angela Remie van Avalon’s Ruiterbegeleiding en Lilian de Haas van Edelhart tillen alvast een tipje van de sluier op.

Via dit artikel leer je aan de hand van de kennis van beide dames de eerste de basisprincipes. Zie werk aan de hand maar als een oud principe vanuit de klassieke dressuur in een ‘nieuw’ jasje. Helemaal terug van weggeweest. Steeds meer mensen ontdekken de toegevoegde waarde van deze superfijne trainingsmethode.

Wat houdt werk aan de hand in?

Heel kort samengevat komt werk aan de hand neer op ‘je paard rijtechnische oefeningen laten uitvoeren, maar dan zonder ruitergewicht op de rug’. Eigenlijk is het: met zo min mogelijk inspanning je paard toch méér werk laten verrichten. Dit doe je door zelf náást je paard te lopen, waarbij je wel dezelfde hulpen geeft zoals je dat vanuit het zadel zou doen. Goed voor je conditie dus. En dat niet alleen, het is ook voor je paard erg goed. Waarom?

Hieronder zie je de grootste voordelen op een rij:

  1.  Je zíet wat je paard doet met zijn mind, lijf en benen tijdens deze vorm van dressuurtraining, dit vergroot jouw eigen kennis, begrip, vaardigheden en ruitergevoel.
  2. Je traint je paard met name in het begin van de opleiding veelal in een langzaam tempo. Dit vergroot de coördinatie van je paard en verkleint juist zijn bewegingen. Denk aan dezelfde effecten zoals bij o.a. Tai Chi, callanetics of pilates voor mensen. Langzaam bewegen bouwt uiteindelijk hele krachtige en soepele spieren op.
  3. Je paard werkt aan specifieke en door jou gewenste lichaamsontwikkeling, zonder dat hij gehinderd wordt door het zit- gewicht van een ruiter. Ideaal ook om jonge paarden eerst sterk genoeg te maken en pas daarna te gaan belasten met ruitergewicht.
  4. Aanleren van nieuwe oefeningen zoals schouderbinnenwaarts en travers gaan vanaf de grond veel sneller en makkelijker. Als je paard een oefening aan de hand eenmaal kent, dan is het rijdend aanleren ervan nog maar een kleinigheid.
  5. Dé ideale manier van opwarmen voor zowel ruiter als paard. Na wat werk aan de hand ontspant het paard daarna onder het zadel vrijwel direct zijn (rug)spieren. Werk aan de hand maakt je werk onder het zadel ontzettend efficiënt.

Serieus dressuurwerk

Verwar het werk aan de hand niet met grondwerk. Grondwerk is een nuttige en leuke manier van trainen die prima samengaat met werk aan de hand, maar het is zeker niet hetzelfde. Grondwerk richt zich vooral op de vertrouwensband tussen jou en je paard. Werk aan de hand is meer dressuurmatig. Je richt je paard recht en leert je paard meer gewicht dragen op de achterbenen. Je bent bij werk aan de hand ook al vrij snel toe aan oefeningen zoals schouder binnenwaarts, travers, appuyementen, keertwendingen/ pirouettes en de echt klassieke zijgangen, zoals renvers.

Spieren en wat je zelf kunt doen

Werk aan de hand is ook perfect inpasbaar in een revalidatie traject. Veelal wordt dan longewerk aangeraden, maar eigenlijk heb je tijdens de meest gangbare wijze van longeerwerk weinig controle over de bewegingen van je paard. Dit is volgens Lilian ook de visie van de Britse paardenfysiotherapeute Amanda Sutton. Sutton was voormalig begeleidster van het Britse olympische eventing team en  ook zij promoot het idee dat  longeerwerk het SI-gewricht vaak te eenzijdig en zwaar belast zoveel mogelijk.Bit; werk aan de hand; angela remie

Werk aan de hand is meer gecontroleerd dan longewerk. Het vraagt veel coördinatie van je paard en belast hem toch op een rijtechnische manier. Doordat je letterlijk ziet wat je paard wel of niet doet kun je beter inschatten welke spieren wellicht vast zitten. Die kun je dan gericht behandelen indien nodig. Lilian en Angela vinden dat je zelf ook veel kunt doen op gebied van het ontdekken van spierproblemen. Voel bijvoorbeeld tijdens het poetsen de spieren van je paard eens langs en ontdek zo of je warme, koude of stugge en strakke plekken voelt.

Basisplan werk aan de hand

Nieuwsgierig geworden en wil je zelf aan de slag? Dit is op laagdrempelige wijze prima mogelijk! Angela legt de basis op overzichtelijke wijze graag aan je uit!

Wat heb je nodig?

  • Een paard of pony. Elk type paard is goed. Van Fjord tot Fries of van Shetlander tot sportpaard, alles mag.
  • Een lichtgewicht (leren) kaptoom, een touwhalster of een goed passend stalhalster.
  • Teugels, een lange lijn of een verkorte longeerlijn.
  • Zweepje of lange stok, om je arm te verlengen zodat je over de hele lengte je paard kan bereiken. Nimmer om pijnprikkels te geven, maar enkel als aanwijs stok. Tik er maar mee op je eigen been en dan kom je er snel achter hoe hard/zacht je aanwijzing mag zijn. Als je paard geen reactie geeft, ga dan niet harder tikken maar wat in de lucht zwiepen. Beweegt je paard? Ook al is het maar een heel klein stapje: meteen belonen door te stoppen met aantikken of zwiepen! En daarna weer verder proberen.
  • Geduld en een positieve instelling. Beloning van de juiste reacties van je paard is het toverwoord!

‘Less is more’, behalve bij belonen

Maar, wat zal je paard ervan denken? Náást mijn ruiter meelopen??? Als je aan de linkerzijde van je paard loopt gaat het meestal nog wel, maar als jij aan de rechterzijde van het paard gaat lopen….. Dan zul je merken dat dit soms al een hele opgave kan zijn voor een paard. Heb geduld! En wees lief. Neem de tijd voor de basis en begin met de juiste optoming. Probeer nooit je teugels direct aan het bit bevestigen! Dit geeft onnodige en belastende druk in de mond van je paard. Gebruik liever een kaptoom, een neusriem met ringen, een stalhalster of touwhalster en bevestig je teugels aan de ringen op of naast het hoofd. Dit kan allemaal over je gewone hoofdstel heen, wel zo handig als je alleen maar aan het opwarmen bent.

Wanneer je het werk aan de hand echt leuk vindt, dan is een gecombineerd hoofdstel waarbij de kaptoom in de neusriem is geïntegreerd het handigst. Ook is een fijn bitloos hoofdstel een optie, je zal zien dat er voor iedereen wat wils is. Een hoofdstel met bit mag eventueel ook, maar alleen als de druk op de teugels steeds zeer minimaal is. Volgens Lilian en Angela kan er nooit té weinig druk op het bit zijn. Ook voor werk aan de hand geldt: “Less is more”. Behalve voor wat het belonen betreft!

Stap voor stap

Je begint met het zoeken naar de voor jou en je paard meest eenvoudige uitgangspositie voor wat je eigen plaats ten opzichte van het paard betreft. Dit kunnen 3 verschillende posities zijn. Probeer ze één voor één eens uit:

Positie 1: schuin voor je paard

Hierbij loop je zelf vlak voor het hoofd van je paard achteruit. Deze positie is het veiligst als je een jonger of zenuwachtig paard hebt.

Het achteruit lopen is in het begin misschien even lastig. Of het in beweging krijgen van je paard, ook zo’n ding. Helemaal normaal! Volhouden en lekker doorgaan. Drijf je paard desnoods zachtjes wat voorwaarts met behulp van een helper, je stem of wat lichte bewegingen in de lucht van je zweepje.

Is je paard bang van de zweep? Ga dan eerst in stilstand werken aan het wennen aan en ontspannen accepteren van de zweep. Wijs de zweep voorzichtig naar je paard toe en houd dit vol totdat je paard even stil blijft staan. Al is het maar een fractie van een seconde, haal dan per direct de zweep weg van je paard! Dit is de beloning. Zodra het paard stopt met uit angst wegstappen voor de zweep, haal je de druk van de zweep onmiddellijk weg. En belonen! Lovende woorden kun je niet genoeg gebruiken in het begin. Je paard zal gaan begrijpen dat stil blijven en niet bang zijn de bedoeling is. Je paard rustig ‘aaien’ met de zweep werkt na een tijdje vaak ook goed. Pas als je paard echt helemaal niet meer bang van de zweep is ga je verder met het leren voorwaarts gaan vanuit deze eerste positie.

Op de foto laten Angela en haar hengst Divisor JL Diamante de eerste positie aan je zien:

Bit; angela remie; academische rijkunst;

Positie 1: zelf schuin voor je paard

Positie 2: naast je paard, ter hoogte van de paardenschouder

Hierbij heb je de teugels over de hals van het paard, zoals wanneer je zou gaan rijden. Houd ze ook op dezelfde manier vast. Liefst aan beide zijden van de hals. Is je paard daar te groot voor? Om te beginnen is een enkele teugel ook nog voldoende (zie afbeelding positie 2). In een meer gevorderd stadium zijn twee teugels wel handig. Houd dan je handen naast elkaar aan jouw kant van de hals op een hoogte die voor zowel jouzelf als het paard prettig is.

En je zweepje? Dit heb je voor de oefeningen in een later stadium afwisselend in beide handen nodig. In het begin is je zweepje in je binnenhand het makkelijkst. Beweeg het zweepje indien nodig eventueel een beetje heen en weer om je paard voorwaarts te drijven. Loopt je paard goed mee? Laat je zweep dan altijd stil naar de bodem wijzen. Dit bewust stil en omlaag houden van je zweepje zorgt ervoor dat je paard attent blijft op aanwijzingen die later bij oefeningen met de zweet gaat geven.

Op de foto hiernaast zie je positie 2, uitgevoerd door Angela en Betunero V:

Bit; werk aan de hand

Positie 2, naast de hals/schouders

Lukt het je om in de eerste en tweede positie vlot en in harmonie met je paard door de bak te stappen? Probeer dan ook eens de derde positie:

Positie 3: ter hoogte van de singelplaats naast je paard

Werk aan de hand kan zowel mét een zadel op de rug als zonder een zadel op de rug. Loop zelf naast de plaats waar het zadel ligt of zou moeten liggen. Je handen met de teugels houd je in dit geval op dezelfde plaats zoals je dat rijdend zou doen. Boven de schoft van je paard. Of er aan de binnenkant naast als hij te hoog is.

Hiernaast de derde positie met de Ulbert L Odin:

Bit; academische rijkunst; angela remie

Positie 3, tussen voor en achterbenen op zadelhoogte

Welke van de posities voelt het makkelijkst voor jou en je paard? Kies uiteindelijk voor de voor jullie fijnste werkpositie en ga daar dan rustig mee door. Steeds een paar minuutjes langer. Al zou je maar 10 minuten opwarmen op deze manier, het is vast en zeker effectief! Nu heb je een paar van de allereerste basisoefeningen die nodig zijn voor het later meer gevorderde werk aan de hand.

Bronnen: BitEdelhartAvalons Ruiterbegeleiding

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant