-

Voor of achter de loodlijn: hoe zit dat precies?

Loodlijn Arnd Bronkhorst

 ‘Paard loopt achter de loodlijn’, of ‘neusje meer eruit rijden’ zijn termen die vaak op protocollen terug te vinden zijn in alle dressuurklassen. Ook wordt vaak genoemd dat een paard ‘te diep’ loopt. Wat bedoelen juryleden er nou eigenlijk mee? En kun je het oplossen? Instructeur en jurylid Margot Hoeberichts legt het uit. 

Wat is de loodlijn?

“Als je wilt weten wanneer jouw paard te diep loopt, is het ook handig om te snappen wat instructeurs en juryleden eigenlijk bedoelen met ‘de loodlijn’. Want je kan het voelen wanneer jouw paard erachter loopt, maar ook dat gevoel moet je leren herkennen. De loodlijn is een denkbeeldige lijn die vanaf de oren van je paard, wanneer hij in een correcte aanleuning loopt, recht naar beneden te trekken zou moeten zijn. Ofwel, als je een touwtje met een loodje eraan aan de oren van je paard knoopt, dan zou het hele hoofd van je paard – inclusief neus – precies langs die lijn moeten lopen. Dit betekent dat de nek van jouw paard het hoogste punt moet zijn. Als jouw paard erachter loopt, zeggen we dus eigenlijk dat hij te kort in de hals is.” 

Van achteren naar voren rijden

“Als je vaak te horen krijgt dat jouw paard ‘te diep’ of ‘achter de loodlijn’ loopt, dan is de kans groot dat je ook vaker hoort dat je ‘van achteren naar voren’ moet rijden. Dat is namelijk de énige juiste manier om jouw paard goed in de aanleuning te krijgen en dus ook om hem ‘op de loodlijn’ te krijgen. Wanneer je een paard hebt dat erg voorwaarts is van zichzelf, betekent het niet automatisch dat hij ook voor je been en aan de hulpen is. En dus ook niet dat hij goed van achteren naar voren gereden wordt. Je kunt dit testen door veel overgangen te rijden. Gaat hij naar voren wanneer je been geeft en komt hij terug als je zwaarder gaat zitten? Krijg je snel genoeg reactie? Deze tempocontrole is de eerste stap in de opleiding van een paard en blijft in alle klassen belangrijk.” 



Hoe voelt een goede aanleuning?

“Het is altijd lastig om uit te leggen wat aanleuning is wanneer je dit bij nieuwe combinaties doet, want het is iets dat ze moeten leren voelen. Bij een goede aanleuning zijn de handen en armen van de ruiter verlengstukken van de teugels en voel je een gelijke druk in beide handen én armen. Veel ruiters rijden teveel met de handen op de bovenbenen óf te los/vaste verbinding, wat betekent dat je als ruiter nooit dat constante gevoel van gelijke druk ervaart. De ene keer voelt het strakker en dan weer los. Voor ruiters is dat vervelend, maar voor paarden nog veel meer, omdat je dus iedere keer in zijn mond zit te woelen. Je kan het vergelijken met iemand die jouw hand vast heeft om je ergens naar toe te leiden, en daar steeds aan trekt en weer loslaat. Dat is erg onrustig en zelfs irritant. Veel fijner is het als iemand jouw hand neemt en je rustig een bepaalde kant opneemt door een zachte druk. Voor paarden is dat net zo, dus: teugels op maat en handen voor je uit!”

Achter de loodlijn oplossen

“Elk paard heeft natuurlijk een andere bouw, maar wanneer je paard constant te diep loopt, moet je jezelf wel even achter de oren krabben en het proberen op te lossen. De reden is meestal dat jouw paard niet goed genoeg aan je hulpen en voorwaarts is, dus zorg dat je daarmee aan de slag gaat. Rijdt bijvoorbeeld veel overgangen op verschillende plekken in de baan, het liefst zo kort mogelijk achter elkaar en neem tempowisselingen mee. Zorg daarbij ook dat je niet te harde handhulpen geeft. Je paard kan beter met zijn hoofd iets te hoog lopen maar wél naar voren willen, dan dat je hem al op de handrem zet voordat je überhaupt aan het werk gaat. Dit betekent overigens niet dat je geen enkele druk in je handen en armen voelt, want dat denken ruiters ook nog wel eens. Als je géén enkele druk voelt, dan loopt jouw paard achter de loodlijn of gewoon helemaal recht. Jouw teugel mag niet slap hangen en ook niet zo strak staan dat je zere armen krijgt.”

Herhalen, herhalen, herhalen

”Snelle oplossingen bestaan niet en trainen van een paard kan alleen door consequent te zijn. Je kan niet de ene dag hard werken aan de aanleuning, de andere dag een beetje door de baan racen zonder aanleuning en dan de derde dag weer aanleuning verwachten zonder dat je ervoor moet werken. Paardrijden is hard werken en dingen veel herhalen om het beter te krijgen en bevestigen. Dus zorg dat je altijd hetzelfde van jouw paard vraagt; zoals bijvoorbeeld reactie op jouw hulpen en een goede aanleuning. Dat kan ook als je de ene dag in de bak rijdt en de andere dag in het bos.”

Bron: Bitmagazine.nl

Meer lezen van Bit? Neem dan nu een abonnement of koop een losse editie van het magazine in de webshop!
Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant