-

TREC: Op avontuur met je paard

Amanda Melchior

Je hebt vast al eens gehoord over TREC, een recreatieve vorm van paardensport die ook in Nederland is uitgegroeid tot wedstrijdsport. Het veelzijdig karakter en plezier zijn belangrijke elementen en TREC is in principe geschikt voor iedere ruiter en elk paardenras. TREC-ruiter Wendy Koekoek van TREC Noord verzorgt geregeld trainingen en introductiedagen, ze vertelt hoe je je kunt voorbereiden op een wedstrijd. Daarnaast lees je waarom je TREC zeker een keer moet proberen.

TREC, voor wie?

TREC is allesomvattend: voor recreatieruiters is het leuk om een trainingsdoel te hebben en door de vele dressuurmatige elementen is TREC een goede training voor alle disciplines. Wendy vertelt dat het deelnemersveld dan ook erg gevarieerd is: van recreatieruiters die nog nooit een wedstrijd hebben gereden tot Z-dressuur- of springruiters die op zoek zijn naar iets anders of een afwisseling zoeken in hun normale training.

Onderdelen TREC

TREC bestaat uit drie onderdelen: een oriëntatierit, een gangenbeheersingsproef en een vaardigheidsparcours. Deze onderdelen worden meestal verdeeld over een zaterdag en zondag.
Op de eerste dag wordt de oriëntatierit (POR: Parcours d’Orientation et de Regularité) gereden. In de beginnersklasse is die maximaal 25 km. Deze hoef je niet alleen te rijden, dat mag in equipe met twee of drie ruiters.

Het rijden van de POR met scorekaart en verplichte bepakking.

Oriëntatierit (POR)

De POR begint met het overnemen van de route van een stafkaart en dat komt erg precies. Naast het rijden van de juiste route, is ook het tempo van belang. De rit is verdeeld in verschillende trajecten met elk een bepaalde voorgeschreven snelheid.

Hier kan je je op voorbereiden door te oefenen met snelheden, zodat je weet hoeveel kilometer per uur je paard loopt in een bepaalde gang en tempo. Natuurlijk is het erg belangrijk dat je controle hebt over je paard in een vreemde omgeving en dat je paard ook rustig kan wachten, bijvoorbeeld als jij op de kaart moet kijken of bij een controlepost onderweg.

Gangenbeheersingsproef (MA)

Bij een tweedaagse wedstrijd vindt het volgende onderdeel op de tweede dag plaats: de gangenbeheersingsproef (MA: Maitrise des Allures). Deze wordt gereden op een baan van 1,5 meter breed en 150 meter lang en kan bijvoorbeeld op een bospad zijn of in een weiland. De heenweg galoppeer je zo langzaam mogelijk, aan het einde draai je om en stap je zo vlot mogelijk terug.

De praktijk leert dat dit voor veel deelnemers best een moeilijk onderdeel is. In de meeste gevallen zal je bij de andere ruiters vandaan moeten rijden, wat je paard mogelijk niet zo’n goed idee vindt.

Daarnaast zijn over de hele lengte juryleden vlak naast de baan gepositioneerd: zij zitten op een stoel met een scoreformulier en als je pech hebt ook nog een paraplu. Het is dan ook belangrijk dat je paard goed aan de hulpen is, gehoorzaam en niet snel onder de indruk.

De terugweg in stap bij de MA.

Vaardigheidsparcours (PTV)

Meestal begin je aansluitend aan de MA aan het vaardigheidsparcours (PTV: Parcours en Terrain Varié). Dit is een parcours met 16 verschillende hindernissen die zijn opgesteld op een route door een bos of ander terrein. Er zijn ongeveer 35 verschillende hindernissen mogelijk, zowel onder het zadel als onder de man. Welke er zijn gekozen, zie je pas bij het verkennen van het parcours.

Elke hindernis heeft zijn eigen regels en puntentelling. Ook voor stijl en rijgedrag worden punten gerekend. Bij sommige hindernissen is het tempo mede bepalend voor de punten: in een hogere gang zijn meer punten te verdienen. Voor het afleggen van het gehele parcours staat een tijdslimiet.

Wat leuk is binnen dit onderdeel, is dat je altijd kan kiezen wat je wel of niet wilt doen. Als er een hindernis is die je niet durft of wilt doen, mag je deze overslaan. Je mist dan die punten, maar je bent niet gediskwalificeerd. Op die manier kan je TREC ook zien als een hele goede oefening voor jou en je paard waarbij je ook al mee kunt doen als je nog niet alles beheerst.

Voorbeelden van hindernissen zijn: een acht rijden op één hand, onbeweeglijk stilstaan, een heuvel op of af rijden, een slalom, achterwaarts, een waterpassage en een heg of boomstam springen.
De sprongetjes zijn in de beginnersklasse niet hoger dan 60 cm.

Boomstammen in vele variaties tref je vaak in de PTV.

Voorbereiding TREC

“TREC heeft een laagdrempelig en recreatief karakter, maar dat neemt niet weg dat het belangrijk is om goed voorbereid te zijn als je mee gaat doen aan een wedstrijd”, vertelt Wendy. “Het is ook zeker aan te bevelen een training te volgen voordat je een wedstrijd gaat rijden. Je krijgt dan uitleg over de hindernissen, hoe ze precies genomen moeten worden en waar je op moet letten. Je kunt ook een keer gaan kijken of helpen; er zijn veel vrijwilligers nodig bij een wedstrijd en je leert er veel van.”

Op de website van TREC Club Nederland vind je een lijst met alle hindernisbeschrijvingen en ook veel andere informatie om je voor te bereiden op een wedstrijd.

Zelf aan de slag!

Wendy Koekoek geeft ook een aantal tips om thuis te oefenen. Met een paar balken kan je al veel variëren en meerdere hindernissen nabouwen. Met twee hindernispalen en een longeerlijn oefen je het openen van een poort. Maak ook je sprongetjes eens anders dan anders, zodat je paard leert op jou te vertrouwen en gemakkelijker de heg of bezembak in de PTV zal springen. En natuurlijk: maak buitenritten! TREC draait feitelijk om jezelf kunnen redden op een trektocht. Ga moeilijke elementen dus niet uit de weg, maar neem ze juist mee: een heuvel, een greppel, het openen van het hek bij het natuurgebied vanaf je paard.

Waarom moet je TREC proberen?

Tot slot enkele TREC-ruiters aan het woord die vertellen waarom je TREC zou moeten proberen:

  • “Allereerst omdat het gewoon heel erg leuk is!”
  • “Het bevordert de samenwerking en het vertrouwen tussen paard en ruiter.”
  • “Formaat en ras zijn van ondergeschikt belang: paardenrassen die door bouw of karakter minder gewaardeerd worden in de dressuur- en springsport kunnen uitblinkers zijn in de TREC.”
  • “TREC is lekker veelzijdig. Er komt dressuur-, spring- en schriktraining aan te pas. En niet te vergeten: je eigen kaartleesskills…”
  • “Je bent een heel weekend lekker met je paard op pad.”
  • “Je ontmoet allemaal mensen die er net zoveel lol in hebben als jij.”
  • “Het concurrentiegevoel is daardoor heel laag en het is heel normaal elkaar te helpen waar dat nodig is.”
  • “Back to basic. Een heel weekend op pad met je paard betekent vaak ook lekker kamperen in je tentje of trailer met je paard in een paddock er naast.”
  • “Het is zo’n fijn gevoel wanneer je kunt vertrouwen op het zelfoplossend vermogen van je paard. En daarover beschikken ze, je zult er versteld van staan.”
  • “En wat te denken van de kick die het geeft als je paard je zo vertrouwt, dat alle gekke dingen die je voor z’n neus zet gewoon overwonnen worden.”
  • “Je komt op plekken, waar je anders niet mag komen, zoals in hele mooie natuurgebieden.”
  • “De verschillende onderdelen maken het heel afwisselend. De uitvoering en de daarbij te behalen scores zijn voor jezelf belangrijker dan de eindplaatsing. Oftewel: meedoen is belangrijker dan winnen.”

Lees meer over de verschillende onderdelen van TREC, de benamingen, regels en wedstrijdniveaus in het artikel “TREC rijden; wat houdt dit in?”.

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant