-

Train de galop met deze drie oefeningen over balkjes

Arnd Bronkhorst

Die balken op de grond worden door velen dan wel liefkozend ‘drafbalkjes’ genoemd, maar wist je dat er ook eindeloos veel galopoefeningen te bedenken zijn met simpele balkjes? Bit tekent een drietal leuke oefeningen voor je uit!

Maar allereerst: waarom zou je – zeker als je geen springambities hebt – de galop van je paard trainen met balkjes? Balkjes brengen niet alleen variatie in de training van je paard, maar geven je ook een leuk inzicht in de progressie die je met je paard maakt. Misschien lukt het je vandaag nog niet om slechts zes galopsprongen tussen twee balkjes te maken, maar doet je paard dat over een maand met gemak! Door met balkjes te trainen kun je werken aan het controleren over het tempo en de lengte van de pas, oefenen met buiging en stelling, verzameling, wendbaarheid én een beginnetje maken aan de galopwissels. 

Oefening 1: Wisselen door het trechtertje

Wat?

Leg voor deze oefening twee balken midden op de A-C-lijn van de bak. Zorg ervoor dat er voldoende ruimte is voor je paard om tussen de twee balken door te lopen en houdt er rekening mee dat je aan weerskanten een volte van 12 tot 24 meter kan maken.



Hoe?

Bij deze oefening rijd je een grote ‘8’. Steeds wanneer je tussen de twee paaltjes bent wissel je van galop via draf. Als je paard al de vliegende wissels springt, kun je afwisselen tussen een vliegende wissel en een eenvoudige wissel terug naar stap. Stel jezelf bij het rijden van de oefening steeds de volgende vragen:

  • Lukt het me om de voltes steeds even groot en helemaal rond te maken?
  • Kan ik mijn paard steeds de correcte stelling en buiging aan laten nemen?
  • Laat mijn paard een vloeiende overgang zien tussen de twee balkjes?
Oefening 1: Wisselen door het trechtertje

Waarom?

Deze oefening is een leuke manier om nette wisselingen van de galop te oefenen. Omdat je jezelf goed bewust bent op welk punt de wissel moet plaatsvinden (namelijk tussen de twee balkjes), leer je jezelf om keer op keer de overgang op tijd voor te bereiden, zonder daarbij de andere oefening die je aan het doen bent (voltes maken) af te raffelen!

Oefening 2: Twee balkjes op een rechte lijn

Wat?

Leg opnieuw twee balken op de A-C-lijn, maar laat er nu ruimte voor één galopsprong tussen: zo’n 4 tot 5 meter, afhankelijk van de pasgrootte van je paard!

Hoe?

Bij deze oefening galopeer je in een rustig ritme over beide balken op de A-C-lijn. De galopsprong over het eerste balkje, tussen de balkjes en over het tweede balkje moeten alle drie gelijk zijn!

Je kunt voor je de A-C-lijn op stuurt en wanneer je van de lijn af komt een kleine volte draaien, alvorens je rechtdoor gaat over de hoefslag. Rij deze oefening van beide kanten aan, zowel in de linker- als de rechtergalop! 

Oefening 2: Twee balkjes op een rechte lijn

Waarom?

Het is belangrijk om bovenal simpel te blijven zitten: als de balkjes juist liggen, is het aan je paard om ervoor te zorgen dat hij zijn ritme weet te behouden. Het klinkt als een simpele oefening, maar toch hebben veel paarden er problemen mee. Het is namelijk de kunst om je paard niet over de balkjes te laten springen, maar er simpel overheen te laten lopen: net alsof er niets ligt. Vooral paarden die drammerig worden en gaan rennen naar de balkjes toe en van de balken af, leren met deze oefening te wachten en bij je te blijven.

Oefening 3: Verruimen en verzamelen

Wat?

Een klassieker: het verruimen en verzamelen van de galop over twee balkjes! Leg twee balken neer met daartussen ruimte voor zes galopsprongen: de precieze afstand kun je voor jouw paard het beste berekenen aan de afstand die je nodig had bij de vorige oefening. Je kunt de balken over de A-C-lijn leggen, maar ook langs de hoefslag, om je paard wat aanleuning te geven van de bakrand.

Hoe?

Gallopeer een aantal keer door het lijntje, zowel in de linker- als rechtergalop. Zorg ervoor dat het paard in zijn natuurlijke ritme loopt en dat je zes gelijke galopsprongen tussen de balken kunt maken. Pas de afstand eventueel aan als ’t niet helemaal past. Kijk nu eens of je het aantal passen kunt verlagen naar vijf. Rij hiervoor het lijntje al in met een iets ruimere sprong, zodat je niet tussen de balkjes hoeft te ‘drukken’. Denk erom dat je paard niet versnelt, maar verruimt: een groot verschil!

Oefening 3: Verruimen en verzamelen

Lukt het om vijf passen te maken? Ga dan terug naar zes en probeer daarna je paard wat meer te verzamelen. Gallopeer met een kleinere sprong het lijntje in en tel of het je lukt om zeven passen te maken! Stel jezelf tijdens het rijden steeds de volgende vragen:

  • Verruimt en verzamelt mijn paard daadwerkelijk of gaat hij alleen harder of langzamer?
  • Kan ik de lengte van de passen ‘voelen’?

Waarom?

Met deze oefening leer je niet alleen je paard beter aan de hulpen te zijn en oefen je zijn ritme en balans, maar je leert zelf ook de passen van je paard ‘voelen’. En dat is cruciaal, zeker wanneer je ook wel eens parcoursen springt met je paard!

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant