-

Tips om de achterhand van je paard sterker te maken tijdens het rijden

Arnd Bronkhorst

Van nature rust het meeste gewicht van een paard op de voorhand, ongeveer 3/5 waarbij het overgebleven gewicht door de achterhand gedragen wordt. Wanneer wij als ruiter op onze paarden zitten, komt er nóg meer gewicht op de voorhand. Dit is simpel uit te leggen, we zitten namelijk meer aan de voorkant van het paard dan aan de achterkant. Als ruiters streven we ernaar om al dat gewicht juist zoveel mogelijk naar de achterhand te verplaatsen. Zo kan het paard ons beter dragen, maar wordt hij ook fijner te rijden. Hij krijgt niet alleen meer schoudervrijheid, maar wordt ook een stuk lichter in de hand en komt beter aan de hulpen. Maar hoe train je nou die achterhand van je paard? Margot Hoeberichts, jurylid en instructeur geeft 6 tips voor tijdens het rijden. 

Je lees meer over de achterhand van je paard in de nieuwste minigids (die bij Bit zit). Je bestelt ‘m hier!

Begin simpel, rijdt overgangen

“We denken vaak meteen een beetje moeilijk, wanneer we horen dat ons paard veel op de voorhand loopt of achter sterker moet worden. De hogere dressuur maar ook het voeren van krachtsupplementen worden vaak als oplossing gezien. Je kan veel makkelijker beginnen, namelijk met het rijden van overgangen. Van stap naar draf en weer terug, gewoon langs de lange zijde van de rijbaan en zo kort mogelijk achter elkaar. Dat kan je met elk paard doen en heb je geen dressuurpaard voor nodig. Als je van achter naar voren aandraaft, moet je paard die achterhand wel goed gebruiken. Draaf niet te lang door, want dan zal hij al snel weer op de voorhand zakken. En heeft je paard een hupjse bij het aandraven? Dan loopt hij niet goed van achter naar voor en kan je de overgang beter even opnieuw doen”.

Gebruik balkjes of cavaletti

“Deze tip kent bijna iedereen, maar tocht gebruiken we het niet vaak. Namelijk het gebruik van cavaletti of balkjes in onze training. Ik kan me voorstellen waarom we het niet vaak gebruiken, want je moet toch vaak even slepen met al die balken. Ook kennen paarden het niet altijd en heb je even overredingskracht nodig om ze er goed overheen te krijgen. Toch raad ik het wel aan om het mee te nemen in je training. Want behalve afwisseling, zorgt het ook voor een beter achterbeen gebruik en een betere balans”. 

Neem eens wat wijken mee

“Toegegeven, voor veel ruiters die het niet dagelijks doen, zijn zijgangen soms best lastig. In de L1 kom je al het wijken tegen en er zijn een heleboel ruiters die daar moeite mee hebben. Er is wel een reden dat zo vroeg in de dressuur begonnen wordt met zijgangen; ze stimuleren het rechter maken van je paard door beide zijden even sterk en soepel te maken én ze zijn de eerste stap richting verzameling.  Begin simpel: vanaf de tweede hoefslag en rijdt met je binnen been naar buiten. Veel ruiters zijn te druk met stelling, waardoor paarden over de buitenschouder wegvallen. Bij wijken moet je eigenlijk helemaal niet met die stelling bezig zijn, als hij goed aan je binnen been is, komt de juiste stelling helemaal vanzelf. Kijk als ruiter maar gewoon naar de letter waar je naar toe rijdt en blijf een beetje van die voorkant af”. 

Schouderbinnenwaarts

“Lukt het wijken, de overgangen en de cavaletti? Dan kan je ook een begin maken met schouderbinnenwaarts. In eerste instantie geen makkelijke oefening, je moet het echt even begrijpen. We rijden deze oefening veel en vaak als dressuurruiters, maar ook als je geen dressuur rijdt en jouw paard toch sterker wilt maken, is dit een hele goede oefening. Het is een oefening op 3 sporen, wat wil zeggen dat als je er achter staat, je 3 benen van het paard ziet. Je traint het binnenachterbeen van jouw paard, dat daardoor dus sterker wordt. Ook wordt de aanleuning vaak nog een stuk beter, wordt je paard buigzamer en krijgt hij meer schoudervrijheid. Begin je voor het eerst met schouderbinnenwaarts? Dan kan dat het beste in stap of aan de hand, zodat je paard goed leert waar hij zijn voeten neer moet zetten. Ben je al gevorderd? Rijdt het dan eens in galop, dat helpt bij het recht richten. Voor alle gangen geldt: plaats altijd de schouder naar binnen, niet de achterhand naar buiten”. 

Achterwaarts gaan

“Achterwaarts gaan is een oefening die we heel vaak vergeten tijdens het rijden, maar eigenlijk is hij wel heel belangrijk. Je oefent niet alleen een stuk gehoorzaamheid, maar je paard leert ook gewicht op de achterhand te dragen. We slaan het vaak over omdat we het vergeten, of omdat het een oefening is waarbij veel mis kan gaan. Zo kan je paard scheef gaan, slepen met zijn benen, duiken met zijn hoofd of gewoon überhaupt weigeren achterwaarts te gaan. Zorg dat je paard ook aan de hand makkelijk achterwaarts gaat, dan is makkelijker aan te leren als je erop zit. Ook fijn als achterwaarts in je dagelijkse routine zit, want op een buitenritje maak jij met gemak even dat hek open”.  

Zorg dat de basis goed is

“Klinkt allemaal leuk en aardig natuurlijk, al die oefeningen, maar voordat je eraan begint moet je basis wel op orde zijn. Wat dat dan is? Tempo, takt, regelmaat en aanleuning, ofwel je paard moet in dezelfde gang altijd hetzelfde tempo aanhouden met passen die even groot zijn en even lang. Hoewel je niet overal de perfecte aanleuning voor nodig hebt, is het wel fijn als je paard nageeft. Lukt dat nog niet altijd? Dan zou ik aanraden om te focussen op de eerste tip, namelijk het rijden van overgangen”. 

Je lees meer over de achterhand van je paard in de nieuwste minigids (die bij Bit zit). Je bestelt ‘m hier!

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant