-

Strandtraining met Sander Marijnissen

Lonneke Ruesink

Wie wordt er niet vrolijk van zon, zee en paardrijden? Het strand biedt ongekende mogelijkheden om je paard te verbeteren, vindt dressuurruiter en instructeur Sander Marijnissen. Hij geeft handige tips en legt uit hoe je zelf aan de slag kunt.

dressuurrijden (Large)Intervaltraining

“Het strand is bij uitstek geschikt om lekker lang rechtuit te rijden. In de bak kom je altijd weer een hoek tegen. Langs de zee heb je dat niet. Dat nodigt veel paarden uit om hard te gaan. Daardoor maken ze zich langer en worden ze vlakker in de beweging. Dat willen dressuurruiters niet. Je kunt wel gebruikmaken van de voorwaartse impuls die je cadeau krijgt door te schakelen in tempo. Rijd in draf een paar passen naar voren, waarbij je paard door de omgeving wordt uitgenodigd zijn benen echt lekker naar voren te gooien en zijn schouders vrij te maken. Dat lukt alleen als je goed onafhankelijk zit. Gebruik dus niet de teugels voor je evenwicht. Blijf desnoods lichtrijden als je de beweging niet goed kunt uitzitten. Na een paar passen laat je het paard terugkomen door iets zwaarder te zitten en eventueel je hand even kort te sluiten. Luistert hij niet, neem hem dan terug tot stap. De controle houden is namelijk belangrijk. Schakel een paar keer in draf naar voren en terug. Als je steeds voorwaarts en terug rijdt, weet je paard dat op een gegeven moment. Hij moet het op de hulp doen, niet omdat hij denkt dat hij dat moet doen. Heb je voldoende controle, doe dit schakelwerk dan ook in galop. Zo niet, houd het bij draf. Overgangen stap-draf-stap of draf-galop- draf zijn ook heel goed op zo’n lang recht stuk. Daarbij geldt opnieuw dat je controle moet houden en meteen reactie wilt op minimale hulpen, zowel vooruit als terug.”

Staptraining

“Paarden die wat beperkt stappen kun je verbeteren door ze sterker te maken. Daar worden tegenwoordig aquatrainers voor gebruikt, maar de zee is gratis. Stappen door de zee zorgt ervoor dat een paard zijn benen hoger optilt. En het geeft veel meer weerstand, loop zelf maar eens in het water. Je kunt het net zo zwaar maken als je wilt, door bijvoorbeeld van kogeldiep tot kniediep door het water te gaan. Of probeer eens te wisselen tussen verzamelde stap en arbeidsstap. Bijkomend voordeel is dat het zoute zeewater een gunstig effect heeft op de gezondheid van de benen. De doorbloeding verbetert en het ontsmet kleine wondjes of mok.

‘Een aquatrainer? De zee is gratis’

Wil je paard met geen mogelijkheid de zee in? Kijk op de getijdentabel (via Google per plaats en datum te vinden) wanneer het eb is, dan zijn er meestal wel van die ondiepe watergeulen zonder golven. De meeste paarden durven daar wel door. Nog niet? Richt zijn achterste naar het water en stap er achteruit in. De meeste paarden zijn namelijk bang voor de brekende golven, niet voor het water op zich. Dus als ze er eenmaal doorheen zijn, gaat het wel. Houd er rekening mee dat ze soms een sprong over een golf nemen. Doe eventueel een beugelriem om de nek of een riempje aan het zadel, waar je je met één hand aan vasthoudt. Dat is echt geen schande en het is beter dan een ruk in de mond, of nog erger, een valpartij. Een lang stuk stappen op het strand achter een ander paard aan dat flink doorstapt, is trouwens ook al een heel goede training voor een paard dat in die gang moet verbeteren. Gebruik nooit bandages op het strand. Die worden wijd door het water, met alle gevaarlijke gevolgen van dien.”

opening groot aflopend op rechts (Large)Conditietraining

“Om op het strand te komen, moet je meestal over één of meerdere duinen. Heuveltraining is bij uitstek geschikt om de conditie van je paard te verbeteren. Omdat het zand in de duinen vaak mul is, is het wel verstandig er in stap overheen te gaan. Anders is het een te zware belasting voor de pezen. Stap rustig een paar keer naar boven en weer terug.

Een paar kilometer achter elkaar galopperen is niet alleen leuk voor de afwisseling, maar ook goed voor de conditie van zowel jou als je paard. Laat je bijvoorbeeld met je paard door iemand afzetten bij een parkeerplaats aan het strand. Kijk vooraf wat de windrichting is en rijdt met de wind mee, dat voelt prettiger. Laat je verderop aan het strand weer oppikken. Als je op de kaart de afstand nameet, weet je precies hoeveel kilometer het is. Begin met losstappen in zee, ga dan langs de vloedlijn in galop en houd dat bijvoorbeeld twee kilometer vol. Zit enigszins voorover, met je achterste uit het zadel, om de rug van je paard te ontlasten. Je hoeft niet te racen, een rustig tempo is zwaar genoeg over zo’n afstand. Je zult merken dat je best snel moe wordt en je paard ook. Houd toch nog even vol en stap het paard dan weer rustig uit. Doe je dit met enige regelmaat, vergroot dan de afstand of maak het zwaarder door in galop in tempo te varieren. Houd je nog geen twee kilometer vol? Las tussendoor een stappauze in om op dem te komen. Is je paard zo druk dat hij er bij de eerste galophulp vandoor gaat, dan kun je twee dingen doen. Als het rustig is op het strand en je vindt het niet eng, kun je hem gewoon laten uitrennen. Hij wordt vanzelf een keer moe. Vind je dat niet prettig, stuur hem dan met twee handen richting het mulle gedeelte, dichter naar de duinen. De meeste paarden geven snel de moed op in het zware zand. Pas wel op voor wandelaars en kuilen.”



Zijgangen

“Het hardere gedeelte strand langs de vloedlijn is een uitstekende bodem voor alle dressuuroefeningen die je maar kunt bedenken. Heb je moeite om je paard voldoende te laten scharen in het wijken of het appuyeren, dan kan de zee helpen. Kijk goed naar het water, rijd er dicht langs en geef de hulp om opzij te gaan als er een golf aan komt rollen. Veel paarden zullen dat als extra aanmoediging gebruiken. De kunst is wel om daarbij op de juiste manier hulpen te blijven geven. Als je paard daardoor ook harder gaat, mag je hem niet weg laten lopen. Vang hem op met een korte hulp met twee teugels tegelijk, om de balans weer naar achteren te verplaatsen. Blijf niet aan de teugels hangen en laat hem opnieuw op eigen benen zijwaarts gaan.

Je kunt op deze manier ook schouderbinnenwaarts oefenen, door de voorhand tussen twee teugels mee te nemen naar de zee toe. De aanrollende golven zorgen voor extra impuls, waardoor het paard zijn binnenbeen goed naar voren onder zijn lichaam zal zetten. Denk opnieuw om het evenwicht. Je wilt dat het paard meer gaat dragen, niet dat hij hard wegloopt over zijn buitenschouder.

Regels en veiligheid

Ga vooraf na wat de regels op het strand zijn. Die variëren namelijk per gemeente. Op sommige plekken mag je in vakantietijd helemaal niet met paarden op het strand, op andere plaatsen is het gelimiteerd tot bepaalde strandgedeelten of tijdstippen buiten de drukte om. De informatie hierover staat op gemeentelijke websites, maar je kunt ook via Google het telefoonnummer van een lokale manege opzoeken en daar informeren.

Ga je voor het eerst met je paard naar het strand, dan is het verstandig om met iemand anders samen te gaan. Liefst met een paard dat al aan het strand is gewend of lekker koelbloedig is. De open ruimte en de constant aanrollende golven hebben op sommige paarden een afschrikwekkend effect.

Houd rekening met andere strandbezoekers. Sommige wandelaars zijn bang voor paarden. Scheur er niet op topsnelheid voorbij. Galoppeer liever niet door het water. Je zou de eerste niet zijn die door een kuil kopje onder gaat.

Trek niet zijn hoofd naar binnen met de binnenteugel, maar plaats de schouders door ze tussen beide handen mee te nemen. Je binnenbeen blijft op de plek, het is niet de bedoeling dat je daarmee de achterhand wegduwt. Doe een paar passen schouderbinnenwaarts, richt je paard recht, schakel desnoods een paar keer en zet opnieuw een schouderbinnenwaarts in. Nog een leuke oefening: begin met schouderbinnenwaarts richting de zee, ga na een paar passen rechtuit en doe vervolgens schouderbinnenwaarts de andere kant op. Door de afwisseling maak je je paard naar beide kanten soepel.”

Galopwissel (Large)Wissels rijden

“Voor een goede galopwissel is het nodig dat een paard met veel sprong galoppeert. Tijdens het zweefmoment verandert hij namelijk van galop. Bovendien scoor je hoger in de proef als je paard mooie, grote wissels springt. Dat heeft veel te maken met de kwaliteit van de galop, maar ook met de voorbereiding. Soms heb je daar even de tijd voor nodig, maar kom je in de bak alweer een hoek tegen. Ideaal dus om langs het strand te oefenen. Galoppeer langs de vloedlijn en schakel een paar keer, zodat je voelt dat je controle hebt over het gas en de rem. Stel dat je in de linkergalop zit. Richt je paard goed recht door iets schoudervoor te galopperen. Neem een klein beetje stelling naar rechts, terwijl je de hulpen voor de linkergalop blijft aangeven met je benen en je lichaam, door je linkerheup naar voren te houden. Pas als je paard nageeft op rechts geef je de hulp voor de wissel. Controleer je galop. Je paard mag niet ineens harder of zachter gaan.

Als de galop weer goed voelt, bereid je de andere wissel voor. Zo kun je een heel aantal wissels achter elkaar rijden, waarbij je tussendoor steeds de kwaliteit van de galop herstelt. Gaat het goed, probeer er dan een serie met een vast aantal galopsprongen van te maken, zodat je jezelf dwingt om binnen vier of drie passen die voorbereiding door te voeren. Tel goed mee en laat je paard alleen omspringen als hij goed galoppeert, zodat je een correcte wissel krijgt.
Zo niet, galoppeer dan door en werk eerst aan de sprong en de controle”, besluit Sander Marijnissen.

laastste foto landscape (Large)

Meer lezen van Bit? Neem dan nu een abonnement of koop een losse editie van het magazine in de webshop!