-

Rechtrichten te paard: Hoe en waarom?

Arnd Bronkhorst

“Als je paard niet recht is, zul je daar in al je oefeningen tegenaan lopen.” Je paard recht maken is het stokpaardje van dressuuramazone en instructrice Carola Kulik-Paauwe van training- en handelstal Remito Dressage. “Rechtrichten is, na het aan je been maken van je paard, het allerbelangrijkst in de basis van je training.” Waarom eigenlijk en hoe doe je dat?

Rechtrichten is een term die je vast wel vaker gehoord hebt in de paardenwereld. Als een paard recht loopt, is hij in balans. Dat wil zeggen dat hij alle vier zijn benen gelijk belast. En dat wil je graag als je erop gaat zitten, want daarmee is het paard beter in staat om ons te dragen. En volgens Carola gaat hij dan ook langer mee. “Als een paard scheef loopt, heb je sneller kans op blessures. Je kan dan nooit 100% losgelatenheid krijgen en dat heeft weer gevolgen voor bijvoorbeeld het ruggebruik van een paard en zijn halshouding. Het paard gaat zijn lichaam verkeerd gebruiken, wat weer andere problemen in de hand werkt. Ik vind bovendien zelf een paard dat niet over zijn rug loopt niet fijn rijden.”

Verbinding

Werk aan de winkel dus, maar hoe maak je een paard recht? “Als je op een paard gaat zitten, begin je eerst aan het voor je been maken. Dus als jij been geeft, moet je paard naar voren willen. Dat heet voorwaartse drang. Daarnaast wil je dat je paard terugkomt, als je hem opvangt.” Als die twee elementen in orde zijn, werk je aan je ‘verbinding’: “Je moet altijd contact hebben met de mond van het paard. Geen klapperende teugels, maar altijd licht contact met de mond.”

Rechtrichten

Als je die voorwaarden in orde hebt – dus aan het been, je paard komt terug als je hem opvangt, en verbinding – dan kun je je paard gaan sturen, oftewel rechtrichten. Heel belangrijk is daarbij ook je eigen balans. Je mag namelijk geen belemmering zijn voor je paard. Want hoe kun je verwachten van je paard dat hij recht loopt, als jij er scheef op zit?  Carola: ,,Zorg dat je gelijke druk op beide beugels hebt, zit recht op je paard en zit onafhankelijk, dus niet leunen op je teugels of knijpen met je benen.”

Gelijke druk

Ideaal is als je ook gelijke druk hebt op beide teugels. “Je bent al een heel eind als je dat voor elkaar hebt.” Carola zegt dat je er te allen tijde op moet letten dat je je paard ‘van achter naar voren rijdt’. Dat betekent dat hij voorwaartse drang heeft en aan de voorkant de ruimte krijgt om die energie kwijt te kunnen. Hangen aan de teugels lost niets op. Je wil juist dat je paard ‘op zijn eigen benen’ leert te lopen. Dat leer je in de volgende stap.

‘Rechtrichten is een rode draad in je training. Zelf begin ik niet proefgericht te trainen of denk ik nog niet eens aan een wedstrijd, voordat mijn paard recht is’

Extra paar ogen

“Als je kunt schakelen met je paard en redelijk rechte lijnen kunt rijden met gelijke druk op twee teugels, ga je op de tweede hoefslag rijden. Daar ga je ook weer schakelen, dus naar voren en weer terug. Dan voel je, als het goed is, of je paard scheeftrekt als hij vertrekt of terugkomt. Handig is het om een extra paar ogen te hebben in de vorm van een goede instructeur of een spiegelwand. Je gevoel kan namelijk anders zijn dan het beeld.”

Teveel druk aan een kant

Als je paard niet recht is, trekt hij bijvoorbeeld over zijn buitenschouder naar de hoefslag. Wat doe je dan? “Scheeftrekken kan op verschillende manieren. Het is de bedoeling dat je dat corrigeert. Neem nou bijvoorbeeld een paard dat over zijn schouder naar rechts loopt. Dan is de simpelste oplossing om met je buitenteugel, dus je rechterteugel, de schouder terug te zetten. Zo ‘duw’ je het paard als het ware terug, ofwel recht. Dit doe je steeds korte stukjes. Je laat los zodra je paard op de juiste positie is, dus recht is. Pakt je paard te weinig druk op zijn linkerteugel en teveel op rechts, dan wijk je met je rechterbeen die druk naar je linkerteugel. Dit zijn een paar voorbeelden. Het is per paard verschillend hoe hij scheef loopt en wat je eraan moet doen.”

Scheef paard

De meeste paarden hebben van nature een voorkeurskant zegt Carola. “Het komt heel vaak voor dat ze een moeilijke en een makkelijke kant hebben, maar dat hoeft niet per se. Een paard kan ook scheef zijn geworden door de manier van rijden. Dan is het aan jou als ruiter om dat te corrigeren.” Carola vertelt dat je ook rekening moet houden met de leeftijd van een paard: een jong paard zal minder snel in balans lopen dan een ouder paard. En je moet kijken naar de gezondheid van het paard. “Voor je gaat rechtrichten moet je weten of je paard geen blokkades heeft. Zo weet je of hij het gevraagde aankan of niet.”

Wanneer is je paard recht?

En hoe weet je nou of je paard recht loopt? “Rijd over de AC-lijn of over de tweede of derde hoefslag en doe niets, alleen maar in balans zitten. Als je paard rechtuit blijft lopen, ook al schakel je in tempo naar voren en weer terug, en je kunt loslaten en hoeft niet bij te sturen: dan is je paard recht.

Rode draad in de training

“Rechtrichten is een rode draad in je training. Zelf begin ik niet proefgericht te trainen of denk ik nog niet eens aan een wedstrijd, voordat mijn paard recht is. Als je paard scheef is naar rechts, zal hij in de schouderbinnenwaarts links over zijn rechterschouder weglopen. En meer terug naar de basis: in het wijken naar links, dus voor je rechterbeen, zal het paard moeilijker gaan, omdat hij liever naar rechts loopt. Als je op wedstrijd gaat, zul je er in de lagere klassen misschien nog niet zo’n last van hebben als je paard scheef is. Maar naarmate je verder komt, loop je tegen problemen aan. In elke oefening kom je het tegen als je paard niet recht is.”

Lees meer over rechtrichten van je paard:

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant