-

Overgangsfouten opgelost

Arnd Bronkhorst

Iedereen moet overgangen rijden, je kunt er niet omheen. Maar het rijden van een overgang is niet zo simpel als het klinkt. Er kan veel misgaan. Trainer Johan Rockx legt uit hoe je al deze fouten kunt verbeteren.

Trainer Johan Rockx

“Het belangrijkste voor mij bij een overgang is dat je paard in balans blijft op zijn eigen benen en dat hij een goede verbinding houdt in zijn lijf. De balans en verbinding moet je voor, tijdens en ook na de overgang kunnen behouden”, legt trainer Johan Rockx uit. Maar wat is dan een goede verbinding? “Een goede verbinding is wanneer de energie vanuit de achterhand van je paard over heel zijn bovenlijn naar je hand toe stroomt zonder blokkades. Je paard moet goed op je zit- en beenhulpen reageren om dit te kunnen bereiken. Ook moet het contact met je hand nageeflijk zijn. De communicatie met je paard moet zo simpel mogelijk zijn. Zorg ervoor dat je paard begrijpt wat je bedoelt. Wees duidelijk, eerlijk en consequent in je hulpen. Alles draait om balans en verbinding.”

Fout 1: Tegen de hand

Een van de problemen die je tijdens het rijden van een overgang tegen kan komen, is dat je paard tegen de hand komt. “Dat kan komen, omdat hij uit balans raakt en in de hand ‘duwt’. Het paard remt als het ware te veel af en verliest de voorwaartse drang in zijn lijf. Dit los je op door klein te schakelen in tempo. Het paard moet voorwaarts reageren na één keer been geven.  Als hij dat niet doet, geef je nog een keer been, maar dan wat scherper. Als hij dan goed reageert, ontspan je weer en doe je even niets. Die hulpen moet je kort, gedoseerd en met gevoel geven. Probeer zo fijn mogelijk te beginnen en maak de hulpen alleen strenger als het echt nodig is.”

Fout 2: Valt op de voorhand

“Als je paard op de voorhand valt, is er ook sprake van een balansprobleem. Omdat hij te weinig op zijn achterbeen loopt, zoekt het paard steun in je hand. Probeer dan door middel van rechtrichten en schakelen de balans en verbinding weer te vinden.”

Fout 3: Impulsverlies

“Stel je paard verliest zijn impuls tijdens een overgang. Dan wordt het paard dus trager en valt hij een beetje uit elkaar. Dat wil je niet. Ik leer mijn paarden om hun pas korter te maken wanneer ze terug moeten komen in een gang. De pas moet wel dezelfde activiteit blijven hebben, alleen minder over de grond. Als ik merk dat mijn paard dat niet goed doet, blijf ik klein schakelen totdat ik hem actief in balans op zijn benen kan krijgen. Zo gaat je paard begrijpen dat als hij terug moet komen, hij zijn passen korter moet maken en niet langzamer. Dit alles kan natuurlijk alleen maar als je paard de juiste verbinding in zijn lijf heeft.”

Fout 4: Te hard

“Soms gaat een paard te hard tijdens een overgang. Dan wil hij niet terugkomen in tempo. Het laatste wat je dan moet doen is in de teugels gaan hangen. Dan ga je hem namelijk dragen en het enige wat je dan bereikt is dat je paard nog harder aan de teugels gaat trekken. Dan gebruikt het paard je hand als een soort ‘vijfde been’ en heb je niks meer over hem te zeggen. Maak een halve ophouding: één kort moment van druk en daarna weer ontspannen. Zodat het paard niet op je hand kan blijven hangen en je hem terug in balans brengt. Ga vooral niet ‘zagen’! Het kan ook helpen om veel overgangen of schijnovergangen te rijden. Een schijnovergang is een ‘bijna overgang’ naar een andere gang, maar net voordat je écht overgaat naar die andere gang, breek je de overgang af. Dit zorgt ervoor dat je paard iedere pas met zijn aandacht bij jou blijft. Net als schakelen zijn schijnovergangen een goede training voor de aandacht, draagkracht en spieren van je paard.”

Fout 5: Verzet

“Verzet is natuurlijk een heel breed iets. Het kan bijvoorbeeld zijn dat je paard niet mee wil in de energie die jij wilt hebben. Dan kun je een korte beenhulp geven. Je moet natuurlijk wel bij jezelf nagaan of je het paard wel eerlijk de kans geeft om naar voren te gaan. Zorg ervoor dat je je hand op dat moment opent, anders rem je hem op hetzelfde moment ook af en dan werkt het niet. Om dit goed en met gevoel te kunnen doen, moet je zelf onafhankelijk (gebalanceerd) op je paard zitten.” Een paard kan ook verzet tonen als hij pijn heeft, door bijvoorbeeld een niet goed passend zadel. “Voordat je gaat rijden moet je altijd zeker weten dat de gezondheid van je paard oké is.”

Fout 6: Laterale stap

Er zijn paarden die heel gemakkelijk lateraal stappen. De stap moet in een viertakt gereden worden, waarbij het voorbeen en het achterbeen aan één zijde telkens een V vormen. Is de stap geen viertakt of vormt zich geen V dan, dan zie je vaak dat het paard lateraal gaat. “Meestal is dat te verklaren doordat je paard zijn bovenlijn en kaak vasthoudt en dat de verbinding daardoor niet meer doorstroomt in zijn lijf. Ook hier kun je veel bereiken door te schakelen en je paard in balans te rijden. Indien je paard van nature een onzuiver stap heeft, kan het helpen om tijdelijk licht schoudervoor of licht travers te stappen om zo zijn beenzetting te verbeteren.”

Schakelen

“Schakelen is voor mij echt de wild card naar de oplossing van veel van bovengenoemde problemen. We hebben er nu een paar genoemd, maar er zijn er natuurlijk veel meer. Met dat schakelen kun je ook blijven verfijnen, zodat je hulpen steeds minder zichtbaar worden en de communicatie met je paard steeds gedetailleerder wordt. Je kunt je paard in balans brengen door hem op kleine hulpen te laten reageren in plaats van hem te dragen. Dit is best hard werken voor het paard en daarom is het super belangrijk om veel ontspannen stappauzes in te lassen en ook per dag in je training en trainingsintensiviteit te variëren. Als je dit consequent genoeg blijft oefenen zal je een groot verschil merken in je overgangen, maar eigenlijk in alles. Goed kunnen schakelen maakt dressuur rijden veel makkelijker en ook veel leuker!”

Tip: “Je kunt veel problemen hebben tijdens het rijden van een overgang, maar daar moet je niet teveel op focussen. Richt jezelf op hoe het wél moet gaan, hoe het eruit moet zien en voelen als het wel goed gaat. Als je dat doet, gaat het meteen al een stuk beter”, vertelt dressuurtrainer Johan Rockx.

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant