-

Over het hoe en wat van de binnen- en buitenteugel

Bit teugelvoering Lynn van Woudenbergh

De binnen- en buitenteugel zijn begrippen die regelmatig voorbij komen. Maar, weet jij eigenlijk wel waarom er twee ‘soorten’ teugels zijn en wat die precies doen tijdens het rijden? Bit vroeg uitleg aan Jan Enne Kloosterboer. Hij weet als Grand Prix-jurylid, KNHS-juryopleider en trainer zo’n beetje alles over de werking van beide teugels.

Teugelwerking verschilt per paard

De binnenteugel bevindt zich in de rijbaan aan de binnenkant van de hoefslag en de buitenteugel aan de buitenkant ervan. Maar, wat doen die twee teugels nu precies? Jan Enne begint zo: “In de dressuur heb je de binnen- en buitenteugel in combinatie met andere hulpen nodig om een paard recht te richten. Hoe sterk de verbinding van de binnen- en buitenteugel afzonderlijk moet zijn verschilt per paard. Sommige paarden laat je met de binnenteugel het liefst veel buigen in de hals om ze leniger en losser te maken. Terwijl je een van nature heel flexibel paard soms liever even wat rechter in de hals houdt.”

Het streven bij het opleiden van een paard is om een paard volledig recht te richten. Dit betekent onder andere dat je met een recht paard kaarsrecht over een rechte lijn kunt rijden. En het naar links en rechts even soepel kan buigen naar het verloop van de wending of volte. En dat is nog niet zo makkelijk als het klinkt. Jan Enne: “In feite is het rechtrichten van een paard het moeilijkste wat er is, want zowel mensen als paarden zijn van nature altijd een beetje scheef. Bijna ieder mens is of links of rechts een beetje sterker en dat geldt net zo voor paarden. Van nature neigen paarden ook altijd naar een beetje met de achterhand scheef achter de voorhand lopen. Precies zoals je bijvoorbeeld honden dat ziet doen.”



Op weg naar verzameling

“Een paard echt helemaal kunnen rechtrichten met een op beide teugels gelijkwaardige verbinding met het bit is een kwestie van jaren en jaren werk. En sommige mensen bereiken gelijkwaardige verbinding nooit. Er zijn zelfs verhalen van bekende ruiters die voor hun eigen gevoel de verbinding perfect gelijkwaardig hadden. Maar op een elektronisch paard ontdekten dat ook zij toch nog steeds meer verbinding hebben op de linker- óf de rechterteugel.”

Maar waarom is dat rechtrichten van paard en ruiter dan zo belangrijk? Jan Enne: “Een recht paard loopt niet alleen kaarsrecht over een rechte lijn, het is ook aan beide zijden even sterk ontwikkeld in kracht en souplesse. Die gelijke ontwikkeling is nodig voor verzameling. Je kunt een paard dat niet recht is niet verzamelen op de juiste manier.”

Stelling, buiging en begrenzing

Hij vervolgt: “Eigenlijk komt de inwerking van de binnen- en buitenteugel er in het kort op neer dat je in stap en draf streeft naar een gelijkwaardige verbinding op de binnen- en buitenteugel. In galop zul je al snel merken dat er wat meer verbinding met de buitenteugel nodig is voor het onder controle houden van je paard.” Houd je in galop de binnenteugel veel strakker dan de buitenteugel? Dan is het risico op omspringen en scheef gaan groot volgens Jan Enne.

In theorie gebruik je de binnenteugel voor het vragen van stelling en buiging naar binnen en de buitenteugel voor het begrenzen van een eventueel uitzwaaiende achterhand. In praktijk betekent dit een constante samenwerking tussen je benen en de teugels. Waarbij je teugelvoering ook nog eens invloed heeft op de benen van je paard.

Balans is het toverwoord

Jan Enne: “Door je binnenteugel opzij wat van de hals af naar binnen te bewegen vraag je stelling en buiging om bijvoorbeeld een wending voor te bereiden. In de dressuur willen we graag dat een paard zich buigt in de richting van een wending. Wenden en buigen zijn bewegingen die een paard uit balans (evenwicht) brengen. Van nature draait een paard daarom zijn hals en hoofd als contragewicht naar buiten. Dit voorkomt dat het paard de balans verliest.”

“Wij vragen tijdens het rijden van wendingen het hoofd en de hals juist naar binnen. Het paard kan de hals tijdens de wending dan ook niet gebruiken als contragewicht. Om toch de balans te corrigeren moet een paard het binnenachterbeen verder naar voren zetten.”

Daarom is het volgens Jan Enne ook zo belangrijk dat je tijdens het rijden in de verbinding met de binnenteugel als ruiter voorwaarts denkt. Beweeg de binnenteugel altijd alleen maar zijwaarts van de hals af. Trek de binnenteugel nooit achterwaarts naar jezelf toe want dan werk je terug. Doe je dit toch? Dan belemmer je daarmee het paard in de voorwaartse beweging van zijn binnenachterbeen. Terwijl het verder naar voren zetten van het binnenachterbeen juist nodig is voor het bewaren van de balans en daarmee de lengtebuiging. Het enige wat het paard bij een te sterk achterwaarts inwerkende binnenteugel nog overblijft voor het bewaren van het evenwicht is het uitzwaaien van de achterhand.

Buitenteugel en buitenachterbeen

Elk paard zoekt tijdens het rijden continu naar evenwicht. De enige manier waarop een bereden paard in verzameling de balans echt goed kan houden is volgens Jan Enne via het binnenachterbeen. Maar ja, naar buiten toe uitzwaaien van de achterhand vinden paarden stiekem veel makkelijker. Daarom begrens je de buitenzijde van een paard met je buitenteugel en buitenbeen. Zo maak je het dier duidelijk dat het toch echt serieus wel zijn evenwicht op het binnenachterbeen moet zoeken.

Jan Enne zegt het zo: ”Als je met je binnenteugel stelling en buiging vraagt, dan wil een paard het liefst met zijn hele lichaam naar binnen komen om zo niet zijn balans te verliezen. Dit naar binnen toe komen van je paard verhinder je met tegendruk vanuit je eigen binnenbeen. In reactie op de begrenzing vanuit je binnenbeen wil het paard vervolgens met zijn achterhand naar buiten draaien om de balans te houden. Met de buitenteugel tegen de hals voorkom je samen met je buitenbeen het naar buiten toe weglopen en uitzwaaien van je paard.”

Resultaat? Een paard dat de balans zoekt via het binnenachterbeen. De binnen- en buitenteugel hebben dus elk een heel specifieke invloed op de bewegingen van je paard. Waarbij elke beweging gericht is op de ontwikkeling en het behoud van balans.

Klinkt je dit toch allemaal nog wat ingewikkeld in de oren? Onthoud dan voorlopig gewoon alleen de volgende wijze woorden van Jan Enne: “Zolang je maar geen wendingen rijdt, bestaat er helemaal geen binnen- of buitenteugel. Op een recht bospad is gelijke verbinding op beide teugels houden eigenlijk al prima genoeg.”

Succes met trainen!

Meer informatie over teugelvoering vind je in dit Bit artikel.

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant