-

Oude meesters: van Frederigo Grisone tot Johann Hinnemann

Geef geen hulpen die voor verwarring zorgen
Ekaterina Grishina | Arnd Bronkhorst

tijdlijn oude meestersVolgens een romantische opvatting zou Federigo Grisone, de eerste grote rijmeester van de Italiaanse renaissance, de geschriften van Xenophon hebben bestudeerd en zodoende de ‘klassieke’ rijkunst hebben herontdekt. Maar er is geen enkele aanwijzing dat Grisone de oude Griekse boekjes las en vervolgens op de klassieke manier ging paardrijden. Sterker nog: Grisone had totaal andere – en heel wat minder edelmoedige! – opvattingen over paarden dan Xenophon.

Het eerste rijkunstige geschrift na de klassieke oudheid komt overigens uit Portugal. Koning Dom Duarte I schreef een aantal beschouwingen over de manier waarop ridders moeten paardrijden en vechten, op het slagveld en in toernooien. Dom Duarte schreef het voor zijn vrouw, die het boek meenam naar Napels na Duarte’s dood in 1438.

Een eeuw later geeft Federigo Grisone les in datzelfde Napels, aan de academie die hij zelf in 1532 had gesticht. Italië is dan voor heel Europa ‘the place to be’. Rijke ouders sturen er hun zonen naartoe voor een culturele opvoeding. Daar hoorden destijds ook praktische vaardigheden als schermen en paardrijden bij.

Onze hedendaagse ogen kunnen de teksten van Grisone nauwelijks verdragen. Ze gaan over de superieure mens die het minderwaardige paard onderwerpt en traint tot een verbeterd, meer verfijnd product van de natuur. Enig verzet van het paard moet grof worden gebroken en Grisone beschrijft uitgebreid welke scherpe bitten de ruiter hierbij ten dienste staan.
Afgezien van zijn paardonvriendelijke standpunten, was Grisone wel degelijk een serieus te nemen africhter. Hij beschrijft de draf als de beste gang om het paard recht te richten en licht te maken in de hand, met een zachte mond en een goede teugelvoering. Bij het rechtmaken van het paard, schrijft Grisone, moet de hals recht voor de schouders blijven, zodat er geen valse knik ontstaat voor de schoft waardoor het paard zich aan de aanspanning zou kunnen onttrekken.

In 1556 schrijft een tijdgenoot van Grisone, Cesare Fiaschi, in een boek over het ‘Beteugelen, trainen en beslaan’ van paarden dat het heel belangrijk is om het paard in een constant tempo en ritme te rijden. Fiaschi beschrijft als eerste de noodzaak om het paard in evenwicht te laten lopen. Fiaschi onderscheidt zich nadrukkelijk van Grisone als hij stelt: ‘Bij alles wat de ruiter met het paard doet, moet hij redelijk en met een goed humeur te werk gaan’.

De moderne ruiter

‘Reitmeister’ Johann Hinnemann: “Draf is inderdaad een basisgang waarin we de paarden goed kunnen gymnastiseren. Maar voor het rechtrichten gebruik ik graag de galop. Strikt genomen is een paard recht als de achterbenen de voorbenen precies volgen. Maar ik spreek liever over een rechtgericht paard als zijn lengteas steeds in overeenstemming is met zijn hoefslag. Het maakt immers nogal uit of een paard op een volte van twintig meter of van acht meter doorsnee loopt. In alle gevallen moet de lijn door de wervelkolom parallel zijn aan de lijn door zijn hoefafdrukken.

Zeker omdat het doorzitten in draf de zaak er niet gemakkelijker op maakt, gebruik ik de galop om te werken aan het rechtgericht zijn. Ik laat het paard op beide handen schoudervóór galopperen, zodanig dat het binnenachterbeen steeds tussen het spoor van de beide voorbenen treedt. Volgens het skala komt het rechtrichten als één na laatste onderdeel aan bod, maar ik laat mijn leerlingen ook met hele jonge paarden al werken aan het rechtgericht zijn.

Tempo en ritme hebben niets met evenwicht te maken. Een paard kan met een gecontroleerd tempo en regelmaat nog steeds op de voorhand lopen. Evenwicht ontstaat als het paard na de rechtrichtende buigoefeningen zijn gewicht goed over vier benen verdeelt. Belangrijk bij evenwicht is dat de achterbenen in beweging gesloten zijn. Ik denk dat Grisone en zijn tijdgenoten best vaak met paarden hebben moeten werken die minder coöperatief waren dan wij tegenwoordig gewend zijn. Ik ben ervan overtuigd dat er in 6000 jaar domesticatie sterk geselecteerd is op een bruikbaar karakter. Daar plukken wij nu méér vruchten van dan de Italianen in de zestiende eeuw.”

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant