-

Oplossingen bij buitenrijproblemen

Lonneke Ruesink

“De meest voorkomende problemen die zich voordoen wanneer een paard bang is voor iets zijn: de benen nemen, aan de kant springen, omdraaien, steigeren, bokken, met vier benen van de grond springen of in de achteruit gaan”, vertelt Joyce Heuitink, schrijver van het Bit-boek Ervaar het buiten trainen. In het hoofdstuk Paniektraining bespreekt ze hoe je problemen tijdens het buitenrijden het beste kunt oplossen.

“Natuurlijk is voorkomen beter dan genezen”, legt Joyce uit. “Zorg dus voor een gedegen basis in de rijkunst. Schakel eventuele angst, maar zeker ook gemakzucht, uit. Denk na, signaleer en probeer je paard voor te zijn. Wanneer je weet dat je iets nieuws gaat doen of dat er onverwachte dingen kunnen gebeuren, wees dan op je hoede. Blijf te allen tijde paardrijden en probeer problemen al rijdend op te lossen. Afwachten is het slechtste dat je kunt doen. Je paard en jij staan er immers niet alleen voor, je moet het samen op zien te lossen. Is er een oplossing, vergeet dan nooit te belonen.”

Mijn paard neemt de benen

“Je paard schrikt en neemt de benen. Geen stuur of rem meer hebben is dan het ergste wat je kan overkomen. Wil je paard de benen nemen, probeer hem dan zo snel mogelijk te laten stoppen. Probeer gebruik te maken van misschien een muur, een hoog hek of iets anders om hem te laten afremmen. Buiten de bak zul je dit soort obstakels niet snel aantreffen, dan is het zaak om je paard zo snel mogelijk op twee teugels te laten remmen. Pompend remmen, zoals je in de auto ook doet wanneer je hard moet remmen heeft vaak het beste effect –ineens hard op de rem gaan staan heeft een minder positief effect dan goed remmen en dan een paar keer bijremmen. Dring je echt niet tot je paard door, kies dan de hand waarmee je het sterkst bent. Zo kun je het paard dwingen te wenden. Door het wenden zal hij vaart minderen. Kom, zodra hij dat doet, zo snel mogelijk terug met hulpen op twee teugels. Probeer de wending steeds korter te maken, zodat je uiteindelijk op een volte terecht komt. Als het goed is, remt hij dan vanzelf ook af en kun jij als ruiter de controle over het tempo overnemen. Er is hier in ieder geval sprake van een groot veiligheidsprobleem. Als je geen controle hebt, heb je niets in te brengen wanneer je bijvoorbeeld een doorgaande weg nadert. Houd in je achterhoofd dat op zo’n moment het leven van jullie allebei in gevaar is. Veel trainen op controle en op de effectiviteit van de hulpen is daarom een must.”

‘Vaak gaat het omdraaien niet alleen plotseling, maar ook nog eens heel vlug’

Mijn paard draait om

“Een variant van het schrikken die iets verder gaat dan het aan de kant springen, is het omdraaien, ook wel ‘spin’ genoemd. Eigenlijk geldt hiervoor hetzelfde als voor het aan de kant springen, alleen is bij het omdraaien of ‘spinnen’ nog iets meer rijkunst vereist. Vaak gaat het omdraaien niet alleen plotseling, maar ook nog eens heel vlug. Juist dat vlugge verlangt dat je stevig in je zadel zit en voldoende contact hebt met de paardenmond. Het rijden aan lange teugel in combinatie met een spin betekent in negen van de tien gevallen een zandruiter, simpelweg omdat je de teugelvoering nodig hebt om zelf in balans te blijven. Dit samen met een lang been en de knieën aan het zadel. Niet alleen heb je nu een been nodig om je paard op het rechte pad te houden. Spint het paard naar rechts, dan heb je je rechterbeen nodig om hem recht te houden, je hebt druk op je linkerbeen nodig om in het zadel te blijven zitten, maar ook nog eens heb je linkerteugel nodig om je paard zo min mogelijk te laten omdraaien en hem zo snel mogelijk weer in de goede richting te sturen. Oefeningen als het houden van veel stelling en buiging bieden uitkomst. Wissel ze af of combineer ze met het rijden van schoudervoor.”

Mijn paard springt met vier benen van de grond

“Bokken kan op veel verschillende manieren. Een variant is dat het paard niet zijn hoofd tussen zijn benen steekt, maar plotsklaps met vier benen tegelijk van de grond springt. Van de grond springen wordt in principe niet gevolgd door meerdere bokken. De eerste sprong is daarmee dan ook de hevigste. Zit je bij deze nog stevig in het zadel, dan komt het wel goed. Maar hoe doe je dat? Zorg altijd dat je je paard aan het werk, dus bezig, houdt. Afleiding en concentratie is een effectief middel tegen ongewenst gedrag. Het verschil met de hiervoor genoemde verschijnselen, is dat varianten van het bokken meestal voorkomen uit het schrikken van geluiden of plotseling opdoemende objecten, bijvoorbeeld opengaande deuren, een ander paard dat bokt of een haas die wegschiet. Houd je paard voorwaarts en blijf zoveel mogelijk in balans zitten. Val in geen geval op de achterkant van je zadel, zorg dat je midden boven je zadel blijft balanceren.  Een goede oefening om te voorkomen dat het paard ineens met vier benen van de grond springt, is het rijden van zijgangen als schouderbinnenwaarts, een pasje travers, wijken voor de kuit en een appuyement. Vanwege de zijdelingse buiging en het kruisen van de benen krijgt het paard veel minder snel de kans om onder het werk uit te komen en de lucht in te springen.”

Cover Ervaar het buiten trainenMeer problemen en oplossingen lees je in het hoofdstuk Paniektraining. In de Bit-webshop vind je het boek Ervaar het buiten trainen.

P.S. Wist je dat Joyce ook een Logboek voor de Dressuurruiter heeft geschreven?

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant