-

Merrie terug in vorm

Yvonne Termeer

Je merrie heeft een prachtig veulen gekregen. Maar dat is wel ten koste gegaan van haar vorm en sportconditie. Hoe krijg je jouw merrie weer terug op haar oude niveau, zonder dat dit problemen oplevert voor moeder en kind?

“Oei, dit is best een lastige vraag”, zegt inspanningsfysioloog dr. Eric van Breda. “Er zijn namelijk veel factoren van invloed. De vraag is of het alleen om conditieverlies in de zin van uithoudingsvermogen gaat of dat er meer is verdwenen. Wat deed je voor de drachtigheid met haar en wanneer ben je gestopt met rijden? Of ze al een jaar stilstaat of slechts een paar maanden, dat maakt een groot verschil. Je moet ervan uitgaan dat het keer twee zo lang duurt om weer in conditie te komen. Dus na drie maanden niets doen, kost het zes maanden.” Van Breda is voorstander van het zo lang mogelijk doorrijden met een drachtig paard. “Bij mensen is het ook beter om in beweging te blijven. Als je altijd hardloopt, kun je daar best mee doorgaan. Uiteraard niet tot de laatste dag. Je merkt vanzelf wel wanneer de buik in de weg gaat zitten en het allemaal niet zo prettig meer voelt. Dat geldt voor een paard net zo, al kan die niet praten. Dus je moet wel blijven opletten op signalen in de vorm van afwijkend gedrag. Humeurig zijn of ineens niet meer willen? Dram dan niet door.”

Vrouwen kunnen meestal probleemloos doorgaan met sporten tot in de vierde à vijfde maand van hun zwangerschap. Bij paarden kan dat nog langer, enigszins afhankelijk van de tak van sport. “Met dressuur en buitenrijden kun je heel lang doorgaan. Ik zou echter geen endurancerit van 120 kilometer meer maken of een cross rijden. Sowieso is het beter om vanaf drie maanden drachtigheid geen wedstrijden meer te rijden. Je moet stress vermijden.”



Buikspieren

Paardenarts Paul de Vries is er voorstander van om merries op driejarige leeftijd zadelmak te maken en er dan een veulen bij te fokken. “Wat ze hebben geleerd raken ze niet kwijt en het lichaam krijgt een jaar extra om zich te ontwikkelen. Bovendien veranderen ze psychisch, doordat ze voor hun kind moeten zorgen. Als je daarna weer begint met rijden, zijn merries veel makkelijker en gedragen zich een stuk volwassener. Die buik is er zo weer af. Bij oudere paarden die al meerdere veulens hebben gehad is dat lastiger, want dan is de boel flink opgerekt. Maar dat hoeft niet in de weg te zitten. Het is minder mooi, maar ze kunnen nog steeds presteren in de sport.”

Een dracht en een geboorte zijn een behoorlijke fysiologische belasting voor een lichaam. Door het dragen van een veulen worden de buikspieren opgerekt. “Die zijn bij een paard juist zeer van belang. Ze moeten worden aangespannen om een ruiter goed te kunnen dragen”, zegt Van Breda. Hersteltraining na de geboorte is er dus vooral op gericht om die buikspieren weer sterker te maken en de conditie terug te brengen. Denk daarbij aan balkjes lopen en verzamelende oefeningen. Vooral verzamelen is een goede training voor buikspieren. Geleidelijkheid is daarbij het toverwoord. “Vergis je niet in de energie die het kost om melk voor het veulen te produceren. Ik zou daarom ook niet meteen beginnen, maar pas na ongeveer een maand. En start aan de hand, met longeren of aan de dubbele lijnen.”

Wandelen

De Vries vindt dat je al eerder aan de slag kunt met een merrie. “Ik zou er in de eerste week al mee gaan wandelen aan de hand, zo’n tien minuutjes. En dat desnoods twee of drie keer per dag. Maar dat kan alleen als je een veilige stal hebt voor het veulen, zonder kieren of gaten waar hij tussen kan komen. Zorg ook dat daar geen andere paarden of honden bij kunnen, want anders wordt de merrie helemaal wild uit angst dat haar veulen iets wordt aangedaan. Loop het liefst buiten gezichtsveld en gehoorsafstand. Zo wennen ze er allebei aan dat dit normaal is en dat ze elkaar daarna weer zien. Je zult merken dat het steeds beter gaat.”

Maak de wandeling geleidelijk langer en als je moeder en kind probleemloos een half uurtje kunt scheiden, dan kun je er een zadel op leggen om de rondjes op de rug te doen. “Hoe snel je dit kunt opbouwen, hangt af van hoe moeder en kind het accepteren. Het veulen mag niet gestrest raken. Het is wel een goed moment om het veulen vanaf twee tot drie weken wat veulenbrokjes te geven. Dat biedt afleiding en het veulen kan ergens aan peuzelen, mocht hij toch honger krijgen.” De Vries waarschuwt dat het ook belangrijk is om de voedingsbehoefte van de merrie goed in de gaten te houden. “Ze kan best presteren én melk geven, maar dan moet ze wel voldoende energie binnen krijgen. Zeker als het een jonge merrie is die zelf nog in de groei is. Het is verstandig om het rantsoen te overleggen met een deskundige. Ik zeg altijd dat één uur werk één kilo brok is, maar het hangt er natuurlijk ook vanaf wat ze daarnaast nog aan gras of ander ruwvoer krijgt.”

Maak een plan

Van Breda vindt het belangrijk dat je je paard goed kent. Alleen dan kun je normale gedragingen onderscheiden van afwijkend gedrag. “Doet ze lelijk tijdens het opzadelen omdat ze er nog niet aan toe is of deed ze dat voorheen ook al? Dat moet je weten. Het helpt ook om foto’s van je paard te maken voordat je haar laat dekken en zo goed mogelijk haar conditie te omschrijven. Dan weet je waar je weer naartoe werkt.”

Ook al wil je een merrie graag terug in conditie brengen, wees geduldig. Ze heeft een kind gekregen, dus zal zich daar op richten. Respecteer dat. Van Breda: “Maak een trainingsschema, zodat je een plan hebt, een houvast om mee aan het werk te gaan. Maar wees in de eerste helft ervan niet al te vasthoudend. Gaat het niet lekker, doe gerust een stapje terug. Natuurlijk wil de merrie liever in de wei staan met haar veulen. Door gestaag en met beleid de training weer op te pakken, komt het echt vanzelf weer goed.”

Trainingsschema

Uitgaande van een paard dat voor de dracht vijf keer per week een uur werd gereden en dat tot de derde maand voor de geboorte rustig is doorgetraind. Geeft het paard ergens in dit schema aan dat ze het niet aankan, bijvoorbeeld door ander gedrag, doe dan een stap terug.

  • Week 1 

Geef na de geboorte een week vrij.

  • Week 2

Stap met de merrie aan de hand. De eerste dag oefen je dit vijf minuten. Je bouwt het stappen op naar twee tot drie keer per dag, waarbij je ook geleidelijk langer wandelt tot je na vier weken op een half uur zit.

  • Week 5

Begin met twee keer per week (ongeveer een half uur) aan de longeerlijn, waarvan één keer met balkjes.

  • Week 6

Twee keer per week (maximaal drie kwartier) aan de longeerlijn, waarvan één keer met balkjes.

  • Week 7

Rijd twee keer per week een half uur onder het zadel.

  • Week 8

Eén keer per week drie kwartier onder het zadel en één keer een uur.

  • Week 9

Drie keer per week trainen, begin weer met een half uur en doe één sessie aan de longe, de overige onder het zadel, waarvan één keer met balkjes.

  • Week 10

Hetzelfde als in week 9, maar dan drie kwartier, waarvan één keer met balkjes.

  • Week 11

Ga over op drie keer per week een uur rijden.

  • Week 12

Vier keer een training van drie kwartier, waarvan één aan de longe en één keer met balkjes.

  • Week 13

Rijd twee keer drie kwartier en twee keer een uur, waarvan één keer met balkjes.

  • Week 14

Rijd vier keer een uur.

  • Week 15

Ga over tot vijf keer per week trainen. Wissel het rijden af met werken aan de longe en training over balkjes.

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant