-

Meestvoorkomende vergissingen bij houding en zit

handhouding, juiste handhouding Arnd Bronkhorst

Als ruiter kijken we al snel naar ons paard als een oefening niet lukt. Soms kijken we of we zelf wel de juiste hulpen geven. Maar wat we heel erg weinig doen – en waar helaas ook niet altijd door instructeurs goed naar gekeken wordt-  is of we eigenlijk wel goed zitten. Zadels met dikke wrongen maken dat lastiger en de focus in veel lessen ligt al gauw op aan de teugel rijden en de oefeningen zelf. Let jij nog wel eens op hoe je zit? Instructeur en jurylid Margot Hoeberichts geeft de meest gemaakte vergissingen. 

  1. Te lange stijgbeugels

‘Je beugels moeten zo lang mogelijk’ is een veelgehoorde opmerking bij (dressuur)instructie. In lessen en op het wedstrijdterrein kom je dan ook veel ruiters tegen die de beugels zo lang mogelijk hebben. Maar, geeft Margot aan, dit is echt onzin. “Het gaat erom dat je zo goed mogelijk in balans zit, zodat je meegaat in de beweging van je paard en hem niet stoort. Door de beugels zo lang mogelijk te doen, zitten veel ruiters juist helemaal niet in balans. Ze krijgen een stoelzit, hangen in de teugels, zitten met bijna gestrekte benen op het paard en daardoor komen vaak ook andere problemen. De tip is om je beugels echt een gaatje korter te doen, zodat je knie ook gebogen is en je steun hebt aan je beugels. Overigens, springruiters zitten vaak veel beter in balans, dat komt omdat zij druk op de beugel nodig hebben, anders komen ze niet goed over de sprong”, zegt Margot. 

‘Ze krijgen een stoelzit, hangen in de teugels, zitten met bijna gestrekte benen op het paard en daardoor komen vaak ook andere problemen’

  1. Handhouding te dicht bij buik

“Om de een of andere reden zie ik steeds vaker ruiters, ook op hogere niveaus, die met de handen bijna op hun buik rijden. Vroeger zeiden instructeurs ‘handen boven de schoft’ en dat is nog steeds niet heel gek. Ook hier geldt dat het allemaal in balans moet zijn. Dus de tip is om de handen voor je uit te houden, met een knikje in je elleboog”,  geeft Margot aan. 

  1. Handen op knieën

“Andersom komt ook veel voor, ruiters met de handen op de knieën of op de bovenbenen. Je kan dan nooit een goede, stabiele verbinding hebben. Die is vaak los-vast, net als wanneer je de handen te dicht bij je buik hebt. Het gevolg is dat jouw aanleuning ook heel rommelig wordt. En komt je paard een beetje tegen de hand of geeft hij druk, dan ben je altijd te laat met daarop inspelen, omdat je verbinding sowieso al niet klopt.”

  1. Naar je paard kijken

“Wat ik heel veel zie, is dat ruiters de hele tijd naar hun paard kijken”. Margot: “Wat je dan ziet gebeuren is dat men niet meer voor zich uit kijkt en vaak ook een beetje in elkaar kruipt. Als je kijkt waar je naartoe gaat, dan geef je automatisch betere en duidelijke hulpen. Als je in elkaar kruipt, heeft dat effect op hoe duidelijk je naar je paard bent. Kijk dus altijd voor je uit en waar je naartoe rijdt. Je mag ook best je hoofd naar links en rechts bewegen als je een wending maakt of wijken inzet, en je hoeft dus niet strak voor je uit of naar je paard te kijken. Een veelgemaakte grap in mijn lessen is dan ook dat het hoofd van je paard er niet ineens afvalt.” 



  1. Te dikke kniewrongen

“Tegenwoordig weten we veel meer over zadels dan vroeger. Ruiters laten ook zadelpassers komen, wat een goede ontwikkeling is. Vroeger gebeurde dat veel minder. Wat vroeger wel beter voor elkaar was, was dat ruiters met die ouderwetse platte zadels wel onafhankelijk moesten zitten. Tegenwoordig kan je zadels met enorme kniewrongen kopen. Fijn om in balans te zitten, maar eigenlijk houden we onszelf soms ook een beetje voor de gek ermee. Het lijkt misschien mooier, maar echt onafhankelijk zitten, zou niet van een zadel af moeten hangen. Dat moet je altijd kunnen. Ik zou instructeurs ook willen oproepen om vaker aandacht te besteden aan een onafhankelijke zit bij ruiters. Overigens helpt een goed passend zadel natuurlijk wel altijd, maar ik ben daar wat meer oldskool in. Zelf kan ik op elk zadel zitten, ondanks dat ik nu een op maat gemaakt zadel heb.” 

‘Het lijkt misschien mooier, maar echt onafhankelijk zitten, zou niet van een zadel af moeten hangen’

  1. Knieën te strak tegen het zadel

“Om de een of andere reden denken we allemaal dat je knieën strak tegen het zadel moeten. Dat is niet zo. De reden dat instructeurs zeggen dat ze niet tussen zadel en knieën door moeten kunnen kijken is omdat ze willen voorkomen dat je in een soort spreidstand op je paard zit. Dan geef je namelijk teveel en onnatuurlijke druk. Ruiters die dat doen zie je vaak met de knieën naar buiten, voeten naar buiten en als ze lichtrijden geven ze been als ze gaan zitten. Dus ja, wel knieën tegen het zadel leggen, maar zonder druk.” 

  1. De check

“Je kan een aantal dingen doen tijdens het rijden om te kijken of je wel recht en onafhankelijk zit. Til bijvoorbeeld je knieën eens tegelijkertijd op als je op je paard zit. Als je verschuift in je zadel, zat je niet op je gat én had je waarschijnlijk je knieën te strak tegen het zadel. Ook moet je even kijken of je wel goed kunt lichtrijden zonder dat je handen bewegen als je dat doet. Doe dat ook eens met een lange teugel. Zit je dan nog in balans en kan je ook wendingen en voltes rijden zonder dat er wat in je houding verandert? Dan zit je waarschijnlijk redelijk onafhankelijk”, besluit Margot haar verhaal. 

Bron: Bitmagazine.nl

Meer lezen van Bit? Neem dan nu een abonnement of koop een losse editie van het magazine in de webshop!