-

Meer over de rug rijden

Arnd Bronkhorst

“Meer over de rug”, het is een opmerking die regelmatig op een protocol wordt geschreven door de jury. Waarom is goed ruggebruik bij een paard zo belangrijk? En wat is dat nu precies? Grand Prix amazone Jenny Veenstra legt het uit.

Jenny begint met de urgentie van correct ruggebruik: “Wanneer je kijkt naar het skelet van een paard, dan zie je waarom ruggebruik belangrijk is. De doornuitsteeksels en de dwarsuitsteeksels van de ruggenwervels gaan namelijk iets verder uit elkaar wanneer het paard zijn rug iets opbolt. En komen juist dichter bij elkaar als het paard zijn rug wegdrukt en hol maakt. In het ergste geval raken ze elkaar zelfs, de zogenaamde kissing spines.”

Hol en bol

Aan de hand van een oefening laat Jenny zien hoe het werkt: “Hoe beter een paard de juiste boogspanning maakt over de rug, hoe meer een paard naar links en rechts kan buigen.”

Probeer het zelf maar eens:

“Ga met een hele holle rug zitten en probeer dan zijwaarts met je hoofd naar je heup te buigen. Dat gaat niet gemakkelijk. Als je nu met een bolle rug hetzelfde doet, merk je dat dat een stuk gemakkelijker is. Dus is je paard slecht in lengtebuiging links en rechts, vraag jezelf dan af of hij wel genoeg over de rug loopt. Denk je van niet, dan is het vaak slimmer om eerst veel rechte lijnen te rijden met overgangen en kleine schakelingen om zo het ruggebruik te stimuleren, en dan pas weer op de volte te kijken of de lengtebuiging verbeterd is.”

De checklist voor correct ruggebruik

Jenny vertelt over de belangrijke factoren om tot correct ruggebruik te komen: “Nageeflijkheid, tempocontrole en rechtgerichtheid zijn voorwaarden die absoluut in orde moeten zijn om een paard goed over de rug te kunnen rijden. Hierdoor krijg je een soort checklist voor correct ruggebruik en kun je elke voorwaarde apart te verbeteren.”

1. Is het paard goed nageeflijk, heb ik controle over de houding?

2. Heeft het paard genoeg impuls en heb ik controle over het tempo?

3. Is het paard rechtgericht en spoort het?
“Dus gaat het linkerachterbeen naar het linkervoorbeen en het rechterachterbeen naar het rechtervoorbeen?”

4. Kan ik vloeiende overgangen en schakelingen maken?
“Dit dient altijd te worden opgebouwd in tempo dus heb je dit in stap voor elkaar, dan ga je naar draf, en gaat het in draf goed, dan ga je naar de galop.”

Tempo en houding afwisselen

“Een paard kantelt van nature zijn bekken meer bij het aangalopperen, waardoor veel overgangen rijden van draf naar galop en weer terug het ruggebruik in draf vaak ook verbeteren.

Paarden die van nature een sterke rug hebben zijn vaak gebaat bij het afwisselen van houding van lang (voorwaarts neerwaarts) naar korter (meer opgericht aan elkaar) en weer terug,  zodat er veel souplesse komt in die sterke spieren.”

Verzameling

“Paarden die van nature juist een heel beweeglijke, of zelfs wat doorhangende rug hebben zijn er meer bij gebaat aan elkaar gereden te worden in een rustig tempo. Dat begint al in stap, door klein te stappen en het achterbeen wel te activeren (liefst zo dat je voelt dat het paard aan zou willen draven) leert het paard zijn lichaam meer aan elkaar te houden en verband te maken over de rug. Dit verband kun je dan meenemen naar draf en galop door ook daar klein aan te draven en te galopperen. Als je het kwijt raakt begin dan opnieuw in stap. Deze paarden mogen (en moeten) wel schakelen maar niet te abrupt en telkens daarna weer terug naar kleine pasjes om het verband te bewaren.”

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant