-

Lisanne Thomas over kwaliteit van aanleuning

Lisanne Thomas Lonneke Ruesink

In Bit 261 duiken we deze keer met Lisanne Thomas de diepte in tijdens het tweede deel over aanleuning in de biomechanica serie. “Aanleuning is misschien wel het begrip dat in de paardenwereld op de meest uiteenlopende manieren geïnterpreteerd wordt. Tien verschillende ruiters hebben misschien wel tien verschillende voorstellingen van het gevoel van aanleuning.”

“Interessant genoeg zien we heel veel paarden opgericht lopen, die (als we beter kijken) eigenlijk alleen met een hoog ingestelde nek bewegen, terwijl de boeg als het ware de grond in beweegt en het lichaam met een voorover gekanteld bekken voor de benen uit gestuwd wordt. Het feit dat dit zo vaak voorkomt onderstreept eigenlijk hoe belangrijk het is dat wij als ruiters het lichaam en de beweging van onze paarden beter leren begrijpen. Op die manier kunnen wij hen helpen hun lichaam te versterken en te voorkomen dat we elke maand de fysiotherapeut of masseur nodig hebben om los te laten maken wat we onbedoeld in de knoop hebben gereden tijdens onze training.”

Aanleuning tijdens überstreichen

“Sinds de dressuurproeven aangepast zijn, is er een hele nuttige oefening opnieuw in opgenomen, namelijk het überstreichen. Hierbij verbreekt de ruiter enkele passen het teugelcontact door de hand naar voren te brengen langs de hals van het paard, om daarmee te toetsen of het paard in balans en in aanleuning blijft lopen. De kracht van deze oefening zit hem erin dat hij je heel veel informatie geeft over de kwaliteit van je aanleuning en de mate van balans en verzameling van je paard.

Regelmatig zie je paarden die op hoog niveau getraind worden, die beheerst bewegen zolang de teugel kort is, maar krijgen deze paarden lange teugel, dan vallen ze prompt uit elkaar of verliezen zelfs bijna hun evenwicht. Je ziet deze paarden versnellen of op de voorhand vallen. Waarmee je een heel belangrijke boodschap krijgt: het paard liep niet op zijn eigen benen, maar op de ruiterhand. Dit verklaart meteen de vele kilo’s die menig ruiter in zijn hand heeft via de teugels. Op het moment dat de aanleuning uitgedrukt wordt in vele kilo’s in plaats van grammen (waar een teugeldrukmeter uitermate verhelderend bij kan werken), dan weet je eigenlijk direct dat je paard niet op eigen benen en (heel belangrijk!) niet echt verzameld beweegt.”

Communicatielijntje

Lisanne Thomas

“Verzameling kenmerkt zich namelijk door het lichter en lichter worden van de verbinding, omdat het paard de letterlijke ondersteuning van de ruiterhand simpelweg niet meer nodig heeft. Wat overblijft is een zeer fijn communicatielijntje, waarbij een minimale inwerking van een ringvinger ruim voldoende is om een signaal over te brengen. Als we echter eerlijk naar onszelf kijken, dan is het beeld van de horizontaal staande stang in onze sport veel vertrouwder dan de ontspannen stangteugel met verticale schaar, die af en toe een licht signaal overbrengt.”

Eigen benen lopen

“Het leuke is dat de kwaliteit van de aanleuning enorm verandert zodra je paard leert om in evenwicht op eigen benen te lopen. In plaats van het hele gewicht van zijn hoofd op de teugel te moeten dragen, gaat het paard meer en meer inbuigen (hurken) in de gewrichten van de achterhand, waardoor het kruis daalt en de schoft vrij omhoog kan welven. Door het dalen van de achterhand komt de hals van nature omhoog (zonder dat de nek door de inwerking van de hand omhoog getild hoeft te worden), waarbij we spreken van ‘relatieve oprichting’.”

“Relatieve oprichting wil zeggen dat de nek oprijst in verhouding tot het dalen van de achterhand, zonder dat je daarbij de onderlijn van het paard langer maakt of het schoftgebied sluit. Omdat het paard in de relatieve oprichting zijn hoofd en hals helemaal zelf draagt, wordt het contact op de teugel echt vederlicht, en dat is een waanzinnig gevoel!”

Meer over de specifieke eigenschappen van aanleuning lees van vanaf 7 december in Bit!

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant