-

‘Voor jong paard gezonder om onbelast te starten met trainen’

Maybel Pictures

De meeste ruiters vinden paardrijden het leukst om te doen. Maar het werken aan de hand wint ook steeds meer terrein. Je paard op de grond trainen door middel van academisch grondwerk, dat lijkt voor velen ontzettend tijdrovend te zijn en misschien zelfs overbodig maar Ylvie Fros, instructeur op gebied van Academische Rijkunst, is zo’n enthousiasteling die je graag kennis laat maken met de vele voordelen hiervan.

Om te beginnen, wat is academisch grondwerk eigenlijk? Ylvie legt uit: “Je staat/loopt naast je paard op de grond, je paard heeft een kaptoom om met een lijntje eraan en zelf heb je daarnaast ook een zweepje in je hand. De afstand tussen jou en je paard is klein. Anders is dat bij academisch longeren, waarbij alleen het creëren van meer afstand het grote verschil is met academisch grondwerk.”

Onbelast trainen

“Academisch grondwerk kan bijvoorbeeld handig zijn voor jonge paarden of paarden die ergens in hun lijf een probleem hebben. Je traint ze dan namelijk onbelast. Als je als ruiter op de rug van het paard gaat zitten terwijl het zichzelf nog niet goed in balans kan houden, dan breng je daardoor automatisch nog meer gewicht op de voorhand dan het paard van zichzelf al doet en raken pezen en gewrichten sneller overbelast. Als je naast je paard gaat trainen belast je de rug en voorbenen minder, terwijl je tegelijkertijd de spieren soepeler maakt en de draagkracht van rug en achterbenen ontwikkelt. Kortom, het is voor een jong paard gezonder om onbelast te beginnen met trainen.



Dragend gebruiken van achterbenen

Op het moment dat we met paarden op de grond bezig gaan, willen we het paard dus gelijk al leren om meer gewicht naar de achterhand verplaatsen, en dus het paard leren beter om zijn achterbenen dragend te gaan gebruiken. Nu zul je misschien denken: “Is dat voor een jong paard nog niet een beetje vroeg? In de meer traditionele dressuur is het immers pas vanaf ca. M-niveau echt van belang om te werken aan verbeterd dragend vermogen.” Ylvie: “Ja, ruiters die op B- of L- wedstrijdniveau rijden, daar wordt van het paard dit nog niet van verwacht. Maar eigenlijk is dat juist wat je gelijk wilt zodra je op de rug van het paard gaat zitten, dat het in balans kan lopen.”

Aanwijzingen aanleren

“Het is voor jou als ruiter ook veel comfortabeler om op een paard te zitten dat al rechtgericht en soepel is en in balans kan lopen. Persoonlijk vind ik het helemaal niet prettig om op een paard te zitten dat niet kan nageven en niet kan buigen. Dan werk ik veel liever op de grond, zowel voor het paard als voor mezelf. Ik kan op deze manier vast de hulpen op een vriendelijke en veilige manier aanleren. Hiervoor gebruik ik op de grond een zweepje dat op dezelfde punten kan inwerken als de been- en teugelhulpen tijdens het rijden.”

“Het paard leert dan dat wanneer het ergens aangeraakt wordt, dat het bijvoorbeeld zijn binnenbeen verder onder zijn lichaam moet plaatsen of zijn schouders in moet draaien. Soms kan alleen al het wijzen naar een bepaalde locatie genoeg zijn om je paard te laten weten wat je van hem verlangt. Al die aanwijzingen kun je aan elkaar plakken in de vorm van een oefening, zoals een schouderbinnenwaarts of travers. Deze oefeningen zijn bij uitstek geschikt om de soepelheid en draagkracht bij paarden te ontwikkelen.”

Ze vervolgt: “Als het paard dan in balans loopt aan de hand, ga je erop zitten en zul je merken dat hij gelijk al goed aan je hulpen is. Of je het dier nu met een zweepje aanraakt op een plek of hij jouw binnenbeen voelt, dat maakt niets uit. Hij herkent de aanwijzing. Academisch grondwerk maakt dat er onder het zadel daardoor ook veel minder miscommunicatie plaatsvindt. Maar er zijn meer voordelen van academisch grondwerk. Zo leer je ook goed naar je paard te kijken wat hij nodig heeft en leer je veel over jezelf.”

Uit de praktijk

“Een jong paard dat ik in training kreeg, had een vernauwing bij zijn lendenwervels”, vertelt Ylvie. “Hij was nog niet ingereden. Doordat hij die vernauwing had, waren zijn zenuwen bekneld geraakt en vertoonde hij kenmerken van ataxie. Hij zwalkte met zijn achterbenen en was totaal niet stabiel. Dit paard heb ik eerst een half jaar lang aan de hand getraind en tegelijkertijd ook alvast ruitermak gemaakt zonder te rijden. Ik kreeg in die maanden opmerkingen van stalgenoten als: “Zit je er nu nóg niet op?!” Maar pas toen ik vaststelde dat hij sterker was geworden in zijn achterhand, ben ik gaan rijden. Binnen twee rijsessies kon ik hem niet alleen in een mooie lengtebuiging krijgen, maar ook oefeningen als travers en schouderbinnenwaarts rijden in stap en draf.

Ylvie grinnikt even en zegt: “Diezelfde mensen stonden toen met hun mondvol tanden toen ik ze voorbij reed met een mooi in balans zijnd paard dat de oefeningen al kende. Ik heb hard aan de basis gewerkt, waardoor het rijden daarna veel makkelijker en sneller ging. Het lijkt voor ruiters vaak een tijdrovend iets te zijn om met je paard te starten met academisch grondwerk, maar je slaat juist een heel groot deel van de strubbelingen over die je doorgaans ervaart met een jong paard.”

Lees ook: Waarom werken aan de hand de kans op peesblessures verkleint

Bron: Bitmagazine.nl

Meer lezen van Bit? Neem dan nu een abonnement of koop een losse editie van het magazine in de webshop!

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant