-

In 4 stappen naar balans

balans karin leibbrandt
Lisa Penninga

Revalidatietrainster Karin Leibbrandt ontwikkelde een nieuwe, duurzame trainingsmethode voor paarden en schreef hier een boek over met als titel ‘Je paard succesvol trainen’. Hierin legt ze de principes van haar methode uit. In Amstelveen gaf ze een een clinic om haar manier van trainen in de praktijk te laten zien.

Karin Leibbrandt is paardentrainster en heeft zich als dierenarts gespecialiseerd in revalidatie. Ze heeft in deze periode veel paarden behandeld, vaak met een chronische blessure waarmee ze al jaren rondliepen. De oorzaak was daarbij lang niet altijd even duidelijk. tijdens de clinic bij Manege Van stal in Amstelveen vertelt Karin het verhaal van haar eigen dressuurpaard. een mooie hengst die ze zelf beleerde en trainde tot op Z-niveau. tot de M ging alles prima. Daarna werd rijden een gevecht. “hij maakte zich sterk en bezorgde mij alleen maar spierpijn en een slecht gevoel. Van de zeven jaar dat ik hem had, heb ik drie jaar gemist omdat hij steeds door ‘stomme pech’ kreupel was. Uiteindelijk heb ik hem weg moeten doen.”

Haar paard kwam terecht bij iemand die vooral recreatief met hem aan de slag ging. Lange tijd ging dit goed, maar een aantal jaar later kwam Karin hem weer tegen. De rustige recreatieve rijstijl van zijn nieuwe eigenaar was precies wat hem nog even op de been had gehouden, maar toen zijn klachten weer de kop opstaken en ze hem in behandeling kreeg, bleek hij zo veel pijn te hebben dat hij uiteindelijk is ingeslapen.

Lage hoofd-hals-houding

“Achteraf was het me pas duidelijk”, vertelt Karin. “ik had hem kunnen redden als ik wist wat ik nu weet. De oorzaak van zijn problemen, dat was ik! De manier van trainen die ik jarenlang gebruikte, was gericht op de lage hoofd-halshouding. inmiddels weet ik dat de meeste problemen bij paarden ontstaan in de bovenlijn, door het laag, diep en rond rijden. Dit veroorzaakt uiteindelijk klachten door het hele lichaam. ik had hem kunnen revalideren. Dat had lang geduurd, maar het was me gelukt.”

Een ervaring rijker, begon voor Karin hiermee de zoektocht naar een goede, duurzame manier van trainen. Ze liet het ‘perfecte plaatje’ los en keek naar de natuurlijke anatomie, fysiologie en biomechanica van het paard. “Mijn collega-dierenartsen vonden het maar niks. ik was te zweverig bezig en werd door hen het ‘paardenjuffie’ genoemd. Terwijl ik alleen maar het beste wilde voor het paard.

Ik kan niet geloven dat er mensen zijn die dat in de weg proberen te staan. Het kan namelijk zo niet langer, maar je moet ballen in je broek hebben om voor verandering te gaan staan. Door op een paard te rijden, veroorzaken we blessures. Met name paarden in de topsport krijgen vroeger of later te maken met blessures die wij als ruiter aanrichten. Als we dan toch willen blijven rijden, hoe kunnen we dat dan doen op een manier die zo weinig mogelijk schadelijke impact heeft op het paard?”

De paarden die Karin revalideert, zijn niet altijd meer terug te brengen naar de top van hun kunnen. “het ligt aan het stadium waarin de blessure zich bevindt. Als er bijvoorbeeld al echt artrose is, wordt het lastig. Kreupelheden met de oorsprong in de wervelkolom zijn echter wel vaak te behandelen. en natuurlijk is preventie belangrijk. Voorkomen is beter dan genezen. Met die gedachte in mijn achterhoofd ben ik een nieuwe trainingsmethode gaan bedenken.”

Vier dimensies

Op basis van haar ervaringen bedacht Karin 4DimensionDressage. Ze legt uit: “het is niet laag, diep en rond rijden. het gaat er niet om of het mooi is, maar om hoe het paard zich voelt en wat hij nodig heeft om vrij te bewegen. De sportpaarden van nu zien er anders uit dan vroeger en dat vraagt om een andere aanpak tijdens de training. De blessures die we vandaag de dag zien, worden grotendeels veroorzaakt door incorrecte training. Als we het paard leren op eigen benen te lopen en dan in balans te blijven, kan hij een goede rompstabiliteit aannemen en de oefeningen die de ruiter van hem vraagt beter uitvoeren.” Dit is dan ook de kern van de methode: het paard in balans brengen waardoor hij van daaruit een correcte lichaamshouding kan aannemen. Je traint vanuit het paard.

Karins manier van trainen draait om vier dimensies: het verticale vlak, het horizontale vlak, de lateroflexie, ofwel lengtebuiging, en de richting van het diagonale vlak. Op deze vier verschillende punten moet een paard zichzelf kunnen coördineren. De ruiter kan het paard helpen om dit te doen. Beheersing van deze vier punten betekent dat het paard netjes in balans is, bij het volgen van de hoefslag, maar ook tijdens het uitvoeren van een lastige oefening. Dan hoeft hij zijn energie alleen maar te gebruiken voor het dragen van de ruiter en het uitvoeren van de opdracht. De bewegingen van het paard zien er licht en moeiteloos uit, omdat ze dat ook zijn.

De theorie

Met ongeveer 150 man in de rijbak van Manege Van Stal begint Karin haar clinic met een nadere uitleg van de vier dimensies. “Als een paard deze beheerst in zijn beweging, is hij in balans en kan hij de meest complexe oefeningen met de minst mogelijke belasting uitvoeren. het paard is zelfverzekerd en heeft plezier in de training.”

Dimensie 1: het verticale vlak
Dit betreft de verdeling van het lichaamsgewicht van het paard over het linker- en rechtervoorbeen. het paard loopt netjes in balans op beide benen en houdt dit ook vast als een wending ingezet wordt. het lijkt een klein verschil, maar de gewichtsverdeling kan gaan over honderden kilo’s. Wanneer een paard verticaal in balans is, ontspant hij zijn rug, waardoor hij ook mentaal ontspannen kan. het hoofd komt naar voren en de hals gaat omlaag.

Dimensie 2: het horizontale vlak
Dit draait om de gewichtsverdeling over de voor- en achterbenen. Voor een paard is het totaal onlogisch om het gewicht op de achterbenen te zetten. Als vluchtdier is het noodzaak om zo snel mogelijk weg te kunnen komen. Door gewicht op de voorhand te zetten, is een paard sneller weg en is de beweging krachtiger. Paarden hebben dan ook geen idee dat het mogelijk is om het gewicht te verplaatsen naar de achterbenen. Dit is iets dat aangeleerd moet worden.

Bij de merrie Apple wordt tijdens de clinic zachtjes tegen de borst geduwd. We zien hoe het paard haar gewicht naar achteren beweegt. Bij een teveel aan druk doet ze een pasje terug. “Dit pasje is al te veel. het gaat om een kleine gewichtsverplaatsing die het verschil maakt.” Op het moment dat een paard het gewicht op de achterhand verplaatst, kan hij makkelijker in balans komen en meer ontspannen bewegen.

Dimensie 3: de lateroflexie (lengtebuiging)
De lengtebuiging is de buiging van neus tot staart. Wanneer een paard op de volte loopt, heeft hij snel de neiging om in de hals stelling aan te nemen. Bij een correcte lateroflexie buigt het paard zijn hele lichaam. Als hij hier moeite mee heeft, kan hij niet in balans op de volte lopen. Om een juiste stelling aan te nemen, moet het paard een gedragen achterbeen hebben.

Dimensie 4: de richting van het diagonale vlak
Door het paard te vragen zonder lengtebuiging de achterhand te verplaatsen en de voorhand te laten staan, of andersom, werken we aan het diagonale vlak. We leren het paard dat hij zijn voor- en achterhand onafhankelijk van elkaar kan bewegen. Deze dimensie verbetert de andere drie. Door het afzonderlijk verplaatsen van de benen moet het paard ook gaan ‘dragen’.

Steeds wanneer je een rijtechnisch probleem tegenkomt, kun je de oorzaak terugvinden in één van de vier dimensies. Als je weet waar het probleem zit, kun je het gericht aanpakken. Ga daarbij nooit blindelings aan de slag, maar kijk eerst goed of het daadwerkelijk een rijtechnisch probleem is en niet een lichamelijke klacht

De LARS

Om de oorzaak van een rijtechnisch probleem te vinden, gebruikt Karin de afkorting LARS. Zodra je het antwoord aan de hand van LARS hebt gevonden, kun je dit terugkoppelen naar de vier dimensies en van daaruit gaan behandelen. LARS staat daarbij voor:

L: lijn
Wanneer we een paard bijvoorbeeld vragen de volte op te gaan, willen we ook dat hij deze aanhoudt totdat wij hem er weer vanaf sturen. Als een paard de lijn niet kan volgen, is hij niet in balans. Dit geldt bij alle lijnen die we rijden. het kunnen volgen van de lijn hangt van twee factoren af: de verdeling van het gewicht over de benen van het paard en de richting. Als we kijken naar de verdeling van het gewicht bekijken we de verticale balans. Of het paard de juiste richting in zijn lichaam kan vasthouden, hangt af van de lateroflexie.

A: aanleuning
Aanleuning is een zachte, elastische verbinding die het paard maakt met de hand van de ruiter. Trekken is niet aan de orde. Als we trekken aan de paardenmond, voelen we namelijk alleen waar we zelf mee bezig zijn, niet wat het paard ons wil vertellen over zijn balans en zijn lichaam. Ongelijke teugeldruk, een hangend paard, een paard dat achter de teugel duikt of dat aan de hand trekt: het zegt allemaal iets over de verticale balans en staat in verbinding met de lateroflexie en de horizontale balans. Ongelijke teugeldruk zegt met name iets over de verticale balans, de andere voorbeelden duiden op een probleem met de horizontale balans.

R: ritme
Je kunt heel snel je voeten bewegen zonder vooruit te komen, of grote slome passen zetten en toch snel meters maken. Dit is een voorbeeld van de snelheid van het ritme, en dus je tempo. het tempo van het ritme kan hoog zijn, maar de snelheid laag, en andersom. Elk paard heeft zijn eigen tempo binnen het ritme. Alleen een paard dat in balans is, kan zijn perfecte tempo ook echt lopen.

Een verkeerd tempo kan veroorzaakt worden door een slechte horizontale balans. het paard loopt zijn gewicht achterna en moet versnellen. Een slechte verticale balans kan ook de oorzaak zijn. Als het paard aan één kant te veel gewicht heeft en het gevoel krijgt dat hij kan omvallen, versnelt hij ook. een paard dat een te laag tempo heeft, kan ook slachtoffer zijn van disbalans. Door de verkeerde horizontale balans heeft hij moeite met het optillen van zijn voorbeen als hier te veel gewicht op rust.

S: stabiliteit
Wanneer de L, A en de R kloppen, is het paard stabiel. Dit is de laatste letter.

In de praktijk

Karin legt uit wat volgens haar de oorzaak is van veel blessureleed. “Laag, diep en rond rijden is het normaalbeeld geworden. Maar wanneer je het paard met tegendruk in de mond werkt, gaat de kaak op slot en zet je ook de wervelkolom vast. hij kan zijn rug niet mooi bol maken en het achterbeen kan niet ondertreden. De meeste klachten ontstaan bovenin het paard, maar de problemen uiten zich vaak ergens anders in het lichaam. Mijn manier van een natuurlijke aanleuning krijgen is door te duwen, niet door te trekken. het paard is degene die de hand van de ruiter neemt. niet andersom.”

Als de ruiter de teugels aanneemt of straktrekt om het paard naar beneden te krijgen, is er slechts contact. Pas wanneer het paard de hand aanneemt, ontstaat er aanleuning. “Via de teugels vertelt het paard wat er in zijn lijf gebeurt. Als je grote druk op de teugels uitoefent, voel je niet wat je paard doet. Alleen maar waar je zelf mee bezig bent.” Als een paard verticaal niet in balans is, is hij niet uit zichzelf nageeflijk. Als je grote kracht op de teugels uitoefent, zal het paard uiteindelijk wel ‘nageeflijk’ gaan lopen. Dit is alleen niet vanuit ontspanning. Wanneer je de teugels laat vieren zal het paard namelijk meteen weer omhoogkomen.

Harde en zachte teugel

ongelijke teugeldruk

Op de volte pakt Gogh de linkerteugel vast. Om balans te herstellen, moet Esther haar linkerteugel lostlaten.

Inmiddels is Gogh, de dochter van Apple, in de bak verschenen. Ze wordt gereden door Esther Berger. Gogh wordt op de volte gezet. Vanuit het paard gezien zie je dat Gogh de linkerteugel vasthoudt. Dit is dus de ‘harde’ teugel. haar gewicht hangt ook op links. Om niet om te vallen, heeft de merrie de steun van de ruiter nodig. Ze is dus verticaal niet in balans. Om de balans te herstellen, wil Karin het paard de ‘zachte’ teugel laten aannemen, waardoor de ‘harde’ teugel weer zacht wordt.

Teugels begeleiden

Esther rijdt met een boogje in de teugel. Ze trekt niet, maar begeleidt alleen. Gogh laat haar hoofd zakken en wordt nageeflijk.

De eerste stap is de linkerteugel loslaten. Gogh is even verbaasd en gaat nog meer naar buiten kijken. haar gewicht is nog steeds op links. Esther neemt de lange rechterteugel aan. het is de bedoeling dat Gogh haar gewicht naar het rechtervoorbeen verplaatst. Als ze dit doet, komt ze over haar verticale balanspunt heen. Dit kan ze vervolgens zelf vinden en aanhouden. je ziet een boogje in de teugel hangen.

Esther trekt dus niet, maar begeleidt alleen. Gogh laat haar hoofd zakken en wordt nageeflijk. Als beloning staat Esther haar rechterhand toe. De merrie loopt nu op eigen benen en netjes in balans. De teugels zijn gelijk in druk verdeeld.

balans karin leibbrandt

Om te voorkomen dat het paard links weer gaat hangen, moet de linkerteugel zacht blijven.

Om te voorkomen dat het paard weer de linkerhand vastpakt en gaat hangen, moet de linkerteugel zacht blijven. Als er ook maar een klein beetje meer druk op de linkerteugel ontstaat, zal het paard hier gebruik van maken en het gewicht weer op het linkerbeen plaatsen.

Rijtje afgaan

Door het probleem te analyseren en daarbij LARS te gebruiken, kom je heel direct tot een oplossing. je gaat simpelweg het rijtje letters langs en kijkt welke van toepassing zijn op jouw paard. soms zijn dit er meerdere. Dan pak je eerst het grootste probleem aan en ga je van daaruit verder kijken.

LARS vertelt je in welke dimensie de oor
zaak van het obstakel zit, waardoor je de balans van het paard weer kan herstellen. Wanneer je een paard in balans hebt lopen, spreekt het de juiste spiergroepen aan, worden gewrichten niet overbelast, wordt het paard sterk en kan hij de opdrachten van de ruiter zonder problemen uitvoeren. Wees daarbij altijd geduldig. Volgens Karin is
de grootste valkuil voor veel ruiters bij het trainen van paarden een gebrek aan geduld. “De principes van de methode zijn eigenlijk heel simpel, maar het duurt even voordat je het effect ziet. Het lichaam van het paard heeft tijd nodig om kracht op te bouwen en de techniek te begrijpen. Als je te snel gaat, zal dit uiteindelijk averechts gaan werken.”

Bron: Bit

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant