-

Hoe voorkom je dat je paard gaat ‘hangen’ aan de teugels?

Arnd Bronkhorst

Misschien heb je het weleens meegemaakt: je bent aan het trainen en probeert de correcte aanleuning te krijgen. Vaak wordt dit omschreven als een ‘lichte en constante’ verbinding, maar op dat moment voelt het eerder alsof je paard is veranderd in een blok beton. Hoe kun je dat oplossen? Grand Prix-amazone Madeleine Witte-Vrees legt uit.

Madeleine zegt dat een paard gaat hangen aan de teugel, omdat de ruiter dat meestal zelf aanbiedt. Hierbij gaat ze er van uit dat het paard wel nageeft, dus ontspannen is in de kaak- en nekgewrichten. “Ik zou het liever geen hangen willen noemen, maar eerder een ‘zware aanleuning’. Het paard kan pas ‘hangen’ op het moment dat de ruiter dat zelf aanbiedt met zijn of haar hand. Het is aan ons – als ruiter – om die lichte gewenste aanleuning te krijgen en dat het paard zijn hoofd zelf gaat dragen.”

Hoe voorkomen?

“Je kunt de aanleuning verbeteren door veel overgangen en tempowisselingen te maken, zodat het paard meer tot dragen komt. Let hierbij wel op dat je daarbij ook zelf loslaat en ontspannen blijft. Het paard zal op eigen benen moeten lopen en zijn hoofd dragen. Kleine attentie: het ene paard is gevoeliger dan het andere paard. Stel dat je vijf verschillende paarden rijdt, dan zal het bij de ene makkelijker of meer vanzelf gaan dan bij de ander. Ook de bouw van elk paard is weer anders.”

Wachtoefening

Op de vraag of er een oefening is die Madeleine’s voorkeur heeft, legt ze uit: “Het meest belangrijke is dat je paard aan je been is. Dat is vereiste nummer één. Hiermee bedoel ik dat het paard op elk gewenst moment naar voren gaat zodra jij een beenhulp geeft. Wanneer je stopt met drijven, mag het tempo niet veranderen. Als dit voor elkaar is, geef je een ophouding. Je vangt als het ware het paard op en ontspant. Als je deze wachtoefening voor ‘elkaar’ hebt, dan gaat het paard pas op eigen benen lopen. Vergeet niet zelf consequent te blijven.”

Vervolgens geeft de amazone nog een voorbeeld van hoe het niet hoort. “Vaak zie je vervolgens dat een paard gaat rennen en daardoor weer zwaar in de aanleuning wordt. Het paard mag pas naar voren bij een beenhulp, niet op het moment dat jij je hand ontspant. Let op: gebruik geen hand en been tegelijk.”

Onafhankelijke zit

Volgens Madeleine heeft het verkrijgen van een lichte aanleuning natuurlijk ook te maken met een juiste houding van de ruiter. “Op het moment dat een ruiter wat meer moeite heeft met zitten, zie je vaak dat die persoon wat meer steun zoekt bij het paard, meer gaat leunen op de handen. Wanneer jij onafhankelijk van elkaar je ledematen en je lichaam kunt gebruiken, kun je eerder bewerkstelligen wat je wil.”

Harmonie en lichtheid

Het antwoord op de vraag in hoeverre een ruiter wordt afgerekend door een jury, luidt het antwoord duidelijk: “Een hele zware aanleuning wordt bij elk onderdeel afgestraft en dit zul je ook terugzien bij het onderdeel ‘harmonie en lichtheid’.”

Lees ook:

– Tip Mas van Veenendaal: Werk aan een stabiele basis
– Biomechanica: aanleuning
– 4 tips voor de juiste aanleuning

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant