-

Hoe maak je je paard aan het been?

Andrea Druijff

Je kent het vast wel. Je paard reageert niet zo lekker op je beenhulpen en is een beetje traag. Dat is vaak lastig. Hoe los je dat nu op? Wat doe je met je been? En wat voor oefeningen kun je rijden om meer reactie op je been te krijgen? Instructrice en ZZ-Zwaar amazone Rianne de Jong – Gerritsen geeft antwoord op al deze vragen én ze heeft een aantal belangrijke tips waar je meteen mee aan de slag kunt gaan.

Reactie op het been

“Het is belangrijk dat je niet meer in je paard stopt dan wat hij aan kan. Met andere woorden, je moet niet meer been geven dan wat je met je handen kunt verwerken. Een reactie krijgen op je been is niet hetzelfde als hard wegrennen. Je kunt veel been geven, maar dat heeft eigenlijk weinig zin als je paard daarna wegrent met zijn hoofd in de lucht. Zo krijg je namelijk niet het effect wat je wilde bereiken.”

“Je moet voor jezelf heel consequent zijn. Probeer je paard te leren dat hij reageert op heel kleine hulpen. Je hebt hiervoor bijvoorbeeld de 1-2-3 regel. Je begint met een kleine hulp, reageert hij niet dan komt er een tweede, grotere hulp achteraan. Heb je dan nog geen reactie, dan mag er echt wel een grote hulp gegeven worden. Als je daar consequent in bent, gaat het paard op een gegeven moment vanzelf op de eerste hulp reageren. Het ene paard doet dat wat eerder dan de andere natuurlijk, maar door altijd hetzelfde te doen, kom je er uiteindelijk wel.”

Zonder handrem

“Je paard mag dus niet aan de voorkant weglopen. Het is heel goed om je paard van achter naar voren te rijden. Let daarbij wel op dat je paard dan niet met het hoofd in de lucht gaat lopen en dat hij zo een onderhals creëert. Dan zijn ze vaak juist niet aan het been. Je moet ‘m soms net een beetje extra naar voren rijden en meer nageeflijk maken, waardoor ze beter over de rug kunnen komen en meer reactie kunnen geven aan je been.”

“Als je paard zijn onderhals erop zet en daarbij tegen de hand loopt, heeft hij eigenlijk de handrem erop. Die handrem moet je eraf zien te halen, anders sta je bijna al 1-0 achter. Hij moet leren om zijn bovenlijn, van staart tot oren, te gebruiken en dan gaat hij vanzelf de onderhals ontspannen. Op deze manier komt het paard dan ook beter aan je been. Als je been geeft en de onderhals is niet ontspannen, dan komt de hals vaak nog iets omhoog. Je weet dan eigenlijk dat jouw been niet functioneel gebruikt wordt.”

Voorwaartse drang

“Om hiermee te oefenen, kun je gaan schakelen op de volte. Hier heb je net wat makkelijker je buiging en je begrenzing op orde. Zo geeft je paard vaak net iets meer na, waardoor hij wat mooier over de rug loopt en krachtiger naar voren kan vertrekken. Op een recht stuk wordt je paard namelijk vaak wat strakker. Dan gaat hij waarschijnlijk harder, maar dan is hij nog niet goed aan je been. Je moet het idee hebben dat je tien keer dezelfde volte kunt rijden met een constant tempo en een begrensde buitenschouder. Op het moment dat je paard te veel over de buitenschouder wegloopt, verlies je daarmee je impuls. Dit is de door de ruiter opgewekte drang naar voren. Je kunt dat oefenen door met voorwaartse drang terug te rijden. Daarbij moet je blijven voelen wat je paard doet. Komt hij meer of eerder terug dan dat jij wil? Vul dit dan meteen aan met je been. Het is belangrijk om niet te blijven drijven. Goed is goed.”



Wissel van paard

“Dit is niet voor iedereen mogelijk, maar rijd eens op een ander paard als daar de kans voor is. Hoe voelt nu zo’n ander paard? Geef je dit paard bijvoorbeeld te veel been of juist te weinig? Daarin kun je jezelf goed peilen. Als je op een fiets zit met een slag in het wiel, dan denk je na een half jaar dat dat normaal is. Als je dan op een rechte fiets fietst, denk je dat deze krom is. Zo geldt dat ook met je paard. Als hij niet meer reageert op je been, ben je daar na een tijdje aan gewend. Wanneer je dan op een ander paard rijdt, merk je waarschijnlijk meteen verschil.”

Geen reactie meer

“Er zijn ook paarden die bijna helemaal niet meer reageren op hulpen. Zij zijn eigenlijk afgestompt geraakt op je been. Hierin moet je ook consequent blijven. Als je van tevoren al denkt dat je paard toch niet gaat reageren op de eerste hulp, gaat hij dat ook niet doen. Geef dan niet meteen een grote hulp, maar bouw het op. Je moet zelf ook niet afgestompt te werk gaan. Soms kan het helpen om een klein stemgeluid te laten klinken. Je moet opletten dat je niet honderd keer klikt voordat er iets gebeurt, want dan wordt het een automatisme. Af en toe een klikje met je tong kan geen kwaad.”

Positief blijven

“Als je een traag paard hebt, gaan sommige mensen er al negatief op zitten. Van te voren verwachten zij al dat hij weer niet aan het been is. Je moet proberen om er positief op te gaan zitten. Ga trainen en probeer om je paard beter aan je been te krijgen. In je training mag het ook best een keertje mis gaan. Trainen kost tijd en het komt constant terug.”

“Je moet zorgen als je paard reactie geeft, dat je dan ook je been los laat. Je geeft been, je paard geeft reactie en dan moet hij ook voelen dat het daarna makkelijk is. Je paard moet kiezen voor de weg van de minste weerstand. Daar wil iedereen natuurlijk naartoe. In het begin zijn het nog maar kleine stukjes, maar dan moet je daar wel tevreden over zijn. Later worden die stukjes vanzelf groter.”

Een aantal oefeningen

“Om je paard beter aan het been te krijgen, gaat het dus om het schakelen. Galopperen, terug naar de draf, galopperen en weer terug naar draf. Op deze manier rijd je tien passen galop en tien passen draf. Zo stel je voor jezelf een doel. Bepaal een punt waar je het voor elkaar wilt krijgen. Als je dat niet doet, galoppeert je paard net wat meters extra en dan ben je niet consequent. Overgangen van stap naar draf en andersom zijn ook goed, maar vanuit de galop naar draf wordt je paard makkelijker ontspannen. Je kunt ook doen alsof je bijna gaat stappen, maar dan draaf je weer naar voren. De ene keer sluit je het paard wel helemaal terug naar stap en de andere keer draaf je weg. Zo maak je af en toe een schijnovergang en af en toe een echte overgang terug. Je paard moet leren wachten.”

“Het is altijd belangrijk dat je paard aan het been is. Het maakt niet uit of dat je daarvoor Bixie of Grand Prix rijdt. Onthoud wel dat het ene paard sneller kan zijn qua reactie dan de ander. Een Opel is ook geen Ferrari. Je paard moet dus aan het been naar voren zijn, maar laat hem wel in zijn waarde!”

Bron: Bitmagazine.nl

Meer lezen van Bit? Neem dan nu een abonnement of koop een losse editie van het magazine in de webshop!