-

Hoe maak je de samenwerking met je paard lichter?

Maybel van der Linden

Hang jij weleens aan het halstertouw van je paard? Of bestaat jouw rijden uit het mantra ‘been, been, been’? Dan is er grote kans dat de samenwerking met jouw paard lichter zou kunnen. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, maar met de hulp van Eva Lazet-Wapenaar, eigenaresse en instructrice bij Ponytales Horsemanship, vorm je straks een echt team met je viervoeter.

“Een lichte samenwerking is belangrijk, omdat paarden van nature niet voor druk opzij gaan. Dat is in de mensenwereld niet praktisch of veilig. Als je een paard begint aan te leren om te wijken voor druk, zal je merken dat hij in eerste instantie als reactie er tegenin gaat hangen. Daarom is het belangrijk om lichtheid in de samenwerking te krijgen, zodat je aan je paard duidelijk maakt dat het niet om kracht gaat. Je zorgt dat de werksfeer positief kan blijven, doordat je lichter met elkaar omgaat.” Let op: zorg eerst dat je paard zich oké voelt, waar je hem ook aanraakt. Als je paard onzeker is bij aanraking, moet dat eerst opgelost worden.

Wijken voor druk, hoe begin je?

Eva legt uit dat als je je paard een vraag gaat stellen, het belangrijk is dat je je energie gebruikt. “Je gaat rechtop staan en kijkt waar je naartoe wil. Dat is de eerste stap waardoor je paard gaat opletten. Dan stel je je vraag. Je kan bijvoorbeeld je hand op de schouder leggen. Dan kom je zelf al naar voren, doordat je je eigen gewicht verplaatst. Gaat je paard daar nog niet in mee, dan verhoog je de druk in fases.

De eerste fase is zo licht als dat je het kan bedenken; je raakt alleen de vacht aan met je vingertoppen. Als je erop zit, is het hetzelfde; je legt je been aan alsof je alleen de vacht aanraakt. Je bouwt in fases de druk op tot er een reactie van je paard komt, en laat direct los als de gewenste reactie, hoe klein ook, gegeven wordt. Voor de duidelijkheid kan je dat opbouwen van druk in vier vaste fases doen, dit maakt je voorspelbaar in je handelen.”

De lichtste fase van druk geven, © Maybel van der Linden

“Bij de eerste poging hoef je nog niet een hele stap te krijgen. Stel dat je de voorhand van je paard opzij wilt verplaatsen, dan laat je de druk al los op het moment dat hij zijn gewicht verplaatst. Bij wijken voor druk is timing belangrijk. Zoals ze dat in het Engels zo mooi zeggen ‘it’s the release that teaches’ – het loslaten van de druk veroorzaakt het leermoment. Je beloont de intentie. Stel nou dat hij een ander antwoord geeft – jij geeft druk en je paard loopt naar voren of naar achteren – dan blijft je vraag gewoon staan. Je hand, en dus de druk, blijft waar die is tot het goede antwoord komt.”

Stappenplan

Eva werkt met een stappenplan met vier fases van druk. Onder het zadel zou dat er zo uit kunnen zien:

Fase 1: Je eigen energie gaat omhoog en je focus naar voren, je hand staat beweging naar voren toe. Je begint bij je eigen houding. Je gaat rechterop zitten, je opent je hand om je paard ruimte te geven. Beeld je in dat je een spons in je hand hebt. Blijft je hand zoals die is, gebeurt er niets. Wil je ‘m vol laten lopen, moet je je hand openen.
Fase 2: Dan volgt een (klak)geluidje of een stemcommando.
Fase 3: Vervolgens leg je je been aan.
Fase 4: Als er dan nog niets gebeurt, gebruik je je zweepje ter verduidelijking van je hulp, eerst bijvoorbeeld op je laars en dan vlak achter je been. Niet hard, maar net irritant, tot er reactie komt.

Hoe verder?

“Als je paard snapt wat hij moet doen voor die ene stap, wil je door naar meer. Dan is de valkuil groot dat je – als je door moest naar fase drie of vier om één stap te krijgen – daar in blijft hangen. Als je meer wilt, is het belangrijk dat je weer terug gaat naar een neutrale houding, waarbij je een lichte vraag stelt. Je laat de druk niet los tussendoor en bouwt het opnieuw in fases op. Het doel is dat je paard blijft omstappen, zolang je de vraag stelt.”

Omstappen door lichte druk, © Maybel van der Linden

Een goede leider is het halve werk

“Je wilt met respect met elkaar omgaan, dus daar moet je zelf mee beginnen. Als je met een paard gaat werken, wees dan respectvol en consequent. Wat ook heel belangrijk is, is dat je geen druk in het gezicht van een paard geeft. Sommige paarden vinden dat heel vervelend. Verder wil een paard graag aansluiten bij iemand die weet wat hij wil en laat zien waar ze naartoe gaan. Als jij je paard opzij wil hebben, maar zelf naar beneden kijkt, is het moeilijk om richting aan te geven met je lijf.”

Eva benadrukt dat het belangrijk is om oefeningen soms van elkaar te isoleren. “Wees bereid om oefeningen in stukjes te hakken. Stel dat je je paard op een cirkel wil sturen en je stuurt hem eerst achteruit van je af. Als dat al niet goed lukt, ga daar dan eerst mee aan de slag. Vergeet die cirkel even, want het eerste stukje wat je vraagt lukt niet. Wees bereid om oefeningen van elkaar los te koppelen.”

Lichte samenwerking tussen Eva en Fenna, © Maybel van der Linden

Laat los

“Mensen gaan heel snel hangen of duwen. Ze blijven in fase vier hangen. Stel dat je je paard achteruit wil vragen. De bedoeling is dat de druk echt heel kort is, maar mensen blijven vaak nog trekken of duwen terwijl de beweging er al is. Dan wordt de samenwerking er niet lichter op. Ook als je er op zit, mensen blijven vaak been geven terwijl hij al loopt. Dat hoeft niet. Daarom is dat stappenplan heel fijn; het hoeft allemaal maar één keer. Verder is loslaten belangrijk. Je handen zijn net als aapjes wat dat betreft, die houden graag vast. Maar laat de druk los bij een goede reactie en ontspan en geniet. Want dat gevoel breng je over en is voor je paard misschien wel de fijnste beloning.”

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant