-

Help, ik heb last van hypermobiliteit

Arnd Bronkhorst

Door de jaren heen zijn mensen steeds bewuster geworden van hun houding. Het is dan ook niet vreemd dat we termen als hypermobiliteit steeds vaker tegenkomen in de paardenwereld. Je lichaam lijkt soms een andere kant op te gaan dan je het stuurt en niet meer dan eens voelt het alsof je je eerste rijles op de manege hebt. Maar wat houdt hypermobiliteit precies in? Hoe uit het zich? En wat kun je er zelf aan doen? Fysiotherapeute, instructrice en ruitertraining-deskundige Rozemarijn de Wilt van Ruiter&Roos legt het je uit.

Rozemarijn de Wilt heeft het al vaker voorbij zien komen en helpt ruiters van alle leeftijden en niveaus om hun houding en zit te verbeteren. Zo maakt zij gebruik van meerdere hulpmiddelen om het probleem vast te stellen en gericht naar een oplossing te kunnen werken. “Van een hypermobiele pols of elleboog heb je minder last met paardrijden dan van hypermobiele enkels of onderrug. Dat vergt meer stabiliteitstraining om die lichaamsdelen stabiel te houden op het paard.”

Wat houdt hypermobiliteit in?

Bindweefsel zorgt normaalgesproken voor stevigheid, maar is bij mensen met hypermobiliteit veel elastischer. Reuma Nederland legt uit dat gewrichtsbanden en pezen hierdoor verder doorbuigen. Een beweging die ook wel overstrekken wordt genoemd. Hierdoor gaat de steunende functie verloren en wordt dit vaak door andere spieren en pezen gecompenseerd waarbij er eerder kans is op overbelasting. Hoewel deze soepelheid ook zijn voordelen heeft, kan het ruiters flink in de weg zitten. Zij merken dit vaak aan instabiliteit tijdens het rijden en het vinden van hun balans. Iemand kan hypermobiliteit in bepaalde lichaamsdelen hebben of overal hypermobiel zijn. Het herkennen van hypermobiliteit vanuit het zadel is niet eenvoudig. Situaties waar je aan kan denken zijn bijvoorbeeld een misstap van je paard waar je niet meteen je evenwicht weer terug weet te vinden of het moeilijk stilhouden van bepaalde lichaamsdelen zoals je armen of benen.

De ‘tools’

Één van die hulpmiddelen die Rozemarijn gebruikt, is de paarden simulator, die eruit ziet als een echt paard en hooguit alleen een iets minder zachte vacht heeft. “Hij bestaat uit veringen die zorgen dat je hem door jouw eigen lichaam moet laten bewegen. Mits je de goede beweging en hulpen geeft uiteraard, anders zul je dat ook meteen aan hem merken. Dat kan voor sommigen confronterend zijn maar is juist daardoor ook enorm leerzaam. En wees gerust, bokken of steigeren zal hij nooit doen.”

Ook de Flexchair is een goed hulpmiddel. Deze bestaat uit een bewegelijke kruk die door middel van een sensor laat zien waar het zwaartepunt van de ruiter ligt. De feedback kun je gemakkelijk op het computerscherm terugzien. Rozemarijn kijkt dan mee naar waar de knelpunten zitten zodat ze gericht daarop de oefeningen kan afstemmen.

Rozemarijn maakt ook veel gebruik van Franklin Methode, die oorspronkelijk voor dansers bedacht werd maar ook voor ruiters uitkomst kunnen bieden. “Het is makkelijk om te zeggen: probeer wat beter te zitten, maar het is erg persoonsafhankelijk hoe iemand dat zal opvatten. Net als dat de meeste mensen weten dat je je hakken laag moet houden maar dat moet je ook kunnen uitvoeren en volhouden. Soms lukt dat om bepaalde redenen gewoonweg niet. Deze methode helpt daarbij en focust zich op het fysiek eigen maken van bewegingen.” Het voordeel van de Franklin Methode is dat ook het mentale aspect erin mee wordt genomen omdat dat ook invloed heeft op je lichaam.



Thuis oefenen

Er zijn enkele simpele oefeningen die je gemakkelijk thuis kunt doen.

Stabiliteit

  • Ga op één been staan en probeer je andere been licht te buigen. Je voelt dat dit een stuk zwaarder is dan je been recht houden. Doe dit 1 minuut lang en houd dan even rust om daarna hetzelfde weer te doen. Als dit te makkelijk is kan je op een ongelijke of onstabiele ondergrond gaan staan. Denk hierbij aan een heuveltje of een trampoline.
  • Ga plat op de grond liggen (het liefst op een matje of handdoek) en leg je benen gestrekt neer. Zorg nu dat je één been gestrekt iets van de grond tilt en houd deze positie 20 seconden vast. Je been hoeft niet ver van de grond te komen, 30 centimeter is meer dan genoeg. Dit zorgt voor core-stabiliteit en sterkt de spieren aan die je nodig hebt om je in balans te houden.
  • Een variant op de bovengenoemde oefening begint bij het plat op je buik te gaan liggen. Probeer diagonaal je linkerarm en rechterbeen van de grond te houden. Na 20 seconden neem je even rust en herhaal je de oefening met je tegenovergestelde arm en been.

Mobiliteit

  • Om de mobiliteit van je bekken en heupen te verbeteren ga je op je rug liggen met gebogen knieën. Je mag best voor het gemak een kussentje onder je hoofd leggen. Kantel nu je bekken van voor na achter (hol/bol). Als je het moeilijk kunt voelen kan je je handen aan de zijkanten van je bekken plaatsen om zo de beweging mee te voelen. Bij het hol maken probeer je de rug iets van de grond te duwen en bij het bol maken richting de grond te duwen. Doe dit 15 – 20 keer en neem dan een pauze. Meer dan 3 sets achter elkaar is niet nodig.

Al met al zijn er dus een hoop manieren om te werken aan de balans van de ruiter om je paard zo min mogelijk te beperken in zijn of haar bewegingsvrijheid. “Ik ben van mening dat als paard en ruiter niets mankeren, de biomechanica (manier van bewegen) van de ruiter heel mooi past op het paard”, aldus Rozemarijn.

Niet alleen bij mensen komt hypermobiliteit voor, ook paarden kunnen hier last van hebben (of beiden). Op welke manier dit hen bemoeilijkt tijdens het trainen en hoe je dit het beste aan kan pakken lees je over een paar weken in het volgende deel.

Bron: Bitmagazine.nl

Meer lezen van Bit? Neem dan nu een abonnement of koop een losse editie van het magazine in de webshop!