-

Galoptips van Sander Marijnissen

Lonneke Ruesink

Je paard springt in de verkeerde galop, galoppeert scheef of mag meer sprong tonen. Zijn deze galopproblemen herkenbaar? Dressuurruiter Sander Marijnissen helpt je verder.

Tips aanspringen

  • Ga op de grote volte in draf en zorg dat je paard de juiste buiging en stelling heeft. Geef de galophulp. Vang hem op met je buitenteugel als de draf versnelt. Als je paard niet reageert, herhaal je de hulp, met een klein tikje achter je buitenkuit.
  • Pas op dat je bij het aanspringen niet naar binnen hangt. Daarmee verstoor je de balans en komt er te veel gewicht op de binnenkant, terwijl het paard juist de ruimte moet hebben om zijn binnenvoorbeen te heffen.
  • Zorg dat je paard nageeft voor je binnenteugel. Als je te veel druk houdt aan de binnenkant, kan zijn binnenvoorbeen niet ver genoeg naar voren grijpen.
  • Sluit de volte in draf, open hem dan zonder de achterhand te veel naar buiten te duwen, de schouder mag eerst. Spring aan als je op de hoefslag komt.
  • Wend in draf af op de binnenhoefslag, rijd rechtuit en wijk zo naar de hoefslag dat je in de hoek uitkomt. Spring dan aan. Door eerst te wijken breng je de balans naar de buitenkant, waardoor het paard zijn binnenkant ‘vrij’ heeft om van de grond te komen.

Tips rechtrichten

  • Rijd, als de achterhand te veel naar binnen valt, schoudervoor in galop.
  • Bouw geleidelijk op, begin met korte stukjes. Je paard moet door herhaling langzaam sterk genoeg worden om dit langer vol te houden, dat lukt niet in één week.
  • Rijd regelmatig rechtuit over de binnenhoefslag, liefst op een spiegel af, om jezelf te controleren. De wand heeft een ‘zuigende’ werking.
  • Houd de hals recht, en begrens de buitenschouder met je buitenteugel.
  • Vraag een lichte renvers in galop als de buitenschouder te veel naar buiten valt (achterhand naar buiten, voorhand naar binnen, buiging naar de buitenkant).

Sander Marijnissen strandTips voor meer sprong

  • Rijd bewust bergopwaarts, laat je paard niet voorover gaan.
  • Vraag veel overgangen kort na elkaar, afgewisseld met stappauzes om verzuring van de spieren te voorkomen.
  • Rijd tempowisselingen binnen de galop, zorg voor vloeiende overgangen en neem terug voor je paard naar de voorhand valt.
  • Vraag een aantal kleinere voltes, let daarbij op de balans en zorg dat je niet blokkeert aan de binnenkant. Word de volte te groot, maak hem dan kleiner door met je buitenbeen zijwaarts te drijven, niet door aan de binnenteugel te trekken.
  • Tel het aantal galopsprongen op een lange zijde. Probeer er één of twee minder te rijden.

Lees het volledige artikel in Bit 183. Dit nummer kun je hier bestellen.



Meer lezen van Bit? Neem dan nu een abonnement of koop een losse editie van het magazine in de webshop!
Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant