-

Een soepeler paard in vier stappen

Arnd Bronkhorst

Soepelheid is één van de belangrijkste elementen van paardrijden, voor zowel ruiters als paarden. Zonder de juiste soepelheid en ontspanning kan een ruiter niet de juiste houding aannemen en kan een paard niet goed bewegen. Het krijgen van de perfecte soepelheid gebeurt echter niet vanzelf; sterker nog, elke nieuwe oefening die jij en je paard leren, kan opnieuw voor spanning zorgen. Horse Listening geeft je vier stappen die je kunt doorlopen om de spanning los te laten en de juiste soepelheid te vinden.

1. Ritme

In de eerste plaats is het belangrijk om het ritme te bepalen waarin je paard loopt. Luister goed naar de voetstappen die je paard maakt en tel met ze mee. Draaft je paard in een heldere tweetakt? Zijn de drie passen van zijn galopsprongen steeds hetzelfde? Als je het moeilijk vindt het ritme van de passen te herkennen, kan het helpen om je ogen even dicht te doen zodat je je even helemaal op het ritme kunt focussen. Vraag desnoods of iemand even naast je paard mee wil lopen.

Als het ritme niet helemaal zuiver is, let dan goed op de hulpen die je geeft. Misschien moet je meer hulpen met je zit geven, of kortere, duidelijke beenhulpen geven om meer impuls te krijgen. Je paard kan ook juist té voorwaarts zijn, waardoor hij niet de kans krijgt om elke voet goed neer te zetten.

In beide gevallen moet je op zoek gaan naar een ritme dat jouw paard meerdere passen kan volhouden, zonder terug te vallen of weg te schieten. Ga pas door naar stap 2 als je dit ritme goed kunt beheersen.

2. Energie

Als je het ritme onder de knie hebt, kun je gaan werken aan de energie van je paard. Er zijn momenten waarop bijna alle paarden meer energie moeten gebruiken: het doorrijden van hoeken, wendingen of kleinere voltes, bijvoorbeeld. Waarschijnlijk zal je paard tijdens deze oefeningen iets terugvallen in ritme. Als je merkt dat het ritme vertraagt, vraag je paard dan met been-  en zithulpen om meer energie te gebruiken. Hij moet nu grotere passen maken en zijn rug ronder maken. Gooit je paard zijn hoofd omhoog en versnelt hij in tempo, neem hem dan terug door middel van halve ophoudingen tot je het juiste ritme weer te pakken hebt. Herhaal dit net zo lang tot je paard kan verruimen zonder te versnellen.

3. Buiging over de lengte (longitudinaal)

Als je ritme en energie in orde zijn, kun je je gaan richten op het ‘over de rug’ laten bewegen van je paard. Het is de bedoeling dat je paard zijn rug wat boller gaat maken.

De motor van een paard zit in zijn achterhand. Wanneer je om extra energie vraagt, zal een paard eerst gaan versnellen en vooruit gestuwd worden door zijn achterhand. Gebruik halve ophoudingen (zoals bij stap 2) om ervoor te zorgen dat je paard de energie niet gebruikt om naar voren weg te schieten, maar juist gaat gebruiken om ronder te lopen. Door hem van voren iets tegen te houden, voorkom je ook dat hij teveel op zijn voorhand valt. Je sluit hem als het ware op: van achteren vraag je om energie en van voren zorg je dat die energie niet kan ontsnappen.

Net zo belangrijk als die ophoudingen zijn je zit en de balans in je bovenlichaam. Probeer met de bewegingen van je paard mee te gaan en verlicht dan je zit door je billen iets aan te spannen, zodat je zit in het zadel je paard niet belemmert in zijn bewegingen. Blijf goed in het midden van je zadel zitten en let op je eigen balans. Als je je eigen evenwicht niet goed verdeelt, raakt je paard ook uit balans en kan hij zijn rug niet goed gebruiken.

4. Buiging over de breedte (lateraal)

Wanneer je paard zijn rug goed over de lengte kan buigen, worden stelling en buiging over de breedte ook gemakkelijker. Begin voorzichtig met stelling te vragen door je teugels gelijkmatig naar binnen of naar buiten te verplaatsen. Beloon bij elke goede reactie. Daarna kun je buiging over het hele lijf gaan vragen door je paard voor het binnenbeen te laten buigen en tegen te houden met buitenteugel en buitenbeen. Vraag zeker in het begin niet teveel buiging, maar geef de spieren de kans om rustig te rekken.

Let erop dat jij en je paard ook op de volte goed in balans blijven. Zit je nog rechtop en val je niet teveel naar binnen? Ga je juist naar buiten hangen om te compenseren? Controleer steeds of je nog op twee zitbeenknobbels in je zadel zit en allebei je hakken even ver uitdrukt. Kijk ook of je paard zijn hele lijf correct buigt of dat hij over zijn schouder wegloopt of alleen zijn hals buigt. Verplaats je gewicht iets naar het buitenachterbeen om te voorkomen dat je paard teveel naar binnen valt.

Er zijn nog veel meer oefeningen die je kunt doen om je paard soepel te maken en houden, maar deze vier stappen zijn gemakkelijk te onthouden en doorlopen als je zonder instructie rijdt. Bovendien kunnen duidelijke, heldere stappen je helpen om je eigen spanning los te laten. Blijf goed naar je paard luisteren en je zult merken dat hij veel meer ontspannen en in balans zal gaan lopen.

Bron: Horse Listening