-

Een nageeflijk paard zonder te trekken

Nageeflijkheid Jacques Toffi

Je ziet het bij alle goede ruiters: een paard met een mooie boog in zijn hals. Dat wil jij ook! Maar hoe krijg je je paard nageeflijk zonder te trekken? Volgens trainer, mental coach en Grand Prix-amazone Malene Nootenboom van Bewust Wedstrijd Rijden leiden er vele wegen naar Rome, maar ze gruwelt van ruiters die ‘een paard in de krul trekken’. Hoe leert zij ruiters hun paard nageeflijk te rijden?

Nootenboom post regelmatig filmpjes op haar Facebooksite om te laten zien hoe zij met haar leerlingen problemen oplost. Bijvoorbeeld om het paard de bovenlijn te laten ontspannen in galop. “Met deze filmpjes probeer ik mensen bewust te maken dat het allemaal makkelijker kan. Je moet maar net weten hoe. Het hoeft helemaal niet zo ingewikkeld te zijn.”

In de krul

Alleen is er een probleem, volgens Nootenboom. “Veel mensen willen dat hun paard in de krul loopt.” En met ‘in de krul’ bedoelt ze niet iets positiefs. “Ik kom vaak tegen dat mensen alleen maar naar het plaatje kijken. Ze richten zich daarnaast alleen maar op wat in de dressuurproef gevraagd wordt. Het maakt daarbij helemaal niet uit of het paard ‘vast zit’, als hij maar doet wat er gevraagd wordt.” Het gevolg is volgens Nootenboom een paard dat in de bovenlijn vasthoudt.

Van achteren naar voren

Nootenboom heeft niet voor niets voor de naam Bewust Wedstrijd Rijden gekozen. Want ze vindt het belangrijk dat ruiters weten wat ze doen en ook waarom ze iets op die manier moeten doen. “Als je schouderbinnenwaarts rijdt, moet je niet alleen weten hoe je die oefening uitvoert, maar ook waar die toe dient.” En uiteindelijk gaan alle oefeningen makkelijker als je een paard op de correcte manier nageeflijk rijdt. En dat is volgens Nootenboom: van achteren naar voren rijden.

Focus

Een voorwaarde daarbij is: ophouden met de focus te leggen op het hoofd van het paard. “Doordat ruiters hun focus leggen op ‘het hoofd moet rond zijn’ gaan ze vaak iets naar voren zitten en naar het hoofd kijken. Daarmee breng je meer gewicht op de voorhand van het paard en rijd je het van voren naar achteren in plaats van andersom.”

Los maken

Een nageeflijk paard is los in zijn lijf en loopt van achteren naar voren. Wat je volgens Nootenboom moet proberen voordat je aan zijn hoofd denkt, is zorgen je paard in zijn lijf los te maken. “Dat doe je door hem over de rug te rijden, van achteren naar voren naar de hand toe. Je rijdt je paard vanuit je been door en houdt met je hand verbinding met de mond van het paard. Je paard kan door de beendruk willen vluchten (van het achterbeen af) of hij legt zich erbij neer. Belangrijk is dat je met je hand blijft meeveren in de beweging. Dat gevoel is iets dat je als ruiter moet ontwikkelen.”

Leerproces

Als je het paard blijft vasthouden, gaat het vaak wringen met zijn hoofd, of het komt terug in tempo, zegt Nootenboom. “Vaak verstaan we die signalen niet. Daarom zeg ik: verdiep je eens in de reacties van het paard. Je moet weten dat een paard niets leert van constante druk. Hij denkt dan alleen maar: hoe kan ik hier onderuit komen? Kijk maar eens naar de rangorde in de kudde. Als een paard dat hoger in rang is een ander paard wegjaagt, stopt het daarmee als het paard dat lager in rang staat afstand houdt. Je kunt het vergelijken met druk geven (het paard wegjagen) en druk loslaten (het paard wordt met rust gelaten). Daar leert het paard van: als ik hier blijf staan, is het prettig en word ik niet weggejaagd.”

‘Je teugels te strak houden is niet goed, maar te los ook niet. Er moet dus een bepaalde aanspanning zijn. Van daaruit kun je verder werken.’

Boogschieten

Volgens Nootenboom is het hetzelfde met nageeflijk rijden. “Je zorgt dat er een bepaalde aanspanning in het lichaam ontstaat, die je met je hand opvangt en terug kan voelen. Maar je mag niet gaan trekken, want dat is constante druk waar het paard niets van leert.” Ze vergelijkt dat ‘voelen met je hand’ met boogschieten. “Als je de boog heel strak spant, kun je je pijl niet meer bewegen. Je moet dus zorgen dat je je pijl zo spant, dat je hem alle kanten op kunt richten. Houd je de boog te los, dan valt je pijl recht naar beneden als je schiet. Het is dus zoeken naar het juiste gevoel, naar de juiste aanspanning.”

Voorwaartse drang

Een belangrijke voorwaarde bij het nageeflijk rijden is volgens Nootenboom dat je paard altijd voorwaartse drang moet blijven houden. “Als je paard dat niet heeft, loopt hij niet meer van achteren naar voren.” De druk op je teugels speelt daarbij ook een rol. Je teugels te strak houden is niet goed, maar te los ook niet. Er moet dus een bepaalde aanspanning zijn. Van daaruit kun je verder werken. “Ik las pas een stuk van Bastiaan de Recht. Hij zei het heel mooi: ‘Je moet eerst van je paard een ballerina maken, voor je hem krachtiger kunt maken.’ Je moet dus eerst zorgen dat je paard los is, voor je aan krachttraining, zoals tempowisselingen gaat werken.”

Voltes

Bij Nootenboom bestaat het loswerken naast van achteren naar voren rijden vooral uit heel veel voltes rijden. “Maak je volte eens kleiner en dan weer groter, rijd achtjes en slangenvoltes. Vaak merk je dan ineens dat je paard gaat nageven.”

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant