-

Een hals als Valegro

Arnd Bronkhorst

Wie wil dat nou niet, een paard met net zo’n prachtige nek als olympisch en Europees dressuurkampioen Valegro. Hoe krijg je zo’n hals? Niet alle paarden hebben van nature een ideale halsvorm. Zelfs in dat geval kun je met zorgvuldige training veel verbeteren. Variatie is daarbij het toverwoord en dwang moet worden vermeden.

Ieder paard heeft een erfelijk bepaalde halsvorm. Door gerichte training kun je daar toch enige invloed op uitoefenen en de hals mooier maken. Dierenfysiotherapeut Gisella Bartels legt het uit: “Voor alle spieren geldt dat je ze kunt trainen door ze afwisselend aan te spannen en te ontspannen. Geen enkele spier wordt beter van constante aanspanning. Denk maar aan een bodybuilder in de sportschool. Die wordt sterker door gewichten op te tillen en weer neer te zetten, niet door ze een half uur in de lucht te houden. Het heeft dus weinig zin om een uur rond te rijden met de hals in dezelfde krul.”

Er is met de halsspieren van een paard iets bijzonders aan de hand. Die zijn namelijk vrijwel altijd enigszins actief. Gisella: “Ze houden het hoofd omhoog tegen de zwaartekracht in. Anders zou het op de grond liggen. Alleen als een paard met zijn neus aan de grond staat, doen de halsspieren weinig. Dan hangt het hoofd aan de banden en pezen. De mate van spanning en welke halsspieren meedoen, hangt sterk af van de halshouding. En de inwerking van de ruiter.”

Onderhals

Voor een optimale training van de hals is het nodig dat de spieren die je sterker wilt maken op lengte worden gehouden tijdens de aanspanning. Worden ze te veel verkort, dan treedt snel een te hoge spierspanning en verkramping op, wat een negatief effect heeft op de ontwikkeling. Vooral voor de spieren die van hals doorlopen tot onder het zadel is verlenging belangrijk, voor een goed gebruik van de rug.

‘Voor een optimaal resultaat is het van belang dat een paard zijn hals zelf draagt’

We willen graag een mooie, ronde hals, evenredig ontwikkeld, met een ontspannen onderhals. Afwisselend aan- en ontspannen dus. Hoe doe je dat als ruiter? “Door de halshouding van je paard veel te variëren. En door tijdens je training regelmatig tussendoor even een lange teugel te geven.” Voor een optimaal resultaat is het van belang dat een paard zijn hals zelf draagt. Houdt de ruiter met teugeldruk een bepaalde houding in stand, dan doen de spieren die je wilt ontwikkelen juist minder. “Of je krijgt een afweerreactie, omdat het paard de druk onprettig vindt. Om dat akelige gevoel op te vangen spant hij zijn onderhalsspieren aan, die daardoor sterker worden. En dat wil je natuurlijk niet.” In de dressuur is oprichting gewenst. “Die hoor je echter te bereiken doordat de achterhand daalt, niet omdat je het hoofd optilt. Tijdens die gewenste oprichting moet de onderhals ontspannen blijven.”

Lengtebuiging

Sommige ruiters buigen de hals van hun paard extreem in van links naar rechts en terug. Gisella waarschuwt dat bij een snelle verandering van druk of lengte een spier zich uit zelfbescherming spant. “Uit gymnastisch oogpunt is stretchen prima, maar dat moet langzaam gebeuren, waarbij het paard steeds in die houding moet ontspannen. Dus rijd veel voltes op beide handen. Of vraag stelling en stel pas om naar de andere kant als je paard heeft nagegeven. Heen en weer zagen, zonder lengte en nageeflijkheid, heeft een averechts effect op de gewenste spierontwikkeling.”



Tips

Neem een wortel of een paardensnoepje en houd het tussen de voorbenen van je paard. Hij moet zijn hoofd zo diep mogelijk buigen om het te pakken. Het volgende snoepje houd je bij zijn linkerschouder, zodat hij ver opzij moet buigen. Herhaal dit aan de rechterkant. Laat hem vervolgens naar links en naar rechts inbuigen in de richting van zijn heupen. Gisella: “Het kan zijn dat je een krakend geluid hoort. Dat is luchtverplaatsing in de gewrichten, het is niet schadelijk.”

Doe deze oefeningen elke dag ‘ochtends en ’s avonds. Laat een paard eten in een zo natuurlijk mogelijke houding, dus van de grond. Ook op stal moeten paarden zo veel mogelijk met hun hoofd naar beneden staan. Geef veel (arm) ruwvoer en gebruik een voerbal voor het krachtvoer. Doe je er alles aan, maar ontwikkelt de hals zich niet? Laat je paard nakijken door een dierenarts. Artrose in de halswervels kan dit veroorzaken, maar bijvoorbeeld ook een slecht passend zadel.

Als een paard op de ene hand zijn hals makkelijker inbuigt dan op de andere, is het toch belangrijk dat je beide kanten evenveel traint, voor een evenredige ontwikkeling.

In de krul

In de dressuursport wordt de nadruk nogal gelegd op de halshouding. “In de krul, dat is wat de jury wil zien”, verzucht Gisella. “Die houding zou geen doel op zich moeten zijn. Maar dat is het helaas meestal wel. Een paard leert zijn lichaam op de goede manier te gebruiken door hem in allerlei verschillende houdingen te rijden, waarbij hij zich steeds moet ontspannen en jij de controle over het tempo houdt. Geforceerd in de wedstrijdhouding rijden, zorgt voor veel spierontwikkeling achter de oren, maar niet in de buurt van de schoft. Terwijl dat nou juist zo’n belangrijke plek is, omdat die ook invloed op het ruggebruik van het paard heeft. Welke houding je ook vraagt, je doet dat om de rest van zijn lichaam mee te trainen. Je voelt een probleem aan de voorkant, maar het zit meestal elders.”

Gisella vertelt dat goed gebruik van de hals voor een groot deel afhankelijk is van het functioneren van het lichaam. Dus als je de buikspieren, de achterhand en de rug op de juiste manier traint, wordt de hals doorgaans ook beter bespierd. Ze benadrukt dat het niet goed is om een paard altijd maar aan een lange teugel rond te rijden, omdat weerstand niet goed zou zijn. “Je mag best enige druk uitoefenen als een paard zijn hoofd omhoog doet of het hoofd te ver naar voren steekt. Alleen moet je je handen meteen weer ontspannen als hij op de manier reageert die jij wilt. Vraag een houding, houd aan tot je voelt dat je paard lichter wordt en dan doe jij dat ook. Daarbij moet zijn houding zo blijven, tot jij weer iets anders vraagt.”

Hulpteugels

Een goede manier om de halsspieren te trainen is longeren. Het paard beweegt onbelast, dus wordt niet gehinderd door een ruiter. Gebruik een hulpmiddel om een voorwaarts-neerwaartse houding te stimuleren. Gisella: “Het is belangrijk dat het paard ook hierbij de ruimte krijgt om zijn hals zelf te dragen. De kin op de borst binden heeft een negatief effect op de ontwikkeling van de hals. Je hoort wel van die verhalen dat paarden kort vastgebonden een dag op stal worden gezet. Dat is niet alleen een wrede vorm van dierenmishandeling, het kan ook voor ernstige spierschade zorgen.” Gisella is niet tegen hulpteugels. “Als ze goed worden gebruikt, kunnen ze iets toevoegen, ook tijdens het rijden. Maar dan moeten ze alleen in werking komen als een paard bijvoorbeeld zijn hoofd omhoog drukt of het bit vastpakt. Ik vind in dit opzicht een Thiedeman teugel beter dan een slofteugel. Worden hulpteugels gebruikt om een hals in een korte, ronde houding te dwingen, dan treedt verzuring op en neemt de doorbloeding af, wat juist tot een slechtere spierontwikkeling leidt.”

‘Geen enkele spier wordt beter van constante aanspanning’

Hersteltijd

Het trainen van spieren is een spel van aan- en ontspannen. Training betekent dat je iets vraagt tot een punt dat het moeilijk wordt, dat je dat heel even volhoudt en dan stopt met vragen. Een dergelijke prikkel zorgt ervoor dat het lichaam aan de slag gaat om de spieren die worden ‘geplaagd’ sterker te maken. Supercompensatie, wordt dat genoemd. Voor dat verbeteren heeft het lichaam even tijd nodig. Gisella: “Na een zware training is één à twee dagen hersteltijd noodzakelijk. Je mag in die periode best rijden. Maar houd het op een halfuur en laat de hals veel strekken.” Weidegang is lichamelijk en mentaal fijn voor een paard, maar doet weinig qua herstel. “Voor optimalisering van de doorbloeding, moet een paard ongeveer twintig minuten aaneengesloten en rustig bewegen en dat doet hij niet in de wei. Het heeft meer nut als je hem, behalve weidegang, ook nog even een halfuurtje laat stappen, waarbij je hem afwisselend oppakt, laat nageven en weer lang laat. Als een paard een blessure heeft waardoor hij alleen mag stappen, kun je op deze manier ook mooi de hals blijven trainen. Hoe hard of zacht je stapt maakt daarbij niet uit, het gaat om de variatie in halshoudingen.”

Hengstenkam

De mooie kam, die vooral hengsten vaak hebben, heeft te maken met genetische aanleg. “Vergis je niet, bovenin zit vooral vetopslag. Dat heeft niets met training te maken”, lacht Gisella, die ervan overtuigd is dat ook een minder fraaie hals met de juiste aanpak mooier kan worden. “Correcte bespiering is voor ieder paard haalbaar. Daarbij moet je goed kijken naar de bouw. Staat de hals erg omhoog, dan moet je bewust veel voorwaarts-neerwaarts trainen. Maar heeft jouw paard een wat lange, recht aangezette hals, dan is het juist niet goed om steeds zo lang en laag te rijden. Het is echter voor ieder paard belangrijk om af te wisselen qua halshouding. Natuurlijk moet je, om oefeningen te rijden, soms even min of meer in de wedstrijdhouding. Maar ik vind tien minuten in eenzelfde houding al erg lang, je kunt tussendoor best even een rondje stretchen of buigen.”

Meer lezen van Bit? Neem dan nu een abonnement of koop een losse editie van het magazine in de webshop!