-

Een goede start met nieuwe oefeningen

jong paard

Al eerder deelden Philip Schouten en Yvette van Steenwijk van SvS horses hun kijk op de beginselen met een jong paard. Maar, eenmaal zadelmak, kun je rustig met ze aan de slag. Philip en Yvette nemen je mee in hoe je verder kunt.

Blijf aan de basis werken

Als je paard al een tijdje onder het zadel is kun je weer een stapje verder, maar blijf altijd werken aan de basis. Philip: “Je paard is inmiddels zadelmak en de basis zit er goed in. Het werkt prettig als het jonge paard goed aan de hulpen is en steeds rechter wordt. Natuurlijk rijd je op een jong paard en is deze nog niet helemaal recht, maar het is belangrijk om hier aandacht aan te blijven besteden. Werk daarnaast goed aan het naar voren en opzijgaan voor je been. Je paard is nog in opleiding, maar wees hierover vanaf het begin duidelijk en consequent.”

Dressuur: wijken voor de kuit

Yvette start met het rijden van oefeningen als de basis is bevestigd: “Nadat de basis goed is, leer ik de jonge paarden graag het wijken voor de kuit. Het is goed voor de lengtebuiging, de gehoorzaamheid en lossigheid. Omdat je in de basis al bezig bent geweest met de buiging in de hoeken en op de volte, is het opzij gaan voor de druk van jouw kuit vaak geen groot probleem. Zorg er wel voor dat je, als je het wijken verder gaat uitwerken, de schouder blijft begrenzen. Veel mensen zijn gefocust op het zijwaarts gaan, maar vergeten daardoor vaak de schouder van het paard te begrenzen. Daardoor verlies je de buiging, achterhand en impuls. Voel je dat de schouder te snel opzij gaat? Maak je paard dan weer recht.



Vervolgens rijd je rustig door en vraag je weer een pasje opzij, dit herhaal je tot je de buitenkant kunt controleren. Als je makkelijk kan wijken, recht kan maken en daarna weer kan wijken, kun je ook wat variaties toevoegen. Ik vind zelf wijken naar het midden vanaf de hoefslag een fijne oefening. Zo maak je ze ook los en gehoorzaam voor je andere been. Als dat ook goed gaat, kun je bijvoorbeeld een stukje naar binnen wijken en weer terug naar buiten. Tip: maak goed gebruik van de spiegels, of laat eens iemand meekijken of filmen als je twijfelt over of het goed gaat!”

Springen: begin met een balk

Philip vertelt hoe hij begint met balkjes met de springpaarden: “Wij vinden het fijn om met jonge paarden altijd op de hoefslag te beginnen met een simpel balkje. Zo leren ze dat het normaal is om daar overheen te stappen onder het zadel. De bakrand (deze moet wel hoog genoeg zijn!) kan dan zorgen voor extra ondersteuning. We beginnen heel simpel met 1 balk.”

Daarna voegen wij een 2e en een 3e balk toe, maar wel op ruime afstand. Sommige jonge paarden vinden drafbalkjes onder het zadel op normale afstand achter elkaar spannend, waardoor ze niet durven of er overheen willen springen. Dit wil je natuurlijk niet. Je wil vertrouwen opbouwen met balken en ze niet bang maken. Kent je paard de balkjes al goed genoeg? Dan kun je ze rustig wat dichter bij elkaar leggen, op de juiste afstand voor jouw paard.”

Zorg voor afwisseling

“Ook onze dressuurpaarden worden getraind met behulp van balkjes, zowel aan de longeerlijn als onder het zadel. Het zorgt voor een goede coördinatie, het is goed voor de balans en het sterker worden. Tevens is het natuurlijk een leuke afwisseling en vaak worden ze er wat dapperder van. Wij doen dit regelmatig. Als je zelf geen fan van springen bent, kun je op deze manier toch afwisseling aanbieden en je paard trainen op een andere manier.”

Maak een sprongetje

“Als het paard comfortabel is met de balkjes, dan maken we een klein sprongetje in de vorm van een kruisje. Ook dit doen we aan de hoefslag met een balk op een staander naast het sprongetje, als extra aanleuning aan de ‘open’ kant. Wij kiezen ervoor om geen drafbalk voor de sprong te leggen met de jonge paarden. Op deze manier hoeven zij zich enkel te focussen op het sprongetje, niet op de drafbalk en daarna ook nog de sprong. Begin altijd laag en simpel. Rijd aan in een drafje en kijk rustig wat er gebeurt. Als je paard de eerste keer stil gaat staan, probeer het dan rustig nog een keer.”

“Probeer bijvoorbeeld eens of je je paard wat extra naar voren kan laten gaan net voor de sprong, zonder dat je je contact verliest of heel hard erop af gaat. De eerste paar sprongetjes zullen wat onwennig zijn, maar dat geeft niet. Doe dit gewoon een paar keer, zodat het een normale zaak wordt. En beloon steeds heel goed, dit is erg belangrijk. Je wilt immers dat je paard het leuk vindt en het spelletje gaat begrijpen. Als je paard comfortabel en voldoende bevestigd is, kun je het eens vanuit galop proberen. Bij de eerste sprongen is het belangrijkste voor een jong paard dat hij vertrouwen heeft in de ruiter en de balken.”

Veel succes, en vooral veel plezier!

Bron: Bitmagazine.nl

Meer lezen van Bit? Neem dan nu een abonnement of koop een losse editie van het magazine in de webshop!

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant