-

Dressuurwerk aan de hand, oefeningen 3 en 4

Ocean van Roozendaal

Volgens Angela Remie van Avalon’s Ruiterbegeleiding begint dressuurwerk aan de hand bij het leggen van een goede basis. Als je de basis goed aanleert, dan kun je daar later altijd weer op terugvallen als het moeilijker wordt. De eerste paar basisoefeningen zag je al eerder, hieronder volgen twee vervolgoefeningen.

Heb je de eerste twee stappen en algemene uitleg gemist? Werk deze informatie eerst goed door en ga dan pas verder met onderstaande oefeningen.

Houd alle oefeningen overzichtelijk

Angela Remie: “Alle oefeningen in kleine stapjes aan je paard uitleggen houdt het overzichtelijk en begrijpelijk voor jou en je paard. Doordat je alles stap-voor-stap aanbiedt, onthoudt je paard de oefeningen veel beter. Zo heb je minder kans dat er foutjes in je werk sluipen.”

Misschien is jouw paard heel slim en pikt hij alles in no-time goed op. Dat is mooi meegenomen natuurlijk. Ga wel na of je paard de oefening na een paar weken tot maanden nog steeds goed weet. Pas als dat het geval is, dan is een oefening ‘bevestigd’ zoals dat heet. Alles wat je van je paard vraagt, moet uiteindelijk eigenlijk automatisch gaan. Pas dan gaat een oefening goed genoeg om door te gaan met de volgende. Doe je het werk aan de hand op deze manier, dan houd je er later in de opleiding profijt van.

Vervolgoefeningen dressuurwerk aan de hand

Ook voor deze oefeningen geldt: veiligheid voor alles. Probeer eerst weer rustig uit wat jouw paard wel en niet toelaatbaar vindt in zijn persoonlijke ruimte. Draag goede schoenen, eventueel ook nog een cap en handschoenen en gebruik het liefst een (werk)halster of kaptoom voor de oefeningen.

Oefening 3: Zijwaarts omstappen met voor- en achterbenen

Deze oefening is voor het aanleren van een van de belangrijkste hulpen die je nodig hebt voor dressuurwerk vanaf de grond. Je paard moet soepel en braaf voor druk van je hand opzij stappen als je dat van hem vraagt. Een paard gaat van nature vaak juist eerst tegen die druk in en komt in het begin dus eerder naar je toe dan dat hij van je wegstapt. Zaak dus om je paard eerst uit te leggen wat je met je hulp bedoelt.

Angela: “Begin met de schouder van je paard. Geef druk op de paardenschouder met je hand. Je paard moet als reactie zijn binnenste voorbeen wat naar buiten (opzij) van je wegzetten. Het paard stapt dan met het ene voorbeen voor het andere voorbeen langs.

dressuurwerk
Hulp op de schouder voor het voorlangs omzetten van het binnenvoorbeen

Snapt je paard wat je bedoelt op de schouder? Ga dan hetzelfde doen op de achterhand, waarbij het binnen achterbeen schuin onder de buik moet stappen. Ook het achterbeen stapt schuin voor het andere achterbeen langs. Het gaat daardoor in de richting van het zwaartepunt.”

Hulp op het achterbeen voor het voorlangs omzetten van het binnenachterbeen

Zoeken naar het zwaartepunt met de achterhoeven

Waar het zwaartepunt zich bevindt, leg Angela aan je uit: “Dit is het is het punt waar de ruiter hoort te zitten op de paardenrug en daarmee het diepste gedeelte van de paardenrug. Je trekt de denkbeeldige lijn vanaf dat punt door naar de grond. Je kunt ook een denkbeeldige rechthoek over de rug van je paard leggen, die je dan van bovenaf ‘bekijkt’. Verbindt de 4 hoeken van de rechthoek met 2 diagonale lijnen. Et voilà: precies waar beide lijnen zich kruisen, zit het zwaartepunt. Dat punt ligt dus recht onder de wervelkolom van je paard op de grond in het zand.”

KWPN’er Odin laat zien hoe hij zijn binnen-achterbeen precies onder het rij-technische zwaartepunt brengt

Na deze korte extra toelichting op het zwaartepunt gaat Angela verder met het uitleggen van de oefening zelf: “Probeer bij de achterhand wel eerst voorzichtig uit of je paard aanraken en druk krijgen daar goed vindt. Zo niet, ga dan eerst aanraakoefeningen doen totdat hij het wel oké vindt.”

“Vervolgens vraag je aan je paard om hetzelfde te doen in stap. Begin op een kleine volte en probeer de volte te openen. Als je paard je in beweging te veel tegendruk geeft, zet dan je het paard stil en vraag dit wegstappen eerst in stilstand aan je paard. Haal bij de minste reactie altijd meteen de druk van je hand weg. Dit is voor je paard de bevestiging van dat hij de juiste reactie geeft.”

Zoeken naar nieuwe balans

“Valt je paard met de achterbenen naar binnen en beweegt hij daardoor juist van het zwaartepunt af? Herhaal dan de oefening van een achterbeen een stapje op zij te laten zetten. Het mooiste is dat je paard dan vaak als vanzelf richting de denkbeeldige lijn van het zwaartepunt zal stappen met het achterbeen.”

“Valt je paard erg naar buiten? Ga dan terug naar de hoefslag en gebruik daar de wand om het paard te begrenzen. Het paard en zijn spieren wennen zo eerst met wat steun van de wand aan deze nieuwe balans. Heeft hij de balans gevonden? Ga dan vervolgens weer op de volte of op de hoefslag verder.”

Ook bij oefening 3 buig je de wervelkolom op een subtiele manier in de juiste houding. En als dat lukt verplaatst je paard het gewicht ook al iets meer naar de achterbenen. Zeker wanneer oefening 3 lukt in combinatie met oefening 2 ben je al heel dressuurmatig met de spieren en buiging van je paard bezig.

Fjord Dimas toont een eerste lichte oprichting van de voorhand in het werk aan de hand

Lukt de combinatie van de oefeningen 2 en 3 soepel en zonder morren, duwen en trekken? Dan gaan je ‘als vanzelf’ naar de volgende belangrijke oefening.

Oefening 4: Ondertreden van het binnenachterbeen

Angela: “Deze oefening is de spil van alle verdere dressuuroefeningen. Je paard moet voor het houden van zijn balans eerst gaan leren om zijn gewicht zoveel mogelijk te gaan dragen op het binnenachterbeen. Dit doet een paard door de juiste buiging aan te nemen en door met zijn binnenste achterbeen zo ver mogelijk naar voor onder de buik te gaan stappen. Later ga je in het leerproces uiteraard ook aan de slag met het buitenachterbeen, dan door onder andere de travers.”

“Het ontwikkelen van meer draagkracht is het basisprincipe van waarom eigenlijk vrijwel alle dressuuroefeningen ooit bedacht zijn. Van nature dragen paarden het meeste gewicht op de voorbenen. Terwijl je voor het hogere dressuurwerk en langer behoud van je paard het gewicht juist door de achterhand wilt laten dragen. De verplaatsing van zijn gewicht en het vergroten van de draagkracht van de achterbenen moet je het paard dus stapsgewijs aanleren. Daarmee ben je op weg naar de rijtechnische balans!”

Rijtechnische balans vanuit werk aan de hand

De visie van Angela: “Het is heel belangrijk dat je paard om te beginnen het binnenachterbeen keurig onder de massa zet om in rijtechnische balans te komen. Het eerste ‘bedienen’ van het binnenachterbeen leerde je het paard aan in oefening 3. Je geeft voor het verder naar voren en wat opzij brengen van het binnenachterbeen met je hand of een verlengstuk van je arm zoals bijvoorbeeld een zweepje aan waar je het been naartoe wilt laten stappen. Steeds verder in de richting van het zwaartepunt dus. Dit gaat in fases. Geduld en eindeloos herhalen zijn vaak wel nodig bij deze oefening. Omdat het paard de tijd moet krijgen voor het aanleren van hoe hij zijn spieren op de juiste manier kan gaan gebruiken.”

De PRE hengst Diamante brengt zijn binnenachterbeen richting het zwaartepunt in stap

Succes met trainen en op naar de volgende stap. En zoals Angela het zegt: “Alles begint bij de eerste juiste stap, durf te dromen!”

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant