-

Do’s en don’ts voor een betere L1-proef

Lonneke Ruesink Lonneke Ruesink

Wijken, middengalop en andere figuren, in de L1-proef kom je een aantal nieuwe onderdelen tegen. Samen met Jan Enne Kloosterboer, Grand Prix-jurylid en instructeur, licht Bit vijf onderdelen uit een L1-proef toe. Hoe kijkt de jury naar deze onderdelen en hoe kan jij betere punten scoren?

Minimaal vijf meter wijken

Arnd Bronkhorst

Foto: Arnd Bronkhorst

Vijf meter wijken is de eerste zijgang die gevraagd wordt in de dressuur. De bedoeling is om na het afwenden bij A, minimaal vijf meter te wijken richting de hoefslag. Maar hoe doe je dit nou correct?

Do’s:
• Zorg dat je paard goed in takt blijft lopen. Ieder pas moet gelijk zijn van lengte en tijdsduur.
• Je paard zo recht mogelijk houden met alleen een lichte stelling tegenovergesteld aan de bewegingsrichting.
• Probeer links en rechts ongeveer even ver zijwaarts te gaan.

Don’ts:
• Tijdens het afwenden al je binnenbeen aanleggen en beginnen met wijken, hierdoor wordt je paard te gebogen en kan hij over de buitenschouder weglopen.
• De takt van de draf verliezen zoals bv. steeds langzamer gaan.

Volte 15 meter

Waar de voltes in de B allemaal nog 20 meter zijn, komen er in de L kleinere voltes voor. Deze voltes vereisen betere controle en inzicht, aangezien je de hoefslag niet meer als steun hebt. Dit kan nog weleens voor moeilijkheden zorgen.
Do’s:
• De jury let op de beweging van je paard, zorg dus voor takt en gelijkmatigheid.
• Oefen de volte net zolang, tot je het juiste gevoel hebt gekregen voor de grootte van de volte.

Don’ts:
• Paard naar de buitenkant weg laten lopen, blijf consequent en hou je paard op de volte.
• De stelling en buiging vergeten, of je paard juist teveel laten buigen.

Middengalop

Behalve de middenstap en de middendraf, komt de wedstrijdruiter ook de middengalop tegen. Het klinkt als een makkelijke oefening, maar in de werkelijkheid valt dat nog wel eens flink tegen.

Do’s:
• Denk altijd aan correcte stelling en buiging op de volte, ook tijdens de middengalop.
• Behoud een zuivere sprong door je paard niet te belemmeren met je hand of zit.

Don’ts:
• Je paard terug rijden met een strenge hand, doe dit op je zit en met korte ophoudingen.
• Geen duidelijke overgangen rijden, zorg dat de jury duidelijk verschil ziet!

Halthouden

Halthouden is meer dan alleen stil staan met je paard. Om goede cijfers te scoren voor dit onderdeel zijn er toch een aantal belangrijke dingen om rekening mee te houden.

Lonneke RuesinkDo’s:
• Gebruik de ruimte die je krijgt. Je hoeft niet precies op de letter halt te houden, dus gebruik de ruimte van de korte zijde.
• Stap gerust een aantal passen voor je gaat halthouden, de overgang mag progressief zijn.
• Zorg dat jij en je paard minimaal 4 seconden volledig stil staan, dus ook stil in de aanleuning.

Don’ts:
• Je blind staren op het vierkant staan van je paard. In de L1 is dit nog niet nodig, maar dient het paard wel zijn gewicht gelijk verdeeld te hebben over vier benen.
• Je hand er te veel aanhouden tijdens het stil staan, hierdoor kan je paard achteruit gaan.

Gebroken lijn 10 meter

De gebroken lijn 10 meter vraagt stuurkunsten van de ruiter en een goede stelling en buiging van het paard. Hoe scoor je nou een goed cijfer op dit onderdeel?

Do’s:
• Maak je paard na het afwenden van de hoefslag zo snel mogelijk weer recht, zodat je voor X weer je nieuwe stelling kan hebben.
• Bereid je stelling en buiging goed voor zodat het paard zich daarop in kan stellen en dus makkelijker in balans blijft.

Don’ts:
• De X niet raken, de jury zit precies op deze lijn en ziet dus heel goed of jij de middellijn raakt!
• Midden op de letter richten, dan ben je namelijk te laat met je voorbereiding en is het omstellen geen mooie vloeiende boog.

Ben jij ook benieuwd naar tips voor een B-proef? Lees dan hier hoe je jouw B-proef kunt verbeteren!

Meer lezen van Bit? Neem dan nu een abonnement of koop een losse editie van het magazine in de webshop!