-

Diagonale hulpen

Lonneke Ruesink

Het samenspel tussen hulpen, waardoor je een volte mooi rond kunt maken en een correcte wending rijdt, is een diagonale hulp. Je rijdt van je binnenbeen naar de buitenteugel toe. Marijke de Jong en nationaal jurylid Nico Verwer leggen het uit.

diep de hoek in rijden

Iedere hoek biedt een kans om de lenigheid van je paard te verbeteren. Je rijdt er bewust meer in, waardoor het binnen achterbeen van je paard meer buigt, ondertreedt en dus tot dragen komt.

Diagonale hulpen is een oude vakterm die in eerste instantie wat onlogisch klinkt. Wenden met je buitenteugel? Sturen doen je toch door aan de binnenteugel te trekken? Marijke de Jong van Paarden Begrijpen legt uit: “Als je op een paard naar links wilt en je trekt aan de linkerteugel, dan is de kans groot dat hij zijn hoofd en hals naar links doet, maar met zijn lichaam gewoon rechtuit blijft lopen. Om een paard te sturen, moet je zijn schouders in de juiste richting zetten. Dat doe je door je buitenteugel tegen de buitenschouder aan te leggen. Je neemt de voorhand mee naar binnen. Je binnenbeen is belangrijk om er voor te zorgen dat het paard met zijn binnenachterbeen onder zijn lichaam treedt en inbuigt. Hij moet als het ware naar binnen ‘draaien’ in plaats van omvallen. Daarbij laat je de binnenteugel niet helemaal los en je doet ook niet alles alleen met je buitenteugel. De binnenteugel onderhoudt de stelling, zodat je paard de juiste kant op kijkt. Door de juiste combinatie van hulpen zal je paard zich naar binnen buigen en daarbij licht worden voor je binnenteugel, oftewel nageven.” De Jong benadrukt dat je sturen níet met de mond doet. “Dat is een veelgemaakte fout, waardoor paarden wendingen lopen met te veel halsbuiging en vaak over de buitenschouder vallen of juist op de binnenschouder. Het zwaartepunt is belangrijk. Waar dat is, gaan de hoeven achteraan. Als het zwaartepunt op één van de schouders ligt krijg je problemen. Diagonale hulpen kunnen helpen om het op de goede plek te krijgen.”

op de voorhand lopen

Ieder paard loopt van nature op de voorhand. Daarbij zijn de meeste paarden linksgebogen. Door je paard recht te richten wordt zijn gewicht verdeeld over beide achterbenen. Je paard komt hierdoor in balans en meer in oprichting.

Welke ruiters denken er bewust na bij het geven van diagonale hulpen? ,,Heel weinig”, acht Grand-Prixjurylid Nico Verwer. ,,De meesten volgen gewoon de hoefslag, zonder de hoeken te benadrukken. Een gemiste kans. Iedere hoek biedt een mogelijkheid om de lenigheid van je paard te verbeteren. Door er bewust iets dieper in te rijden met je binnenbeen, zodat het binnenachterbeen meer buigt, ondertreedt en dus draagt.” Verwer hamert erop dat stelling en buiging moeten voortkomen uit diagonale hulpen en niet door aan de binnenteugel te trekken. Dat is wezenlijk anders dan aanhangers van de ‘moderne’ dressuur zeggen. ,,Zij gebruiken ook de begrenzing van de buitenteugel en corrigeren de balans met hun benen als een paard scheef gaat. Alleen zijn die paarden vaak al zo ver afgericht dat ze met veel minder hulp toe kunnen. Is het evenwicht op het achterbeen en het paard soepel, dan kun je bijna op de gedachte en een onzichtbare zithulp al wenden. Minimale hulpen is een belangrijk doel van de africhting. Hoewel het natuurlijk niet zo is dat Grand-Prixruiters een proef doorrijden op alleen hun zit. Daaraan komt echt af en toe een been- en teugelhulp te pas.”

Het hele artikel stond in Bit  189, dit nummer kun je hier nabestellen.

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant