-

Deel 2 oefeningen van Working Equitation: Slalom, poort & brug

Slalom Katya Druz

Enige tijd geleden legden we kort uit wat Working Equitation (WE) inhoudt en namen we drie oefeningen onder de loep. Omdat een stijl-  en een trailparcours meerdere oefeningen bevat, nu deel twee waarin WE-instructeur en jurylid Monique Pot weer drie oefeningen en hindernissen uitlegt. Ditmaal de slalom, de poort en de brug.

1. De slalom

Benodigdheden:
Minimaal vier pylonen of palen die niet verankerd mogen zijn. “Het liefst gebruiken we minimaal vijf pylonen, omdat de oefening dan beter tot zijn recht komt, maar het hangt ook af van de grootte van de rijbaan of daar ruimte voor is. In de introductieklasse en de WE1 en 2 plaatsen we de pylonen op 9 meter afstand. In de klassen 3 en 4 houden we 6 meter afstand aan.”

Gang:
“In de introductieklasse mag je de slalom in draf rijden, in de andere klassen moet je hem in galop rijden.

Hoe te rijden:
“In de introductieklasse en de WE1 maak je niet te grote bogen om niet teveel uit te zwaaien. Vanaf welke kant je de slalom inrijdt, hangt af van waar hij in het parcours is getekend. In sommige parcoursen neem je de slalom twee keer, zodat je beide kanten op hebt gereden. Het is de bedoeling dat je in een slalom om de pylonen heen rijdt en steeds in het midden van twee pylonen een overgang rijdt. In de klasse WE1 is dat een overgang van galop naar draf en eventueel een overgang galop-stap. Die laatste moet wel correct, dus zonder dribbel worden gereden als je daarvoor kiest. Vanaf de klasse WE2 is die eenvoudige galopwissel verplicht. In de klassen WE3 en 4 maak je correct gereden vliegende galopwissels tussen de pylonen.”

Beoordeling:
“Er wordt gekeken naar de juiste hulpen – dus ook stelling en buiging – de bewegingen van het paard – gelijkmatig en vloeiend – en de manier waarop de slalom gereden wordt.”

Doel:
“Je kunt deze oefening vergelijken met een slangenvolte. Wel is het: hoe hoger de klasse, hoe minder ruim de bochten.” Je leert in deze oefening je paard met de juiste stelling en buiging de wendingen door te rijden.

Extra:
In de speedtrail mag de slalom ook in draf worden gereden. Je krijgt strafpunten als je een paal of pylon omver rijdt. Een lijn niet rijden, betekent uitsluiting.

2. De brug

Benodigdheden:
“De brug moet van hout gemaakt worden en minstens 2 meter lang zijn, 1.20 meter breed en maximaal 50 centimeter hoog. Bij de internationale (WAWE) wedstrijden moet de brug 4 meter lang zijn, 1.50 meter breed en minimaal 20 centimeter hoog zijn. Het is belangrijk dat de brug niet glad is en geen gevaar mag opleveren voor paard en ruiter. Er mag een bolling in de brug zitten en hij moet van twee kanten aan te rijden zijn.”

Gang:
In de stijltrail neem je de brug in stap. In de speedtrail mag hij ook in galop worden genomen.

Hoe te rijden:
“Het paard moet zonder twijfel de brug naderen en de brug zowel bij het opstappen als eraf stappen aanraken. Een grote sprong eraf maken mag niet.”

Beoordeling:
“Er wordt gekeken naar de rust en de regelmaat in het tempo van het paard. Er mag geen twijfel zijn, het paard moet de hindernis met grote vanzelfsprekendheid nemen.”

Doel:
Vertrouwen van zowel ruiter als paard in elkaar en controle van de ruiter over de gangen en passen van het paard.

Extra:
“Deze oefening lijkt van tevoren vaak spannend, maar als een paard er eenmaal overheen gaat, gaat het meestal goed.”

3. De poort

Benodigdheden:
Voor de poort, feitelijk gewoon een doorgang met een hek of een touw, zijn geen speciale afmetingen. Een paard moet er goed doorheen passen en door de poort kunnen draaien. “De poort mag van verschillende materialen gemaakt worden en moet makkelijk verplaatsbaar zijn in het parcours. Ook moet hij stevig staan, maar hij mag niet verankerd zijn in de grind. De poort moet zowel van links als van rechts te openen zijn.”

Gang: De poort wordt vanuit stap bediend, maar kan worden aangereden vanuit draf of galop, waarbij vlak voor de poort wordt haltgehouden of een overgang naar stap wordt gemaakt.

Hoe te rijden:
“Deze oefening is niet makkelijk, want je mag de poort niet loslaten als je hem opent, totdat je hem weer sluit. Je kunt de poort op verschillende manieren rijden, ook afhankelijk van of je links- of rechtshandig bent. Meestal komt een ruiter aan, parkeert zijn paard met een halve keertwending (om de voorhand) parallel aan de poort. Dan pakt hij de poort vast en doet een paar passen achterwaarts om de poort te openen. Vervolgens draait hij het paard met een halve keertwending door de poort en gaat dan weer achterwaarts of zijwaarts om de poort te sluiten.

Beoordeling:
“Er wordt gekeken naar de vloeiende bewegingen van het paard en of het paard oplet en meewerkt bij het openen en sluiten van de poort. Ook mogen zowel ruiter als paard niet onzeker zijn. De ruiter stuurt waar nodig met zijn zit en benen. De poort mag absoluut niet worden losgelaten. De poort niet sluiten, betekent uitsluiting. In de speedtrail betekent de poort omver rijden, 10 strafseconden.”

Doel:
“Dit is een oefening met wendingen om zowel de voor- als de achterhand. Je paard moet daarbij heel fijn aan de hulpen staan.”

Extra:
In de speedtrail wordt vanuit veiligheidsoogpunt alleen een touw gebruikt als poort.

Meer weten over Working Equitation? Lees ook een eerder verschenen artikel van Bit met uitleg over de achtergrond of neem een kijkje op de site van Working Equitation Holland.

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant