-

Deel 1: Werk aan de lange teugel

Bastiaan de Recht
Fleur Louwe

“Werk aan de lange teugel is de kroon op het werk van een africhter. Het is een goede aanvulling op de training onder het zadel”, stelt klassiek trainer Bastiaan de recht van trainings- en revalidatiecentrum Equiscio. In deze driedelige serie leert hij je alles over het werk aan de lange teugel. In dit eerste deel begint Bastiaan met de basis. Hij demonstreert de optoming en posities, de twee verschillende stijlen en legt de basisfiguren uit.

Werk aan de lange teugel is leuk voor iedereen die eens een keer iets anders met zijn paard wil doen. het is bijvoorbeeld nuttig voor een menner, om het paard nog beter af te richten. Of geschikt als je niet kunt rijden, maar toch iets aan dressuur wilt doen.

Het werken aan de lange teugel is interessant voor iedereen die communicatie, wederzijds vertrouwen, respect en gelijkwaardigheid belangrijk vindt in zijn training. Werk aan de lange teugel is een unieke techniek uit de klassieke rijkunst. Het is een uitvoering van dressuur waarbij de ruiter naast en achter het paard loopt. Daarom is het ook een risicovolle bezigheid. Je bevindt je immers in een gevaarlijke positie achter het paard! Begin er pas aan als je paard en jij elkaar goed kennen en er al een basisvertrouwen en basiscommunicatie is. Onderschat het werk aan de lange teugel niet. het succes valt of staat bij een goed ruitergevoel, een goede conditie en de nodige kennis en kunde.

Twee stijlen

Werk aan de lange teugel kan worden opgedeeld in twee stijlen: de Franse stijl en de Weense / Italiaanse stijl. Bij de Franse stijl maakt de trainer gebruik van een singel en lopen de teugels door de ringen van de singel naar het bit. De ruiter loopt bij deze stijl verder achter het paard en het overstappen van het werken aan de dubbele longe naar de Franse stijl verloopt voor je paard vrij natuurlijk. De Franse stijl werkt prettig bij grotere paarden en paarden die het werk nog moeten leren. het is veiliger en je geeft de mogelijkheid het paard meer voorwaarts te laten gaan. Bovendien heb je meer controle en mogelijkheden om je paard te begrenzen. Deze stijl zie je terug bij de cadre noir in saumur, de Franse rijschool.

Bij de Weense / Italiaanse stijl gebruikt de trainer geen singel en houd je lichamelijk contact met het paard. je loopt of dicht achter het paard of ernaast, ter hoogte van de achterhand. Deze stijl zie je onder meer in de Spaanse Rijschool uit Wenen.

Lange teugel franse stijl

Franse stijl

Middenpositie lange teugel

Weense stijl

Van dubbele longe naar werk aan de lange teugel

Longeren aan de dubbele longe is een goed uitgangspunt voor het werk aan de lange teugel. je gebruikt hiervoor de volgende optoming:

• Een hoofdstel of een kaptoom met bit
• Een longeersingel met ringen
• Een dubbele longe
• Een longeer- of koetsierszweep

Op de volte moet het paard in alle drie de gangen nageeflijk kunnen lopen en zowel in binnenstelling als buitenstelling kunnen lopen. Wanneer dat allemaal bevestigd is, kun je vanuit de volte proberen stukjes rechtuit te stappen. Hoe doe je dat? Loop recht achter je paard en stuur hem met de buitenteugel naar de wand, ondersteund door de binnenteugel. Het paard is tot nu toe gewend op de volte te lopen, en zal denken dat hij dat nu ook moet doen. Daarbij wil het paard je liever zien en zal hij daarom gaan draaien als je achter hem verdwijnt. Neem rustig de tijd om hem dit uit te leggen. Het helpt als je zo gaat staan dat je paard je aan de buitenkant net kan zien staan.

Sturen aan de lange teugel

Binnenstelling lange teugel

Het paard moet net zo makkelijk naar binnenstelling als naar buitenstelling te brengen zijn.

Je hebt geen zit en benen om het paard te sturen dus alles moet vanuit de teugels komen, met behulp van je stem, je lichaamspositie en eventueel de zweep. Voor het sturen kun je het beeld van ‘een rivier die tussen de oevers stroomt’ voor je zien. Het water gaat de kant op waar de oevers hem leiden, waar ze naartoe wijzen.

Zo is het ook met het paard. je teugels zijn de oevers en je paard het water. Hij zal lopen in de richting waar de teugels naartoe wijzen. Tevens begrenzen de teugels het paard zoals de oevers doen. Als jij iets rechts van je paard gaat staan, wijzen de teugels naar links en andersom. Daarbij komt de binnenteugel met meer druk tegen het binnenachterbeen van het paard. Om naar links te sturen moet je jezelf dus iets naar rechts verplaatsen en zorgen dat het paard blijft lopen. hij zal dan de vorm, de richting van de teugels aannemen. Zo kun je sturen en zorgen dat het paard rechtuit gaat.

Posities van de ruiter

De ruiter kan op verschillende posities staan/lopen ten opzichte van het paard in de Weense stijl, afhankelijk van de figuur of oefening die je wilt uitvoeren.

1. Middenpositie (bij piaffe, passage en series)
2. Binnenpositie (bij rechtuit en schouderbinnenwaarts)
3. Buitenpositie (bij travers, appuyeren en pirouettes)

In de lengterichting van het paard kan de ruiter de volgende posities innemen:
1. Net achter de schouder (bij aanvang, vanwege veiligheid)
2. Naast de achterhand (meest gebruikt)
3. Achter de achterhand (bij piaffe, passage en series)

Posities van de teugels

Ook voor de teugels en handen zijn er verschillende posities, afhankelijk van de figuur of oefening. Natuurlijk zijn de posities een houvast. Alles wat ertussenin bestaat, kan ook gebruikt worden.
1. Middenpositie (meest gebruikt, bijna voor alles te gebruiken)
2. Binnenpositie (rechtuit, schouderbinnenwaarts en contragalop)
3. Halve binnenpostie (buitenhand bovenop croupe: voor rechtuit, schouderbinnenwaarts en contragalop)
4. Buitenpositie (travers, appuyeren, binnengalop, pirouettes)
5. Halve buitenpositie (binnenhand bovenop croupe: voor travers, appuyeren, binnengalop en pirouettes)

Wanneer het paard te sturen is, begin je met de eerste basisfiguren.

Hoefslag volgen

Hoefslag volgen wordt nooit gezien als een figuur, maar dat is het zeker wel. Technisch gezien is het een figuur bestaand uit vier rechte lijnen en vier kwart- voltes van zes meter. Dat betekent dat je acht keer iets moet sturen om de baan rond te komen. Van recht naar gebogen en van gebogen naar recht en dat in elke hoek. het belangrijkste en tevens moeilijkste is dat een paard rechtuit kan en daarbij ook recht is. Dit perfectioneer je als ruiter onder het zadel ook iedere keer. Zo is het ook aan de lange teugel. Voordat je meer gaat doen, moet je het paard goed en makkelijk recht kunnen maken.

Van hand veranderen

Wanneer het paard correct recht gaat, kun je wat gaan sturen. eerst begin je met van hand veranderen over de diagonaal. Ook daarbij moet je het paard elke keer weer recht maken. Daarbij heb je nu geen steun. Als dit goed lukt, is het rechtuit en recht gaan nog beter bevestigd. Als je eerst met de voltes begint, leert het paard dat hij de hele tijd gebogen blijft na een wending en is het daarna heel moeilijk om het paard nog recht te maken na een wending en over rechte lijnen te gaan. Bij het werk aan de lange teugel heb je als ruiter geen zit- en beenhulpen tot je beschikking. je moet het paard van begin af aan heel goed trainen op het feit dat de teugels langs zijn lijf begrenzend zijn en dat hij daar recht tussen te krijgen is.

Links- en rechtsomkeert

De volgende figuur is de omkeert. Dit is weer een oefening waar een rechte lijn inzit.
technisch gezien is het een halve volte tien meter gevold door een diagonale lijn naar de hoefslag. Dit is behalve voor de training van recht maken ook een belangrijk figuur ter voorbereiding op appuyementen en wijken. in beide zijgangen is het van groot belang dat je de correcte lijn aanhoudt, waarbij de schouder gericht is over die lijn en op het punt waar je aan wilt komen. hoe beter je als ruiter de lijnen voor je ziet en begrijpt, hoe makkelijker alles wordt.

Voltes

Als laatste ga je aan de slag met de voltes. Dat kunnen alle voorkomende formaten zijn. Wanneer het paard goed rechtuit kan, is de volte een nuttig figuur om te werken aan laterale buiging. je kunt het paard goed gymnastiseren op een volte.

Volgende deel en video’s

In het volgende deel bespreekt Bastiaan de zijgangen, draf en galop. In deel drie komt de piaffe aan bod en vergelijkt hij het werken aan de hand met het werken aan de lange teugel en onder het zadel. Hierbij bespreekt hij de voor- en nadelen van de drie trainingsmethodes.

Er zijn meerdere instructievideo’s beschikbaar op YouTube over het werk aan de lange teugel met Bastiaan de Recht. Tijdens deel 1 maak je kennis met Bastiaan, het werken aan de lange teugel en worden de verschillende optomingen, teugelposities en posities van de ruiter gedemonstreerd. En tijdens deel 2 worden oefeningen en hulpen in stap gedemonstreerd door Bastiaan.

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant