-

De zeven doodzonden van de dressuur

Arnd Bronkhorst

Met een goede rijtechniek alleen kom je er niet. Karaktereigenschappen zijn net zo belangrijk in jouw dressuurmatige ontwikkeling. Met dat uitgangspunt in gedachten omschreef auteur Douglas Puterbaugh de eigenschappen die ruiters het meest in de weg staan. Hij noemde ze de zeven doodzonden van dressuur.


‘Als een ruiter mij vraagt wat hij verkeerd doet, verwacht hij negen van de tien keer dat ik een rijtechnische oplossing voor zijn probleem aandraag. En ja, de juiste rijtechniek is belangrijk, maar de karaktereigenschappen die je meebrengt naar een training ook.” Menig lesklant van Puterbaugh staarde hem al glazig aan na een antwoord als: “Heb geduld”, of “Geef je paard de kans om je te begrijpen.”

Om de paardenwereld uit te leggen hoe mentale eigenschappen de ontwikkeling van een ruiter in de weg kunnen staan, schreef Douglas Puterbaugh een boek. Hij noemde de grootste mentale uitdagingen waar ruiters tegenaan lopen ‘de zeven doodzonden van de dressuur’. “Onwetendheid, schroom, trots, angst, ongeduld, woede en mateloosheid”, somt Puterbaugh op. “Van de zeven doodzonden komen trots en ongeduld het meest voor. De eerste omdat het tegenwoordig gebruikelijk is om iemands zelfvertrouwen ver boven iemands capaciteiten uit te tillen. Als je het mij vraagt moeten we anderen niet vertellen dat ze alles kunnen, als ze maar willen. Vraag in plaats daarvan of iemand iets wel graag genoeg wil. Het draait om effort.”

Mateloosheid is volgens Puterbaugh iets typisch Amerikaans. “Veel Amerikanen willen met zo min mogelijk effort enorme resultaten boeken. Dit leidt vaak tot mateloosheid. In Amerika wordt gedacht dat je na een cursus van twee weken al een expert bent. In Europa heerst nog wat meer respect voor leersystemen.” Techniek is de sleutel, maar als je als ruiter de neiging hebt om snel boos te worden, dan moet je hiermee aan de slag. “Of je een techniek toepast met geduld en rust of met ambitie en ongeduld maakt een verschil van dag en nacht”, meent Puterbaugh. “Het effect is anders.” Het moeilijkste dat je kunt proberen is iemand anders te worden. Het draait allemaal om jezelf vinden.

‘Van de zeven doodzonden komen trots en ongeduld het meest voor’

Doodzonde 1: onwetendheid

“Onwetendheid is niets anders dan gebrek aan kennis. Het is de meest fundamentele van de doodzonden van dressuur”, vindt Puterbaugh. “Uit onwetendheid komen alle andere rijzonden voort.” Het grote gevaar van onwetendheid is dat onwetende ruiters zelf niets doorhebben. “Als je niet begrijpt waarom je paard zich gedraagt zoals hij zich gedraagt, dan werk je zelf elke vooruitgang tegen. Je blijft steeds dezelfde fouten maken.”

Volgens Douglas zie je daarom ruiters met twintig jaar ervaring nog steeds beginnersfouten maken. Je herkent onwetendheid aan lage testscores, frustraties en aan de manier waarop je paard op je reageert. “Je paard is je rapport”, aldus Puterbaugh. “Je paard reageert onbetrouwbaar op onwetendheid of vertoont ongewenst gedrag.” Onwetendheid overwinnen begint met zelfbewustzijn. “Rijd in een piste met spiegels of vraag iemand om je training op video op te nemen. Durf jezelf te evalueren en wees je eigen constructieve criticus. Doe dit geregeld en je zult je bewuster worden van je eigen fouten en eerder verbanden leggen tijdens je training.” Stap twee is het vinden van een goede trainer. “Goede trainers en coaches maken het verschil tussen middelmatigheid en excellentie.” Vergroot ook je kennis door dressuurclinics en paardrijkampen bij te wonen, videoinstructies te bekijken en vooral veel, heel veel, te oefenen.”

Doodzonde 2: schroom

“Voor een paard sta je ófwel boven ófwel onder hem. Zijn gelijke ben je in zijn beleving nooit”, weet Puterbaugh. “Een ruiter met schroom faalt in het tonen van leiderschap naar zijn paard toe.” Elke ruiter heeft wel wat schroom, je wilt tenslotte het beste voor je paard. “Maar sommige ruiters zijn vriendelijk en liefhebbend en behandelen hun paard met compassie en begrip. Dat hun paard soms obstinaat en moeilijk is vinden ze wel vervelend, maar grenzen stellen? Daar geloven ze niet in.” En dat druist lijnrecht tegen de natuur van het paard in. “Als je een paard traint, neem je de rol van het dominante paard in de kudde over.” En daar past geen besluiteloze of inconsequente houding bij. “Jij – niet je paard – bent verantwoordelijk voor het gedrag dat daaruit voortkomt”, benadrukt Puterbaugh. Stel grenzen. Als je paard aanvoelt dat hij ergens mee wegkomt, dan probeert hij het. Stel jij geen grenzen, dan maakt hij ze zelf.”

Bokken, op hol slaan, wegspringen en ongehoorzaam zijn tijdens de training zijn voor de hand liggende signalen. “Schooien om beloningen is een subtieler symptoom.” Word de leider van je paard. “Bestudeer ook eens hoe goede ruiters met hun paard omgaan. Zorg dat je paard naar jou toekomt in plaats van andersom. Laat hem focussen op jou tijdens je training. Paarden hebben een korte aandachtspanne, maar roep je paard steeds weer bij de les. Ook als je onzeker bent over jouw kunnen, doe je best om altijd een air van kalme, zelfverzekerde superioriteit te projecteren.”

Doodzonde 3: trots

“Elke ruiter die vooruitgang boekt met zijn paard mag zich trots voelen”, vindt Puterbaugh. Trots is van nature positief. Het ziet het goede in het leven. De keerzijde van trots uit zich echter in arrogantie, ijdelheid en een buitenproportionele zelfliefde. “Trotse ruiters missen hun eigen tekortkomingen, weigeren credits aan anderen te geven en voelen zich superieur”, aldus Puterbaugh. Hij komt trots het vaakst in de middenniveaus van de dressuur tegen. “Een beetje kennis kan ruiters laten denken dat ze beter en getalenteerder zijn dan in werkelijkheid het geval is.”

Een trotse ruiter zul je niet snel om hulp horen vragen. “Ze vinden zichzelf immers capabel genoeg. Trotse ruiters trainen meestal alleen en als iets fout gaat houden ze het voor zichzelf. Ze blijven daardoor lang in middelmatigheid hangen. Commentaar wordt als persoonlijke aanval opgevat en slechte jurybeoordelingen worden onredelijk gevonden. Het paard krijgt snel de schuld en adviezen van trainers worden in twijfel getrokken. Een trotse ruiter komt vaak pas bij zinnen na een bijna-ongeluk of extreem lage scores.” Herken je in jezelf een trotse ruiter? “Er is moed nodig om te erkennen dat je niet perfect bent”, vindt Puterbaugh. “En kracht om toe te geven dat je iets niet weet. Elke ruiter worstelt met bepaalde aspecten.” Dwing jezelf om anderen credits te geven. Je trainer, een inspiratiebron, andere ruiters? “Ontwikkel een dankbare geest. Bedank je paard als hij doet wat je vraagt. Vraag eens iemand om hulp en wees trots op al je worstelingen als ruiter.”

Doodzonde 4: angst

Angst staat vooruitgang in de weg. “Niemand kan op hoog niveau presteren als hij gespannen of nerveus is”, meent Puterbaugh. “Bij angst denk je niet aan het paard. Je kunt jouw wensen onvoldoende communiceren. Je bent gefocust op zelfbehoud, waardoor je niet langer in de taal van het paard kunt denken.” Daar gaat je leidersrol. Het geheim om angst te overwinnen schuilt in oefening. “Door te oefenen vergroot je je vaardigheden. Het gevolg is zelfvertrouwen. Maar er is logischerwijs ook een verband tussen trainen en resultaten. Visualiseer je proef van tevoren en ken ‘m van voor tot achter. Wat zijn je zwakke punten? Houd je training niet breed, maar focus op je zwakke punten. Neem de tijd en ga terug naar de basis. De beste manier om nieuwe herinneringen vol zelfvertrouwen op te bouwen, is door te oefenen op een leermeester. Een wat ouder, kalm, gehoorzaam en goed opgeleid paard is vaak vergevingsgezinder en helpt je om je vertrouwen te herwinnen.”

Doodzonde 5: ongeduld

“Het duurt jaren om dressuur te beheersen. Maar daarin schuilt meteen haar waarde”, meent Puterbaugh. Te veel ineens willen is funest voor de ontwikkeling van zowel jezelf als je paard. Neem de tijd om te ontwikkelen, is het devies. “Train alleen wanneer je tijd hebt. Wees reëel in je verwachtingen. Een paard kopen is meestal een gok, maar ik kan zeggen dat goede dingen zelden goedkoop en goedkope dingen zelden goed zijn. Sommige ruiters verwachten echter te veel van hun paard en raken gefrustreerd wanneer te langzaam vooruitgang wordt geboekt. Realiseer je dat geen enkel paard zonder tekortkomingen is. Baseer je verwachtingen op de ware potentie van je paard. Twijfel je over de mogelijkheden? Laat je adviseren door een expert met inzicht in wat je paard kan.”

Doodzonde 6: woede

Woede is het tegenovergestelde van wijsheid. Combineer ongeduld met de gedachte dat een paard opzettelijk tegenwerkt en je krijgt woede. “Boosheid, straffen, lichamelijke of psychologische pijniging. Je paard kent geen ‘sorry’, maar onthoudt je woede wel”, weet Puerbaugh. “Nergens is woede minder gepast dan in de rijbaan. Maar juist die rijbaan is een ware voedingsbodem voor wrok en ruzie. Ruiters knallen tegen elkaar aan, verspreiden roddels, trainers worden boos op leerlingen en vice versa. Opmerkelijk, voor een sport zo zacht en balletachtig als dressuur.” Woede werkt een rebellerend paard in de hand. “Ken je paard, zodat je weet wat er komt”, tipt Puterbaugh. “Haal druk weg door de ambitie om telkens te moeten winnen te relativeren. Stel realistische doelen voor jezelf en elimineer deadlines. Deadlines en paarden gaan niet samen. Controleer je emoties. En ga nooit rijden als je boos bent.”

Doodzonde 7: mateloosheid

Te veel van iets goeds is nooit goed. Als ruiter moet je de gulden middenweg vinden, vol balans en harmonie. Breng de behoefte om te trainen in balans met de andere kant van het spectrum: overmatig drillen. Gematigde ruiters komen voorbereid en gemotiveerd naar de training met hun focus bij het paard. Ze pushen hun paard, maar niet te veel. “Je kunt beter slim dan hard werken. Te hard werken resulteert vaak niet in verbetering, maar juist het tegenovergestelde. Onredelijke eisen herken je bij het paard aan een gespannen gezichtsuitdrukking, zweetnek en zware ademhaling. Ook na rust blijft die laatste te zware training in het geheugen van het paard. “Waar de één zijn paard overwerkt, ‘onderwerkt’ de ander hem”, weet Puterbaugh. Ruiters die zich schuldig maken aan mateloosheid zijn ruiters van extremen. “Hun teugelcontact is ofwel te strak ofwel te los. Het ene moment wordt een paard beloond na een zoektocht naar snoepjes, het volgende moment geeft de ruiter hem een tik. Mateloze mensen geven snel op en zien de resultaten van hun paard snel achteruit gaan. “Onderzoek je trainingmethoden”, tipt Puterbaugh. “Leid je paard door de dressuurniveaus heen, maar doe het in zijn eigen tempo. Weet wanneer je op moet houden. Houd jezelf in de hand. Ook al ben je dolgelukkig dat een oefening eindelijk lukt, weersta toch de verleiding om het nog tien keer te oefenen. Geniet van de kleine dingen en oefen om altijd consistent te zijn in de interactie met je paard.”

The seven deadly sins of dressage – How to overcome human nature and become a more just, generous riding partner for your horse. Douglas Puterbaugh & Lance Willis.

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant