-

De nieuwe juryprotocollen; hoe zit dat precies?

Arnd Bronkhorst

We kunnen rustig stellen dat dit wedstrijdjaar heel anders loopt dan voorgaande jaren. Door corona kon je eerst niet op concours en sinds een tijdje zijn er ‘meetmomenten’. Inmiddels zijn de eerste wedstrijden met klassement ook weer geweest. Zijn we net weer een beetje gewend, komt de volgende wijziging eraan; extra uitgebreide protocollen bij dressuurproeven van de BB tot en met de ZZL. Jurylid Margot Hoeberichts licht toe wat deze wijziging eigenlijk inhoudt. 

Uit onderzoek die de KNHS onder haar leden heeft gehouden, blijkt dat veel ruiters niet weten waarop een beoordeling van (een bepaald onderdeel van) de dressuurproef gebaseerd is. En als ik dat als ruiter en instructeur vanuit een persoonlijk standpunt bekijk, dan snap ik dat in een aantal gevallen ook wel. Want; er staat niet altijd een motivatie van de jury bij, of alleen maar wat afkortingen. Ook is de motivatie soms negatief, waar we als ruiter al helemaal niks mee kunnen. Want wat moet je dan wel doen voor die 8? Nou, lang verhaal kort: de KNHS wil graag dat wij als juryleden beter toelichten aan ruiters waar een beoordeling op is gebaseerd. En ik denk zelf, dat dit een goed uitgangspunt is.”

Taak van de jury

Als ruiter vergelijk je altijd jouw proeven met de voorgaande keren. Dan ben je teleurgesteld wanneer je voor jouw gevoel beter gereden hebt dan de wedstrijd ervoor en jouw punten toch lager uitvallen. Het is goed je te realiseren dat een jury altijd de proef op dat moment beoordeelt, en nooit prestaties uit het verleden. Ook niet als hij of zij jou al vaker heeft zien rijden. Tenminste: zo hoort het niet te zijn. De belangrijkste taak van de jury is zorgen dat degene die de beste proef laat zien, op de eerste plaats komt. Bij de ene jury is dat misschien met 200 punten, bij een ander misschien met 193. En juryverschillen willen we allemaal zoveel mogelijk voorkomen, maar als ruiter weet je zelf ook wel dat een paar halve punten verschil na 30 onderdelen toch een verschil in het eindtotaal veroorzaken. Bij bovenstaand voorbeeld (200 t.o.v. 193) zijn dat precies 14 halve punten. Dus wat bijvoorbeeld een 7 bij de ene jury is, is misschien een 6,5 bij de andere. Op een hele proef, is dat niet eens de helft van alle onderdelen waar een half punt verschil in zit. De andere belangrijke taken van de jury naast het bepalen van het eindklassement zijn het beoordelen van de prestatie in de ring en het geven van positieve feedback.”



Uitgangspunt nieuwe protocollen

Het uitgangspunt bij de nieuwe protocollen is volgens mij dat we béter uitleggen waarom je die 6,5 hebt gekregen in plaats van een 7. Want in proeven waar de onderdelen elkaar snel opvolgen, heb je hier soms maar weinig tijd voor. En ik geef eerlijk toe: ik zet dan ook wel eens ‘t.d.h.’ neer in plaats van ‘probeer de aanleuning te behouden’. De wijziging betekent dat de protocollen voortaan uit twee pagina’s bestaan in plaats van één, omdat er een extra kolom is toegevoegd. Bij de beoordeling van proeven, moeten we sowieso altijd uitgaan van het hoogst haalbare cijfer. Wat er minder goed gaat, halen we dan van dat cijfer af. Hierbij is het Skala van de africhting ons belangrijkste uitgangspunt (takt, ontspanning, aanleuning, impuls, recht richten en verzameling). Bij elke oefening in de proef, moeten we als jury het onderdeel onderstrepen wat het meest zwaar gewogen heeft bij de beoordeling. Ook moeten we dit in de kolom ernaast toevoegen.”

Hoe ziet dit er dan uit?

Een voorbeeld: je moet in de proef van hand veranderen in uitgestrekte draf en tijdens de oefening maakt jouw paard een paar taktfouten. Naast het cijfer moeten we als jury dan takt onderstrepen. In de kolom dáárnaast moeten we dan positieve feedback geven. In dit geval bijvoorbeeld: ‘probeer de takt te behouden’. Volgens mij een prima uitgangspunt om betere toelichting te geven op de cijfers. Wat volgens mij wél een uitdaging wordt, is dat we dit als jury nu bij élk onderdeel moeten doen. Daardoor worden we heel erg afhankelijk van onze schrijvers. Zo heb ik wel eens een meisje van 6 naast me gehad om te schrijven. Super schattig, maar alleen de cijfers lukte. Of wat als er heel veel fout gaat in de proef door spanning? Als jury is dat altijd al lastig te beoordelen. Kortom: de gedachte erachter begrijp ik. Ook denk ik dat het zorgt dat we als juryleden allemaal weer meer positief gaan beoordelen. Maar of het haalbaar is om bij 30 (of vanaf de Z meer) onderdelen in 8 minuten tijd overal feedback te geven, dat vraag ik me wel af. Het lijkt me een enorme uitdaging en bovendien stressvol voor de schrijvers. De nieuwe protocollen gaan per 1 augustus aanstaande in, dus dan ben je vast voorbereid!”

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant