-

De intuïtie van je paard tijdens de training

Arnd Bronkhorst

Wat is de intuïtie van je paard? Hoe geef je duidelijke hulpen? Dat zijn vragen die centraal staan in de trainingen van dressuurruiter en –trainer Maarten van Stek. Hij rijdt dressuur op subtopniveau, met één arm. Door een auto-ongeluk op zesjarige leeftijd verloor hij namelijk zijn linkerarm. Mede hierdoor heeft Maarten een eigen stijl in zijn manier van coachen ontwikkeld, die niet gebaseerd is op fysieke kracht van de ruiter maar op het vermogen van het paard te begrijpen wat er van hem wordt gevraagd. Maarten vertelt meer over de 3 speerpunten uit zijn trainingen.

Maarten vertelt meer over zijn trainingsmethode in de Bit Kennisstal op Jumping Amsterdam!

1. Ken je paard, weet waar je op zit

“Waar ik in mijn trainingen altijd van uitga, is dat je weet waar je nou eigenlijk op zit. Wat een paard van nature doet, kan bij ieder paard anders zijn. Ruiters moeten hun paard voorop stellen en weten wat zijn intuïtie met hem doet. Waar leidt dat het paard naartoe? Dan begrijp je het beter als je paard bepaalde dingen moeilijk vindt en waar dat vandaan komt. Zo kun je beter naar je doelen toe trainen.”

“Als je weet dat een paard alles vanuit zijn intuïtie doet, is het onze taak om het paard bewust te laten worden van zijn lichaam en wat hij doet. Eigenlijk rijd je altijd met z’n drieën: jezelf, het onbewuste paard en het bewuste paard. Op het moment dat een paard zich bewust richt op zijn ruiter, dan zal hij daarin ook zijn veiligheid voelen. Veiligheid is één van de grootste levensbehoeften van een paard. De intuïtie is gemaakt om hem in veiligheid te brengen als het moeilijk wordt. Wat ik wil bereiken tijdens de training, is dat het paard bewust wordt van hoe hij zijn lichaam mag gebruiken en daar een veilig gevoel bij heeft. Dan zal een paard zich altijd naar de ruiter richten.”

2. Train je paard zo dat hij zoveel vertrouwen in je heeft dat het werk makkelijker wordt

“Als je begrijpt hoe de intuïtie van je paard werkt, moet je weten hoe je uit elkaar kan houden wat je paard bewust doet en wat hij onbewust doet. Daar moet je begrip voor hebben. Je moet als ruiter leren wat ervoor zorgt dat een paard iets doet. Als je paard iets bewust doet, bijvoorbeeld over de buitenschouder weglopen, dan zal je hem dat zelf aangeleerd hebben. Maar als hij iets onbewust doet, kun je hem corrigeren. Je moet er dan wel begrip voor hebben waarom hij dat doet, anders ga je tegen zijn intuïtie in. Dat zorgt ervoor dat je lelijk gaat rijden of dat je hulpen niet doorkomen bij het paard, omdat je zijn intuïtie afstraft of corrigeert. Dan wordt de intuïtie van je paard alleen maar sterker, omdat je paard zich onveilig voelt in de situatie. Je moet dus goed in de gaten houden dat je paard er niet bewust tegenin gaat als je hulpen geeft die je paard niet kan snappen, maar juist onbewust. Dat kan hem namelijk in veiligheid brengen. Zodra een paard onze hulpen als onveilig gaat zien en voelen, gaat zijn intuïtie hem proberen uit die situatie te helpen. Je kunt dus met je hulpen de intuïtie versterken en het het paard dus moeilijker maken, maar je kunt ook met zijn bewustzijn zorgen dat hij jouw hulpen wel gaat begrijpen. En dan kun je je hulpen steeds subtieler geven. Als je het gedrag van je paard begrijpt, wordt het makkelijker om kleinere en betere hulpen te geven die ook doorkomen en begrepen worden door je paard.”

3. Geef je paard vrijheid: een paard in moeilijkheden moet altijd weg kunnen komen

“Op het moment dat je paard het moeilijk krijgt, in een moeilijke oefening bijvoorbeeld, dan moet hij kunnen aangeven dat het te zwaar voor hem wordt en dan moet hij wel weg kunnen komen. Dat betekent niet dat je hem dan maar altijd de vrijheid moet geven op het moment dat hij iets moeilijk vindt zodat hij kan stoppen met de oefening, maar hij moet wel het gevoel hebben dat hij weg kan komen. Hij moet jou zo vertrouwen dat hij weet dat jij degene bent die hem uit de situatie helpt wanneer hij het moeilijk heeft of zich onveilig voelt. Op het moment dat een paard het heel moeilijk krijgt in het werk, bijvoorbeeld tijdens een zware oefening, en je hem dan niet uit die situatie helpt en hem dwingt door te gaan, dan zal zijn intuïtie zeggen dat hij moet stoppen om uit de situatie te komen. Dat is heel tegennatuurlijk en ook heel onhandig, want de oefeningen worden natuurlijk steeds zwaarder. Als een paard dus ‘geleerd’ heeft dat hij ermee op moet houden als het moeilijk wordt, dan kom je de zware oefeningen niet door. Een paard in moeilijkheden moet altijd weg kunnen komen, dus als ruiter moet je hem die veiligheid en bescherming bieden, zodat hij de oefeningen niet als onveilig ziet. Bouw de training van de zware oefeningen dus rustig op en dwing je paard niet om verder te gaan als hij aangeeft dat het echt te moeilijk wordt, maar rijd even door en begin daarna opnieuw.”

Bit Kennisstal

Ga je naar Jumping Amsterdam? Kom dan naar het interview met Maarten van Stek op zaterdag 25 januari in de Bit Kennisstal! Hier vertelt hij van 10.30 tot 11.00 uur meer over zijn trainingsmethode en subtiele hulpgeving.

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant