-

Crossen met een dak boven je hoofd

Arnd Bronkhorst

Wie aan eventing denkt, denkt aan waterbakken, brede boomstammen en bovenal: bossen en weilanden! Maar weet je dat de eventingkalender zich tegenwoordig niet langer tot het outdoorseizoen beperkt? Crossen kan namelijk ook prima met een dak boven het hoofd. Bit vroeg Gert Naber van de KNHS hoe deze typische buitendiscipline wordt omgetoverd tot een uitdagende binnensport.

Wat heeft de KNHS doen besluiten om indooreventingwedstrijden op de kalender te zetten?

Gert: “Eventing heeft de afgelopen jaren een grote verandering doorgemaakt. De proeven zijn minder lang, de gevraagde inspanning is minder groot en bovenal worden de eventingpaarden steeds beter getraind. Veel eventingruiters gaan in de winter springen of werken aan de dressuur, maar we hebben gemerkt dat steeds meer ruiters het toch wel leuk vinden om ook in de winter hun spelletje te blijven spelen. Daarom hebben we in 2017 de term ‘All Year Round Eventing’ in leven geroepen. Door het organiseren van eventingderby’s en indooreventingwedstrijden kunnen ruiters hun paarden ook in de winter op crosshindernissen blijven scholen.”

“De eventingderby bestaat uit een verkorte cross op een afgesloten terrein met echte crosshindernissen zoals een op- en afspring en soms zelfs een waterbakje. Dat is vooral geschikt voor bij beginnende ponyruiters, of beter gezegd, voor de ouders. Het is toch altijd spannend om je kind alleen het bos in te sturen op een pony, zonder dat je van tevoren weet of ze er ook samen weer uit komen”, lacht Gert. “Bij deze vorm van eventing kun je alles zien en in de gaten houden.”

Gert ziet graag dat, vooral jonge ruiters, zich wat vaker met een pony in de natuur begeven. “Steeds meer ruiters leren paardrijden op de manege in een binnen- of buitenbak en kennen niet het plezier van het galopperen met het paard in de natuur. Juist het rijden in terrein – of dat nu is op een buitenrit of tijdens een crosstraining – is ontzettend leerzaam. De ruiter verbetert zijn balans, leert beter te anticiperen op de onverwachte bewegingen van het paard en krijgt bovenal meer lef. En durft vervolgens ook de ereronde te rijden tijdens de prijsuitreiking van de dressuurwedstrijd…”, voegt hij met een knipoog toe. “Ook voor de paarden en pony’s is een eventingtraining een geweldige afwisseling op de trainingen die – tegenwoordig veelal in een dressuurrijbaan met een voor keurig geprepareerde zandbodem – worden afgewerkt.”

“Door ruitersportverenigingen te motiveren tot het organiseren van eventingderby’s en crosstrainingen, maar ook met indooreventingwedstrijden in de winter, hoopt de KNHS de belangstelling voor eventing te vergroten.”

Foto: Arnd Bronkhorst

Hoe wordt zo’n typische buitensport vertaald tot een binnensport?

“Een cross door het bos of over weilanden biedt alle kans tot het uitstippelen van mooie lange lijnen waar een paard flink door kan galopperen. In een binnenhal wordt dat natuurlijk wat moeilijker. Daar ligt dus een grote uitdaging voor de parcoursbouwer. Maar, tot nu toe weet men daar goed in te slagen. Wedstrijdorganisaties maken er steeds meer werk van: er worden prachtige parcoursen neergezet, inclusief aanmoedigende muziek en gave hindernissen. Dat lukt natuurlijk niet zonder de loyale inzet van vrijwilligers. Neem nou de wedstrijd in Exloo: daar liep de route zelfs een stukje naar buiten en lag er een heuse waterbak. Dat is natuurlijk prachtig!”, vertelt Gert vol enthousiasme.

Wordt er net als bij een buitenwedstrijd ook een dressuurproef voorafgaand aan de cross gereden?

“Bij de meeste wedstrijden wordt de dressuurproef achterwege gelaten. Het springparcours en de cross worden verreden als een twee fasen parcours. Je begint met een springparcours van 7 tot 8 hindernissen. De finish lijn van het springparcours is tevens de startlijn van de cross. Deze bestaat uit 15 tot 20 terreinhindernissen. Deze variëren van schuin te nemen hindernissen, smalle hindernissen of meerdere puntjes die voor de hogere klassen op twee of drie galopsprongen staan”, legt Gert uit.

Worden alle klasses ook binnen verreden?

“Jazeker, al ligt de prioriteit doorgaans wel bij de lagere klassen. Het kost voor de klasse Z wat meer inzet om iets uitdagends te creëren, terwijl er in die klasse vaak minder starts zijn. Deze ruiters hebben een vrij zwaar buitenseizoen en kiezen er vaak voor om in het in de winter wat rustiger aan te doen en zich in die periode te focussen op springen of dressuur.”

Tellen de binnenwedstrijden ook mee voor winstpunten?

“Nee, nog niet! Maar dat is wel iets wat we graag zouden willen zien. Het probleem zit hem in het verschil in gevraagde inspanning tussen een buitenwedstrijd en een indoorwedstrijd. Het mag niet zo zijn dat je het rijden van veel indooreventingwedstrijden in de Z eventing komt, terwijl je paard nog nooit door een waterbak is geweest. Willen we er een winstpuntenregeling aan koppelen, dan zullen dus bepaalde eisen of voorwaarden aan de indoorcross moeten stellen. Denk aan een verplichte op- en afsprong, een trakehner (een sloot met daarboven een boomstam) of een greppeltje, maar ook een waterbak”, ligt Gert toe.

Foto: Arnd Bronkhorst

Bij een buitenwedstrijd zitten de hindernissen verankerd in de grond, maar dat wil in een binnenhal natuurlijk niet lukken. Hoe waarborg je toch de veiligheid?

Gert: “De mobiele crosshindernissen staan inderdaad los, dus daar moeten we rekening mee houden bij de bouw van het parcours. Het tempo in een buitencross ligt op zo’n 500 tot 600 meter per minuut. Bij indoor eventing ligt dat tempo beduidend lager, zodat de paarden in de gelegenheid zijn om iets behoudender over de hindernissen kunnen springen. In het vraagprogramma vermelden we ook altijd dat de hindernissen niet verankerd kunnen worden, dus dat men de mogelijke risico’s wel in acht moet nemen. Ook het type hindernissen dat weggezet wordt is hierop aangepast. Het is bijvoorbeeld veiliger om een haag of een simpele steilsprong te bouwen, dan een brede tafel die kan kantelen wanneer een paard daar tegenaan springt. Op die manier proberen we het spelletje toch zo veilig mogelijk te houden.”

Hoe groot is het animo voor indoor eventing?

“Die is zeker aanzienlijk, maar je kunt natuurlijk nooit zoveel ruiters laten starten als tijdens een buitenwedstrijd. Daar kun je soms wel drie combinaties tegelijkertijd in de cross laten rijden. Binnen gaat dat niet. Je kunt minder mensen laten starten, maar gelukkig ben je niet gebonden aan het daglicht. Daarbij wordt de bodem binnen niet zomaar stukgereden en speelt het weer je geen parten. Als het parcours eenmaal is weggezet, dan kun je die best een paar dagen laten staan en zo de wedstrijd over een weekend verdelen of er bijvoorbeeld nog een trainingsdag aan plakken.”

Welke indoor eventings zijn nog echte de moeite waard om deze winter te bezoeken?

“Op zaterdag 26 januari organiseren we een indoor eventing op het KNHS-centrum in Ermelo. Met een gave wal die van verschillende kanten als op- en afsprong wordt genomen! Daarnaast hebben we een paar dagen geleden de eventingkalender voor 2019 op de KNHS-website gepubliceerd waarop nog een aantal leuke indoorwedstrijden vermeld staan.”

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant