-

Biomechanica: Aanleuning

Arnd Bronkhorst

Welke hulpen er nodig zijn om een paard bepaalde oefeningen te laten doen, dat weten de meeste ruiters wel. Maar weet jij ook wat er in het paardenlichaam gebeurt als jij op zijn rug gaat zitten en die oefening rijdt? Met andere woorden: Hoe zit een paardenlichaam eigenlijk in elkaar? Amber Koppen is erkend paardenarts, –chiropractor en –acupuncturist en legt in een reeks artikelen de basis van de biomechanica uit. Deze keer bespreken we de hoofd-hals houding van het paard.

Halscurve

De loodlijn is voor veel juryleden en instructeurs een soort heilig gegeven. Volgens het boekje mag een paard nooit met zijn neus achter de loodlijn lopen. Amber Koppen wil dit graag nuanceren. Ze legt uit: “Een paard dat correct in de aanleuning loopt, heeft een bepaalde boog in zijn hals waarin iedere wervel afzonderlijk achter elkaar gebogen is. Het mag dus niet zo zijn dat een aantal wervels recht is, en er daarna pas een boogje in de hals te zien is, dan kun je eigenlijk niet spreken van aanleuning. Veel ruiters vragen buiging in het bovenste gedeelte van de hals, van achter de oren tot halverwege de hals. Vanuit biomechanisch oogpunt wil je in de eerste tien centimeter achter de oren eigenlijk nauwelijks buiging, maar pas vanaf een punt meer naar het midden van de hals. Als je die mooie, correcte boog wil behouden als je het paard bijvoorbeeld op de horizontaal traint, loopt hij iets achter die loodlijn. Ga je het paard daarna correct verzamelen en oprichten, dan komt het paard met deze halsboog op de loodlijn uit in de oprichting.”

‘Ik let op veel meer dan de loodlijn als ik aanleuning bekijk’



Amber benadrukt daarom dat het ‘verplichten’ van ruiters om hun paard met de neus op de loodlijn te rijden, niet altijd goed is. “Ik zou juryleden en trainers willen uitdagen om te kijken naar hele mate van verzameling om te beoordelen of een paard gedragen genoeg is om netjes aan de loodlijn te lopen. Als de hele halsboog correct is en hij loopt iets achter de loodlijn, dan kan het paard waarschijnlijk nog niet genoeg verzamelen. Hij kan dan nog niet voldoende kantelen in zijn bekken en bollen in de achterhand en zijn borstbeen intrekken. Volgens mij wordt er te veel gefocust op die paar centimeter voor of achter de loodlijn, terwijl er eerst gecheckt zou moeten worden of de hele halsboog wel correct gebogen is. Als een paard netjes met zijn borstbeen ingetrokken en met een juiste halscurve een klein stukje achter of voor de loodlijn komt, hoeft dat in een Z proef nog niet zo’n probleem te zijn. Natuurlijk is het in de Grandprix een heel ander verhaal, maar nu wordt het vaak al vanaf het Z geforceerd en dat vind ik zonde. Ik let op veel meer dan de loodlijn als ik aanleuning bekijk, namelijk de gehele buiging in de wervelkolom”

‘Niet op de loodlijn is niet per definitie fout’

Goed en fout

Amber benadrukt dat er een groot verschil is tussen een stukje achter de loodlijn lopen en je paard met zijn neus naar de borst trekken. Ze legt uit: “Het kan soms functioneel zijn om je paard iets ronder in te stellen. Je doet dit dan altijd bewust, met een zachte hand en dus zonder kracht. Houd ook rekening met de mate van africhting van je paard. Als je een getrainde balletdanser vraagt om op de grond te gaan zitten met de neus tussen de benen en het hoofd op de grond, dan lukt dat. Als je dat aan mij vraagt, kom ik niet eens tot de helft. Dat heeft alles te maken met de mate van training en flexibiliteit van de atleet. Zij ervaart geen ongemak van deze oefening, maar ik wel. Zo moet je ook naar paarden en hun hoofd-hals houding kijken. Het tijdelijk ronder en dieper instellen (zonder kracht!) is voor een wat atletischer paard soms heel geschikt in de warming up. Ik zeg niet dat we ons paard allemaal diep en rond zouden moeten rijden, maar het kan heel nuttig zijn. In je warming up bijvoorbeeld. Je laat je paard dan stretchen, aanspannen en weer loslaten, daar hoort het laag en rond instellen gewoon bij. Daarna pak je hem weer op, moet hij achter meer sluiten en aan de voorkant rijzen, richting de loodlijn. Achter de loodlijn is dus niet per definitie fout. Het wordt een ander verhaal als je je paard daar met kracht moet houden. Hij moet zelf, zonder trekken, in die houding kunnen blijven lopen. Je moet het hem dus ook aanleren, net als andere oefeningen. Een paard mag bij het ronder instellen ook niet op de voorhand gaan lopen. Hij moet zijn borstbeen intrekken, en iets opgericht lopen. Het mag nooit ten koste gaan van je horizontale evenwicht, dan moet je terug naar de basis.”

‘De hals van het paard is als de staart van een aap of een kat, die zorgt voor evenwicht en stabiliteit’

Belangrijk om te onthouden als het gaat om aanleuning:

  • “Met de hals van je paard kun je de achterbenen beïnvloeden. De gewrichtskapsels van de halswervels hebben veel zenuwuiteinden, wat ook veel pijnprikkels betekent. Op het moment dat daar iets niet goed zit, door bijvoorbeeld teveel spierspanning of wervelblokkades, werkt dat in de rest van het paardenlichaam door. Voor mij is de hals dus heel belangrijk om gezond te houden. Een paard dat bijvoorbeeld linksachter niet ‘fijn’ is, kan door een goede behandeling van de hals soms goed gaan lopen. De hals is heel bepalend in de beenzetting.”
  • Hoewel het voor sommigen misschien vriendelijk oogt, zou het volgens Amber geen doel in je training moeten zijn om met losse teugels te rijden. Ze legt uit: “Op de weg naar ultieme verzameling heeft een paard altijd een beetje druk nodig van de teugels. Natuurlijk moet dit altijd met een vriendelijke hand, maar rijden met een vriendelijke hand betekent niet zonder verbinding rijden. Dan heb je geen communicatie met de voorkant van het paard. De hals van het paard is als de staart van een aap of een kat, die zorgt voor evenwicht en stabiliteit. Als je daar de connectie mee mist, mis je de connectie met het hele paard. Het is dus beter om wel verbinding te hebben, om je paard en zijn hals te kunnen blijven bewerken. Tussendoor halsstrekken is natuurlijk wel een goede oefening. Hiermee verleng je de spieren en stimuleer je de doorbloeding. Maar om de rug op te kunnen bollen om de het ruitergewicht op de juiste manier te kunnen dragen, is een correcte curve in de hals essentieel. Met een lange teugel ontstaat zo’n juiste curve niet. Datzelfde geldt voor de nieuwe shows waar paarden alle dressuuroefeningen zonder hoofdstel uitvoeren, wat zeer bewonderenswaardig is. Echter, wij zien het einddoel, het resultaat, de weg ernaar toe van deze ruiters is vaak ook gewoon met hoofdstel. Vaak wordt alleen het einddoel gezien en denkt men dat de weg hiernaar toe ook zonder hoofdstel is. Hierdoor gaat de correcte fysieke training verloren en gaat het ten koste van het paard. De weg ernaar toe is minstens net zo belangrijk als het uiteindelijke resultaat!”
  • “Wat mensen vaak vergeten is dat een paard dat echt nageeflijk is, zijn mond een beetje beweegt omdat hij los is in zijn kaakgewricht. Dit is natuurlijk wat anders dan echt wijd open of met de tong eruit. Soms worden ruiters met een paard dat zijn mond beweegt ten onrechte afgestraft. Op het bit kauwen is juist goed. Daarmee laat je paard zien dat hij los is in kaakgewricht, waar de grote en kleinere halsspiertjes beginnen. Als je paard zijn kaak daar al vasthoudt, door bijvoorbeeld te hard trekken of gebitsproblemen, komt het nooit goed met de aanleuning. Als hij kauwt op het bit, weet je dat hij geen spanning heeft in dat gebied, en heb je fijnere aanleuning. Aanleuning begint dus ook bij paardentandarts!”
  • Mensen zeggen weleens: Hij kan op zijn rug krabben, dus zijn hals is los en gezond. Dit is een fabel, waarschuwt Amber. “Als een paard een paar gebieden in de hals heeft die los zijn, kan hij al op zijn rug krabben. Maar dit is niet voldoende, we willen dat elk wervelniveau afzonderlijk kan bewegen. Als jouw paard op zijn rug kan krabben, is dat dus geen garantie dat zijn hals in zijn geheel los en gezond is. Als hij het helemaal niet kan, dan weet je zeker dat het fout zit.”
  • Ook ‘stofzuigen’ aan de longe, waarbij het paard met zijn neus (bijna) door het zand loopt, wordt weleens gezien als een teken van een gezonde hals. Dit hoeft niet zo te zijn, vertelt Amber. “Bij de meeste paarden die dit doen, is het zo ver laten zakken van de hals niet meer functioneel. Het is functioneel tot het moment dat hij zijn horizontale balans verliest. Bij de meeste paarden is dit niet lager dan de voorknie, niet voor niets wordt bij halsstrekken gevraagd om ongeveer tot die hoogte te zakken. Dan ontstaat maximale rek op de hals zonder aanspanning te verliezen en op de voorhand te komen. Er zijn maar heel weinig paarden die kunnen blijven dragen als ze ‘stofzuigen’. Bij de meeste paarden is het dus niet functioneel en geen teken van een gezonde hals. Sterker nog, veel paarden met een probleem in de onderhals kiezen juist voor dit ‘stofzuigen’ omdat ze dan het juiste gebruik van de onderhals ontzien.
  • Er bestaat ook onduidelijkheid over het niet kunnen omrollen. Is dit nu wel of niet een teken dat je paard mogelijk problemen heeft in zijn rug of hals? Amber legt uit: “Het is niet bewezen maar het kan duiden op bekkenproblemen. Ik hoor regelmatig dat paarden die ik behandeld heb aan hun bekken, daarna ineens wel omrollen terwijl ze dat eerder niet deden. Waarschijnlijk konden ze het altijd al wel, maar kiezen er niet voor omdat het pijn doet. Als jouw paard nooit omrolt, zou je hem dus eens kunnen laten nakijken.”

Amber KoppenAmber Koppen is erkend paardenarts, –chiropractor en –acupuncturist. Samen met haar partner Bastiaan de Recht runt ze NCSAH, waar zij instructeurs opleiden om met meer kennis van de biomechanica les te geven. Je kunt bij haar terecht voor o.a. specifieke revalidatietraining, rijtechnische problemen of problemen met de wervelkolom van je paard. Amber streeft ernaar paarden gezond te houden voor wat wij van ze vragen door een combinatie van multidisciplinaire diergeneeskunde en klassieke rijkunst.

 

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant