-

Basisgangen en extra gangen van paarden en pony’s

Gangenpaard Arnd Bronkhorst

Paarden en pony’s hebben van nature drie basisgangen. Er zijn ook paarden en pony’s die als extra vier of vijf gangen aankunnen. In dit artikel gaan we dieper in op alle vormen van de gangen. Maar, doe eerst de quiz ‘gangmaker’ en test jouw eigen kennis over gangen!

Test jouw kennis over gangen

Weet jij alles over de gangen van paarden en pony’s? Test het in deze quiz vol feitjes en weetjes. En, als je alle vragen goed hebt dan ben jij de gangmaker!

Wat is een gang?

Een gang is eigenlijk een cyclische manier van voortbewegen, waarbij de benen van een paard of pony in een vaste volgorde aan de grond gezet wordt. Er wordt een verschil gemaakt in symmetrische en asymmetrische gangen. Met symmetrische gangen worden de gangen bedoeld, waarbij de beweging van de benen aan de ene zijde precies hetzelfde zijn als de beweging aan de andere zijde van het paard of de pony in de pas erna. Bij een asymmetrische gang zit er dus verschil in de beweging van de benen aan de linkerzijde ten opzichte van die aan de rechterzijde een pas later.

Als gangen zijn de basisgangen; stap, draf en galop. Daarnaast beschikken sommige paarden en pony’s over een vierde en/of een vijfde gang. Dit is erfelijk bepaald, want een afwijking in het gen blijkt hier verantwoordelijk voor te zijn.

Stap in al z’n soorten en maten

Stap is de eerste en langzaamste gang van een paard of pony. Het is een zuivere viertakt, waarbij een paard of pony zijn vier benen afwisselend optilt en weer neerzet. Van stap zijn er de volgende soorten:

  • Verzamelde stap: Iedere pas dekt minder terrein en is verhevener dan in de arbeidsstap, doordat alle gewrichten meer gebogen worden en het paard zich duidelijk draagt. De verzamelde stap is korter dan de middenstap of uitgestrekte stap en blijft actief zonder gehaast of onregelmatig te worden. Je mag deze houding niet permanent van een paard of pony verlangen, maar kunt de verzamelde stap in korte periodes herhaaldelijk uitoefenen.
  • Arbeidsstap: In deze stap beweegt een paard of pony zich monter, regelmatig en ongedwongen voort. Het vertoont een actief en rustig beeld. De stap is gelijkmatig, maar wel vastberaden.
  • Middenstap: Dit is een actieve, regelmatige en ongedwongen door het gehele lichaam vloeiende stap met een middelmatige verruiming en daarbij passende verlenging in de bovenlijn. Het paard gaat energiek en kalm en met gelijke en vastberaden stappen voorwaarts. De middenstap is een gang tussen de arbeidsstap en uitgestrekte stap in.
  • Uitgestrekte stap: In de uitgestrekte stap dekt het paard zoveel mogelijk terrein. De voorbenen stappen vrij en ruim voorwaarts en de achtervoeten treden duidelijk voorbij de afdrukken van de voorvoeten. Je staat het paard toe zijn hals te verlengen en het hoofd naar voren te brengen, zonder echter het contact met de mond te verliezen.
  • Vrije stap: Deze stap is een ontspannen gang in rust uitgevoerd. Instappen en uitstappen om te stretchen en de spieren op te warmen of juist af te koelen is in feite een vrije stap.

Draf in al z’n soorten en maten

Draf is de tweede en middelste gang voor de meeste paarden en pony’s. Draf is een tweetakt-gang. Een paard of pony beweegt zich in draf voorwaarts door het opeenvolgend gelijktijdig neerzetten van een diagonaal benenpaar (linksvoor met rechtsvoor en omgekeerd). Daartussen zit een zweefmoment. Van de draf zijn er verschillende soorten:

  • Verzamelde draf: Het in de hand gestelde paard beweegt zich met opgerichte en gewelfde hals voorwaarts. Het paard maakt kortere en meer verheven passen dan in de andere drafgangen en is lichter en beweeglijker.
  • Arbeidsdraf: De arbeidsdraf is een gang tussen de verzamelde draf en de middendraf. De arbeidsdraf wordt ontwikkeld uit de natuurlijke draf van een jong paard of pony en ligt iets boven het tempo dat het paard of de pony uit zichzelf aanhoudt.
  • Middendraf: De middendraf is een gang tussen de arbeidsdraf en de uitgestrekte draf in. Het paard beweegt zich vrij voorwaarts en verlengt zijn passen zichtbaar, met een middelmatige verruiming en daarbij passende verlenging in de bovenlijn.
  • Uitgestrekte draf: In de uitgestrekte draf dekt het paard zoveel mogelijk terrein. Het paard beweegt zich vrij voorwaarts en verlengt zijn passen tot zijn maximale kunnen dankzij een zeer sterke impuls met stuwende kracht vanuit de achterhand. De ruiter staat zijn in de hand gestelde paard toe hals en lichaam te verlengen en meer bodem te nemen.

Galop in al z’n soorten en maten

Galop is de derde basisgang en meestal ook de snelste gang van een paard of pony. Het is een drietakt en een asymmetrische gang. Galop kent veel soorten, zoals:

  • Verzamelde galop: Het in de hand gestelde paard beweegt zich met opgerichte en gewelfde hals voorwaarts. Deze galop wordt gekenmerkt door de lichtheid van de voorhand en het onderbrengen van de achterhand. Dat wil zeggen: de schouders soepel, vrij en beweeglijk en de achterhand heel actief. De sprongen van het paard zijn korter en meer verheven dan in de andere galopgangen. Het paard geeft de indruk zich steeds berg opwaarts te bewegen.
  • Galop op de plaats (terre à  terre): De groots mogelijke verzameling van de galop is de Terre à terre. Dit is een hogeschool-oefening, die niet gevraagd wordt op dressuurwedstrijden.
  • Contragalop: Dit is een galop waarbij de ruiter het paard op de linkerhand met opzet rechts laat galopperen of op de rechterhand met opzet links laat galopperen.
  • Arbeidsgalop: Een gang tussen verzamelde galop en de middengalop in. In deze galopgang dient een paard net iets actiever te galopperen dan dat het van nature zou doen.
  • Middengalop: Dit is de gang tussen de arbeidsgalop en de uitgestrekte galop in Het paard beweegt zich vrij voorwaarts en verlengt zijn sprongen zichtbaar, met een middelmatige verruiming en daarbij passende verlenging in de bovenlijn.
  • Uitgestrekte galop: In de uitgestrekte galop dekt het paard zoveel mogelijk terrein. Het paard beweegt zich vrij voorwaarts en verlengt zijn sprongen tot zijn maximale kunnen.
  • Rengalop: De rengalop gaat sneller dan welke vorm dan ook van de galop. De gang kost veel energie en wordt in de natuur door paarden en pony’s alleen in extreme vluchtsituaties gebruikt. Racepaarden worden getraind en gefokt op snelheid en uithoudingsvermogen, zodat ze de rengalop goed vol kunnen houden.

Een 4e extra gang: De tölt

De tölt is een viertaktgang, die kan gezien worden als een versnelde stap aangezien de voetvolgorde precies hetzelfde is en er geen zweefmoment is. De tölt kun je rijden in verschillende tempo’s, van snelle stap tot een behoorlijk galop. Niet alle gangenpaarden kunnen de tölt even snel en goed, het verschilt per ras en paard. Vooral IJslanders staan bekend om de tölt, maar ook andere rassen (zoals bijvoorbeeld de Marwari & Kathiawari) kunnen de tölt.

De tölt is een gang zonder zweefmoment. Het paard heeft altijd minstens 1 been aan de grond. In de tölt draagt het paard zijn hoofd hoog en heeft een trotse houding.

Een 5e extra gang: De telgang

Telgang (of rentelgang of pace) is een laterale tweetakt gang met een tweetaktbeweging. In tegenstelling tot bij de draf wordt niet het diagonale, maar het laterale benenpaar gelijktijdig opgetild. (linksvoor en linksachter gaan gelijktijdig naar voren en/of achteren). Hierdoor ontstaat voor de ruiter een heen en weer schommelende beweging.

Op wedstrijden worden telgangrennen over een afstand van 150 of 250 meter verreden. Het record op 250 m staat op 21,4 sec. Ter vergelijking: het galoprecord over 250 m is 17,3 seconden!

Bron: Paarden-blaadjes.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant