-

Balans en beweging met Equiscio

Lonneke Ruesink

Reserve klein plaatsen (Large)Klassiek geschoold paardentrainer Bastiaan de Recht en erkend paardenarts, acupuncturist en chiropractor Amber Koppen krijgen samen revaliderende paarden weer op de rit. In het Groningse Ter Apel runnen ze revalidatiecentrum Equiscio. Bastiaan: “Met trainen alleen kun je niet alle fysieke beperkingen oplossen.”

Amber Koppen en Bastiaan de Recht werken met paarden die gedragsproblemen hebben met een fysieke oorzaak en trainen revaliderende paarden. De combinatie van trainen en behandelen werkt uitstekend. Amber: “Wij gaan uit van een drie-eenheid. Het derde onderdeel is een diagnose door de dierenarts. Wij werken daarvoor veel samen met Erik Bergman van Dierenkliniek de Lingehoeve en Eric Laarakker van holistische praktijk Den Hoek. Wij trainen en behandelen niet zomaar. Bij twijfel vragen we een eigenaar van een paard eerst röntgenfoto’s of scans te laten maken, om een goede diagnose te hebben. Als er duidelijk is wat het paard heeft, dan bekijken we wat wij kunnen betekenen. Daarna maken we een behandelen trainingsplan.”

Bewegingspatroon

Bastiaan trainde op zijn zestiende al paarden met gedragsproblemen. “Er kwamen steeds meer paarden met bewegingsproblemen. “Ik probeerde die paarden door training weer goed te krijgen. Ik bracht die paarden in een nieuwe balans, daardoor ontlast je het probleemgebied en kan het paard weer functioneren. Maar wanneer je het probleem niet werkelijk oplost, dan ben je dat op een andere plek aan het compenseren. Je ziet dan de problemen na een jaar of twee jaar elders terugkomen. Daarbij merkte ik dat als ik paarden in een ander bewegingspatroon bracht, dat voor de eigenaar moeilijk was om vol te houden. De eigenaar houdt en traint het paard weer als vanouds en het paard blijft dan niet in dat nieuwe bewegingspatroon lopen. Met trainen alleen kun je sowieso niet alle fysieke bewegingsproblemen oplossen. Ik probeerde daarom allerlei therapievormen uit. Niks zette echt zoden aan de dijk.” En toen kwam de dag dat hij Amber ging lesgeven. “Zij is erkend paardenarts.”Amber vult aan. “Ik was altijd erg geïnteresseerd in het bewegingsstelsel van het paard, vooral omdat ik wedstrijden reed. Ik voelde verschillen in de manier van bewegen van het paard, voordat er een kreupelheid kwam.”Amber ging in Duitsland chiropractie studeren en deed daarnaast acupunctuur. “Om een rug nog wat makkelijker te kunnen manipuleren. Een chiropractor werkt alleen met zachte technieken, met de handen en direct op de gewrichten.”



Derde pagina. Appuyement (Large)-1Samenwerken

Amber en Bastiaan probeerden de combinatie van behandelen en trainen uit. Dat pakte goed uit. Bastiaan: “Tegenwoordig breng ik het paard niet meer in een nieuwe balans. Ik houd hem in zijn oorspronkelijke balans en zijn oorspronkelijke bewegingsmogelijkheden, zijn ‘range of movement’. Het zenuwstelsel waar hij altijd in gelopen heeft, is geprogrammeerd. Vergelijk het met een computer: wat we doen is de virussen eraf halen en de oorspronkelijke software er weer opzetten. Dat is voor het paard veel makkelijker dan dat we hem in een nieuwe balans laten lopen.”

Amber: “De souplesse van een levend wezen bestaat uit gewrichtsmobiliteit en spierlenigheid. Gewrichten hebben drie bewegingsrichtingen: rotatie, latero-flexie (zijwaartse beweging, red.) en flexie-extensie (hol-bol, zoals in de rug, red.). Een gezond gewricht moet alle bewegingen kunnen maken in de bewegingsmogelijkheid, de range of movement. En die bewegingen moeten symmetrisch zijn.” Bastiaan verklaart: “Totilas heeft een grote range of movement, veel bewegingsmogelijkheid dus, en een Shetlander weinig.” Amber: “Met een gewricht bedoelen we vooral de gewrichten in de wervelkolom. In de hals zitten er alleen al vijfentwintig.” Bas: “Amber zorgt voor de gewrichtsmobiliteit. Ik kan niet zonder haar hulp. Als trainer kun je al-
leen invloed uitoefenen op de banden en de spieren, niet op de gewrichtsmobiliteit.” Amber: “Met
alleen manipuleren van gewrichten, kom je er ook niet. De banden en spieren moeten weer getraind worden om sterk te worden en de gewrichten weer goed te laten functioneren. Train je dat niet, dan is het probleem zo terug. Wij zijn een drie-eenheid: trainer, chiropractor en dierenarts. Als uit het dierenartsonderzoek blijkt dat het paard geen onomkeerbare schade heeft, dan kan het weer goed komen. De dierenarts, die in het bewegingsapparaat is gespecialiseerd, bepaalt of het paard nog gelukkig kan zijn.” Bastiaan vult aan: “Het gaat om het welzijn van het paard.” Amber: “Ik weet bij welke problemen ik als chiropractor iets kan betekenen.

Dat is welzijn, als ik er niks aan kan doen, dan doe ik niks. Je moet weten waar therapie stopt. Wij kijken dus goed welke paarden we aannemen.”Bastiaanknikt.”Jijlaatdaarom vaak het probleemgebied van het paard op de foto en scan zetten. Soms is een paard al gefotografeerd, maar op de scan zie je dingen die je op een foto niet ziet.”

Terugkoppeling

Het programmeren van een zenuwstelsel duurt gemiddeld zes weken. Amber: “Dus duurt je revalidatie twee tot drie maanden. Dat vergt geduld en vertrouwen van de eigenaar.” Bastiaan: “Wij zetten een therapie met training in. Dan kijken we voortdurend of dit effect heeft. Ik pas me in de training steeds aan bij wat werkt. Als ik een paard train, dan controleert Amber hem steeds. Ze kijkt wat de training doet en hoe het met hem gaat.” Er is een groep paarden waarbij de therapie het vaakst aangepast moet worden, weet Amber. “De apathische paarden, die in zichzelf gekeerd zijn. Bij dergelijke paarden wordt het altijd een traject met verrassingen waarbij we van alles tegen kunnen komen. Als ik twijfels heb, wil ik diagnostiek. Hup, naar de kliniek. We moeten weten waar we mee bezig zijn. Je begint met zo’n paard met een probleem en je komt onderweg nieuwe problemen tegen, die ten grondslag liggen aan datgene wat je eerst tegenkwam. We moeten alles oplossen om dat paard op de rit te krijgen. Alles moet goed, anders is de kans van slagen nul.”

‘Meestal bestaan de eerste weken van de training voor tachtig procent uit longeren en twintig procent uit werk aan de hand’

De training voor de revalidatie begint vanaf de grond. Bastiaan: “Hoe ik een paard train, hangt van het paard af. Maar in principe ga ik niet op zijn rug zitten voor deze hersteld is. Een paard moet harmonie hebben in de gangen. Meestal bestaan de eerste weken van de training voor tachtig procent uit longeren en twintig procent uit werk aan de hand.” Amber: “Ik let er goed op dat maagzweren oplossen. Maagzweren zijn een enorme hindernis in de revalidatie. En om 17.00 uur gaat het revalidatiecentrum dicht. Ik wil rust voor de revaliderende paarden.” Bastiaan vult aan: “Je geeft ze prikkels in de training en daar moeten ze ’s avonds van herstellen.” Amber: “Ze krijgen ook rustdagen. Rustdagen zijn de dagen dat paarden spieren opbouwen. Dat doen ze niet in de training. Rust is trouwens géén stilstaan. Paarden moeten altijd bewegen. Bewegen, bewegen, bewegen. Ze komen bij ons overdag in de paddock of wei.” Bastiaan: “Paarden die niet buiten komen, die kun je eigenlijk niet trainen.”

Tweede spread - lange lijnen (Large)Harmonie

Het woord ‘klassiek’ past bij de manier van trainen van Bastiaan. Hij wilde vroeger niet zomaar paardrijden, hij wilde een intelligente en verfijnde rijkunst beoefenen. Op zestienjarige leeftijd begon hij een tienjarige opleiding in de Italiaanse klassieke rijkunst die hij in 2005 cum laude afsloot met de titel Maestro. Hij bestudeerde daarbij verschillende Franse, Duitse en Portugese rijstijlen en deed bij verschillende trainers kennis en inzichten op. Tegenwoordig traint Bastiaan bij Marcus Nowotny, ‘Bereiter’ aan de Spaanse hofrijschool te Wenen. “Wat is klassiek? Atjan Hop legt het zo uit: ‘Alles wat binnen het kader valt van de fysieke en mentale natuurlijke mogelijkheden van het paard en daarbinnen streeft naar harmonie, dat is klassiek.’ Een bosrit of een springtraining kan ook klassiek zijn.” Paarden hebben tegenwoordig, omdat ze gefokt zijn op ruime bewegingen, veel fysieke mogelijkheden. “Des te groter de bewegingsmogelijkheden van een paard, des te groter het risico op problemen. Als je dat wat Totilas van nature kan, van een gemiddeld rijpaard verlangt, dan zit je buiten wat fysiek mogelijk is en dan krijg je peesblessures, stress of overbelasting.

Ken de grenzen van je paard. Vind je zijn passage niet uitdrukkingsvol genoeg? Accepteer het maar, het is de passage van je paard. Revaliderende paarden hebben een kleine range aan mogelijkheden. Dat wat er mogelijk is, probeer je door training uit te buiten.” Amber: “Je moet de biomechanica van een paard kennen.” Een klassieke aanpak houdt in dat je ook nadenkt over het mentale gedeelte van de training, vindt Bastiaan. “Toch heb je soms stress nodig om iets te triggeren. Een paard dat in de natuur opgewonden is, kan gaan piafferen. Die opwinding geeft een prettig stofje in het hoofd van het paard. Dat is ook acute stress en dat is ook weer lekker. Houd je die stress langer vol, dan wordt het chronisch en dat is verkeerd.” Hij schudt zijn hoofd. “Wat een paard echte stress geeft, is dat hij door een blessure een oefening niet uit kan voeren. Stel, je vraagt schouderbinnenwaarts en het paard wil wel, maar hij kan het niet, omdat hij een blessure heeft aan zijn schouder. Als je dit steeds weer vraagt en het lukt hem fysiek niet, dan is dit een verkeerde vorm van stress. Eentje die een maagzweer kan opleveren.” Bastiaan legt weer verder uit. “Ik doe aan stressmanagement met alle paarden. Ik bouw stress op en bouw het weer af, zodat ze ermee om leren gaan en weten: ‘Oh, dit kan ik’.” Amber vult aan: “Het paard krijgt geduld en vertrouwen in eigen kunnen. Dat is belangrijk.”

Balletdanser

Door de training herstelt de fijnmotoriek van de paarden. Amber legt uit. “Stel, je neemt de mobiliteit en functionaliteit van de wervelkolom. Daar zitten grote en kleine spiergroepen. Kleine spiergroepen stabiliseren de wervelkolom en zorgen voor souplesse. Bij paarden die pijn hebben in hun wervelkolom of daar minder mobiliteit hebben, zie je dat de kleine spiergroepen minder actief worden. De grote spiergroepen gaan dat compenseren. Die worden hard. De meeste training is op de grote motoriek of de grote spiergroepen gericht. Dat is wat bodybuilders doen, dat zijn allemaal mannen met veel spieren en last van de rug. Balletdansers trainen op fijnmotoriek.

‘De halshouding mag nooit ten koste gaan van correct ruggebruik’

Goede dressuurtraining is vooral ook gericht op fijne motoriek, net als ballet. Vaak wordt er echter te veel getraind op alleen kracht en gebruik van grote spiergroepen. Je moet de fijnmotoriek ook trainen. Dat is met name voor de hogere dressuur belangrijk. Een paard moet kracht gebruiken in het lopen, maar met gebruik van fijnmotoriek. Vooral omdat hij daar gezond bij blijft. Daarbij speelt de hals wel een hele belangrijke rol. Een paard gebruikt zijn hals voor balans en oriëntatie in de ruimte. In de krul trekken werkt dus averechts. Een paard moet zijn hals juist soepel hebben. Werveltje voor werveltje moet de hals naar links en rechts in kunnen buigen.” Bas: “Ik zie liever een paard dat niet heel veel kan inbuigen in de hals, maar wel even veel naar beide kanten, dan een paard dat aan één kant maar kan buigen.”Wat is nu de goede hoofd-halshouding voor een paard? Amber: “Dat verschilt per paard. Er zijn ook paarden bij wie de nek niet het hoogste punt moet zijn. De halshouding mag nooit ten koste gaan van correct ruggebruik. Het moet in dienst staan van goed ruggebruik.”

BasiswerkTweede spread portret (Large)

Veel blessures ontstaan omdat een paard op jonge leeftijd al te veel moet doen. Bastiaan geeft jonge paarden de tijd om zich te ontwikkelen. “Het lichaam moet voorbereid worden op de oefeningen die het moet doen. Hoeveel Pavo Cup-paarden wij hier al wel niet gehad hebben.”Hij schudt zijn hoofd. “Alsje paarden vanaf het begin de tijd geeft, dan krijg je die blessures of mentale trauma’s niet. Laat ze eerst wennen aan een bit. Longeer ze, doe een bit in, maar maak de longe niet aan het bit vast, maar aan een kaptoom of neusriem. Daarna leer je ze vanaf de grond teugelhulpen, dat doe je vóórdat je erop gaat zitten. Pas dan komt het zadel, daar ga je eerst weer mee longeren. Ik longeer een paard drie tot zes maanden voordat ik erop ga zitten. Pas dan is de wervelkolom gespierd. Het paard kan dan nageven en snapt de teugelhulpen. Dat scheelt veel stress, zowel mentaal als fysiek. Ik denk dat er heel veel winst te halen is met goed zadelmak maken.” Amber, ook hoofdschuddend: “En dan maken ze paarden zadelmak met het oudste zadel van stal. Wij doen dat met het beste zadel van stal.” Bastiaan: “Een paard heeft lang nodig in het basiswerk om stabiliteit te vinden. Hij moet in een horizontale houding kunnen lopen, correct van achteren naar voren kunnen lopen en naar het bit gereden kunnen worden. Hij moet in drie basisgangen wendingen en voltes in balans kunnen lopen, ontspannen en harmonieus. Dat is het basiswerk.” Als Bastiaan een jong paard rijdt, krijgt hij wel eens de vraag wanneer hij het paard opricht. “Je richt een paard niet op, dat is een gevolg van de training en de balans waarin hij komt. Oprichting ontstaat. Door correcte training ontstaan die hogere oefeningen vanzelf. Verzameling bouwt constant op.”

Recht en mobiel

In de training grijpt Bastiaan steeds weer terug naar de basisafrichting. “Steeds voordat we een stapje hoger gaan, controleren we of de basisprincipes voor elkaar zijn. Het gaat om gymnastiseren en dresseren. Aan iedere stap omhoog gaat een stap gymnastiseren vooraf. Alleen als het paard ervoor gegymnastiseerd is, kan hij oefeningen en reacties tonen die nodig zijn.” Een voorbeeld. “Revaliderende paarden leer ik de piaffe om het bekken te laten kantelen. Soms leren ze die oefening al in drie minuten. Maar om de piaffe goed te krijgen, ben ik soms drie jaar bezig. Mensen steken geen tijd in de voorbereiding van het lichaam. Dan krijg je in je oefeningen eenprobleem. Stel, je pirouette naar rechts wil niet. De buiging is niet goed genoeg. Blijft het niet lukken, dan moet je terug naar therapie, kijken of er een blokkade zit in de wervelkolom. Dat laat je dan behandelen, zodat de blokkade weg is. Dan ga je weer gymnastiseren en dan weer verder dresseren.” In de training hoort ook het rechtrichten van het paard. “Rechtheid ontstaat uit zijdelingse, symmetrische mobiliteit van de wervelkolom. Een paard moet rechtgericht voorwaarts kunnen lopen. Hij moet naar alle kanten even makkelijk kunnen inbuigen. Recht en mobiel, dat is wat paarden moeten zijn.”

Thema’sTweede spread groot plaatsen (Large)

Bastiaan traint met thema’s. “Je moet nooit in één trainingssessie je hele repertoire afwerken. Dat levert alleen maar frustratie op. Ik kies een hoofdthema, bijvoorbeeld durchlassigheid in de oefeningen, of over de rug lopen, en dan kies ik daar subthema’s bij. Zo houd je overzicht. Je hebt één doel per dag. Iedere dag wat anders. Alles wat je vandaag doet, doe je voor morgen. Frustratie ontstaat als je niet traint voor morgen, maar vandaag ineens alles wilt. Dus geen galopwissel maken als het ten koste gaat van de ‘durchlassigheid’, dan ben je ineens maanden training kwijt. Geen oefeningen erdoor drukken dus. Klassieke rijkunst is gaan voor de perfectie. Altijd de harmonie bewerkstelligen en niet voor de spectaculaire oefening gaan.”Bastiaan:”De meeste problemen ontstaan door slecht rijden, slecht trainen en slecht managen van het paard.” Amber: “Wie heeft er ooit gezegd dat het trainen een uur moet duren? Dat komt uit het rijden in de manege voort.” Bastiaan: “Ik train tussen twintig en vijfenveertig minuten. Dat doen ze in de Hofrijschool in Wenen ook. Eigenlijk is het allemaal heel simpel en logisch. Iedereen wil alleen te snel.”

 

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant