-

3 effectieve oefeningen om lang en laag te rijden

Lang en laag rijden - oefeningen voor een sterker paard Arnd Bokhorst

Bij dressuur wordt veel aandacht besteed aan het opgericht rijden van een paard. We vergeten echter vaak de weg hiernaartoe; om je paard correct in deze houding te kunnen rijden, is de basis van groot belang. Het lang en laag rijden van een paard kan een mooie afwisseling zijn en bijdragen aan sterker paard en een constantere aanleuning. Dressuuramazone Rianne de Jong Gerritsen geeft tips om het lang en laag rijden te oefenen.

Waarom lang en laag rijden?

Je wilt je paard natuurlijk zo los mogelijk zijn lichaam hebben en houden, maar als je altijd maar in dezelfde houding traint, maak je de spieren ook niet verder los. Rianne de Jong Gerritsen: “We onderhouden vaak alleen de spieren die een paard of de ruiter prettig vindt. In mijn lessen zeg ik regelmatig; ‘Je bent de sportschool voor je paard.’ Als je je paard in verschillende houdingen kan rijden, maak je je paard losser en zul je merken dat je meer controle krijgt. Dit kan je oefenen door middel van lang en laag rijden.”

Door lang en laag rijden te oefenen met je paard, zal hij zijn buikspieren meer gaan aanspannen. “Daardoor kunnen we de bovenlijn van het paard sterker maken en zal het achterbeen een beter beweging naar voren onder het lichaam kunnen maken,” geeft Rianne aan. “Denk vooral aan de spieren voor en achter de schoft en de spieren achter het zadel. Alles staat met elkaar in verbinding.”

3 oefeningen om lang en laag te rijden

Oefening 1. Basis

“Probeer je paard met het losstappen al lekker actief aan een gelijke contactteugel in een lagere lijn in te stellen, met de neus net wat voor de loodlijn. We willen eigenlijk dat alle spieren, van de staart tot de oren, samenwerken. Zorg hierbij wel dat je voelt dat je paard naar je hand toe wil lopen en dat je voldoende smakelijkheid houdt in de mond en kaken. Vindt een paard het moeilijk om op het begin al te dalen in de hals, dan kun je een volte rijden waardoor je de aandacht net iets meer van jou krijgt. Hierbij wil je wat meer verbinding naar je hand toe rijden. Voel je dat je paard nog meer naar je hand toe wil lopen, probeer je dan of je wat kunt uitschuiven naar beneden. Je nodigt je paard als het waren uit om te dalen in de hals. Bij een jong of fris paard moet je er soms wel voor kiezen om wat eerder drafwerk te doen.”

Oefening 2. Uitbreiden

“Als oefening 1 goed gaat, kun je het lang en laag rijden uitbreiden. Wel vind ik het belangrijk dat je in de stap kunt schakelen zonder dat je paard zich opdrukt in de hals. Hiermee contoleer je of je paard voldoende aan je been is. Gaat hij te weinig naar voren, dan weet je eigenlijk al dat je overgang niet goed zal lukken. Hetzelfde ga je ook in de draf en galop doen. Probeer in een voorwaarts neerwaartse houding met een lichte contactteugel te schakelen en overgangen te rijden. Laat je paard ook eens wachten in de oefening bijvoorbeeld, naar bijna stap en dan weer naar voren. Zo leert je paard om te wachten op je hulp en leer je hem al rustig wat oprekken en sluiten. Het kan moeilijk zijn om je paard laag te houden tijdens het schakelen. Gebruik dan je stem, want zo kun je je paard in de mond smakelijk houden en hem op een vriendelijke manier in de juiste houding rijden. We weten het maar al te goed: met kracht winnen we nooit van een paard.”

Oefening 3. Afwisselen

“Kijk of je je paard af en toe iets hoger kan instellen. Wanneer je je paard in een lagere houding makkelijk kunt laten schakelen, wordt het achterbeen sterker en krachtiger. Hiermee verplaatsen we al wat meer gewicht naar de achterkant, waardoor je paard voor wat meer oprichting kan krijgen. We nodigen op deze manier het paard uit om in een wat meer opgerichte houding komen, zonder dat we het paard aan de voorkant gaan optillen. Probeer wel altijd de controle te bewaren, door te voelen dat je op elk moment je paard weer kan laten zakken in de hals. Denk ook aan je stelling en buiging in verschillende gangen, tempo’s en houdingen. Zo werk je steeds meer naar je eigen niveau toe.”

Lang en laag rijden: tips en oefeningen van Rianne de JongEven voorstellen

Rianne de Jong Gerritsen woont in het Gelderse Buren en groeide op tussen de paarden. Rianne geeft les op locatie of bij haar thuis. Zelf rijdt ze ook veel. “We hebben enkele paarden die net zadelmak zijn, een paard die na revalidatie weer getraind mag worden en een merrie waarmee ik in het Z2 rijd. Daarnaast vind ik de fokkerij erg leuk en fok ik samen met mijn ouders drie tot vier veulens per jaar.”

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant