-

Wedstrijdrijden: Een vak apart

Wedstrijd Arnd Bronkhorst

Je traint keihard. Je neemt les. Je werkt aan jezelf. Je kent je proeven door en door en toch stromen die winstpunten (en prijzen) maar niet binnen. Wedstrijdrijden is een vak apart. Malene Nootenboom van Bewust Wedstrijd Rijden legt uit hoe dit toch kan en hoe je dit kunt veranderen.

Je hebt het zelf vast wel eens meegemaakt. Je rijdt je dressuurproef en je altijd vlugge paard wordt ineens traag. Of je hebt een bomproof paard dat ineens schrikt van het juryhokje. Hoe kan dat toch? Malene Nootenboom legt uit dat het paard niet zozeer anders reageert op wedstrijd dan thuis: “Het paard reageert op de prikkels die hij krijgt. De invloed die deze prikkels hebben zijn afhankelijk van het karakter van het paard, de eerdere opgedane ervaringen, maar zijn vooral afhankelijk van hoe de ruiter op het paard zit.”

Valkuilen

De grootste valkuil is dat de ruiter zich gaat verkrampen, doordat hij extra goed zijn best wil gaan doen. Als je je hard inzet om te presteren, spannen je spieren meer aan dan normaal. Je paard zal dit meteen doorhebben en voelen dat jij je hulpen anders geeft dan normaal.

De tweede valkuil is dat je als ruiter meer wilt laten zien dan anders. Je wilt op wedstrijd die ene oefening perfect laten zien, maar thuis lukt het je eigenlijk nog niet foutloos. Je paard zal je hulpen daardoor niet begrijpen.

De derde valkuil is dat je als ruiter of heel veel gaat proberen te regelen of juist stopt met rijden. De ene ruiter wil alles regelen en geeft hulp na hulp of zelfs hulpen door elkaar. De andere ruiter gaat afwachtend rijden en wacht tot het paard doet wat hij moet doen. In beide gevallen snapt je paard je hulpen niet meer. Je rijdt immers ineens heel anders dan je paard gewend is.

Stel kleine en korte doelen

Hoe zorg je er dan voor dat je op wedstrijd kunt presteren? Met een goed gevoel de ring uitkomen betekent dat je hebt laten zien wat je wilde laten zien. Daarom is het belangrijk dat je vooraf bedenkt wat je doel is tijdens het rijden van je proef. Volgens Malene stellen veel ruiters zichzelf een doel waarover ze zelf de regie niet hebben. Ze zijn bijvoorbeeld gefocust op het halen van een winstpunt, maar het jurylid bepaald of je dat winstpunt zult gaan krijgen. Ze legt uit: “Doordat je gedreven bent dat winstpunt te halen, zal je meer vragen aan je paard dan normaal. Probeer jezelf kleine en korte doelen te stellen. Zoals bijvoorbeeld het rijden van vloeiende lijnen in een actief tempo. Wanneer je jezelf daarmee bezighoudt tijdens de proef blijf je rijden en voelen. Hierbij kun je in gedachten doen alsof je een potlood de proef laat tekenen en het potlood niet van het papier af mag komen.”

Tips van Malene

  • Oefen thuis je proeven en houd de focus op de kleine wedstrijddoelen die je jezelf hebt gesteld.
  • Zorg dat je in je training thuis een stapje verder bent dan je in de proef moet laten zien. Als je weet dat je één of meerdere oefeningen nog niet beheerst, bouw je spanning op vanuit je onderbewustzijn. Wanneer je er zeker van bent dat je thuis al een aantal stappen verder bent in de training, zal het rijden van een proef op een lager niveau eenvoudiger worden.
  • Zorg dat je alle oefeningen en overgangen thuis voor een dikke voldoende kunt uitvoeren, zodat je eventuele foutjes (we maken ze allemaal 😉) eenvoudig kunt oplossen.
  • Leer jezelf te focussen op wat je vraagt van je paard en vergeet je paard niet te vertellen wat je van hem wilt. Je paard kan geen gedachtenlezen (al lijkt het soms van wel) en heeft dus jou als leider nodig. Bedenk wat je wel wil doen en geef je hulpen rustig, zodat je paard jou en je hulpen begrijpt.
  • Word jij gespannen van het feit dat er een jurylid naar je kijkt? Vraag dan eens bij je vereniging of je een keer mag schrijven bij een wedstrijd. Je ontdekt zo hoe het in zijn werk gaat en zult zien dat juryleden ook maar mensen zijn.

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant