-

Het afscheid van Troef

Janna Bekkema

Je paard, je maatje, je ‘alles’… En dan is hij niet meer. Hoe ga je verder, maar ook: hoe kijk je terug op jullie tijd samen? Janna Bekkema was zeventien jaar samen met haar Friese merrie Troef. Uit het niets werd Troef ziek. Ze bleek een ontsteking in haar darmen te hebben. Toen de dierenarts aangaf dat ze over een paar dagen naar huis mocht, was Janna erg opgelucht. Toen ze vervolgens een telefoontje kreeg dat het niet goed ging met Troef snelde ze de volgende ochtend naar de kliniek, maar helaas kwam ze niet op tijd. Troef was al overleden.

“Ik kende Troef al vanaf haar geboorte. Haar moeder was namelijk mijn verzorgpaard. Toen ze twee jaar was, heb ik haar gekocht. Dat is inmiddels bijna zeventien jaar geleden. We hebben heel veel leuke dingen gedaan in die jaren, maar het liefst reden we samen buiten. Soms met anderen, maar meestal genoten we met z’n tweetjes. Een paar jaar geleden is mijn grote droom uitgekomen, samen met Troef een strandrit maken.”

Troef
1998 tot 2017

Eigenaar: Janna Bekkema (1975)
Ras: Fries
Kleur: Zwart

Troef straalde altijd een bepaalde rust uit.

Ziek

“De dag voordat Troef ziek werd, hebben mijn dochter en ik nog een wandeling met haar gemaakt. Op dat moment was er niets aan de hand. Ze was gewoon vrolijk en genoot van het ritje. De volgende ochtend kreeg ik op mijn werk een berichtje van de stal eigenaresse. Troef was ziek. Ze had koorts, een veel te hoge hartslag en diarree. De dierenarts was al langs geweest en had haar twee spuiten gegeven. Maar ’s middags was ze nog niets opgeknapt, ik besloot om opnieuw de dierenarts te bellen. Deze kwam langs en adviseerde mij om naar een kliniek te gaan.”

Ontsteking

“Hier eenmaal aangekomen werd er bloed afgenomen en een echo van haar buik gemaakt. Op dat moment had ze ook al uitdrogingsverschijnselen, hiervoor kreeg ze vocht toegediend via een sonde. Ze bleek een fikse ontsteking in haar darmen te hebben en er werd mij meteen verteld dat ze enkele dagen moest blijven. Ik vond het heel moeilijk om haar daar zo achter te laten, maar ik wist dat ze in goede handen was.”

Kliniek

“Ik ging iedere dag naar de kliniek om bij haar te zijn en in het weekend ging het al een stuk beter met haar. Ze was weer vrolijk en levendig. De dierenarts vertelde me op zondag dat ze goed vooruit ging en dat ze woensdag weer naar huis mocht. Ze moest alleen nog een paar dagen blijven om de antibioticakuren af te maken. Maar op maandagavond kreeg ik slecht nieuws. Ik werd gebeld door de dierenarts, het ging ineens slechter met Troef en hij vroeg mij om de volgende ochtend gelijk langs te komen. Op dat moment verwachtten ze niet dat ze de volgende ochtend niet zou halen. Als dit het geval geweest was, was ik natuurlijk gelijk naar haar toe gegaan.”

‘Ik zag een sms waarin stond dat ze me niet konden bereiken, maar dat Troef al overleden was’

Gemiste oproep

“De volgende ochtend was ik onderweg naar de kliniek. Ik reed langs stal om de eigenaresse van de pensionstal op te halen, zij zou met mij meegaan. Eenmaal op stal aangekomen keek ik op mijn telefoon en zag dat ik een oproep van de kliniek gemist had. Meteen daarna zag ik een sms waarin stond dat ze me niet konden bereiken, maar dat ze helaas moesten meedelen dat Troef overleden was.”

Afscheid

“Dit was afschuwelijk om zo te lezen. Ik heb geschreeuwd en gehuild, dit kon niet waar zijn! Ik moest nog een half uurtje rijden en dan zou ik bij haar zijn, maar ik was al te laat. Ik had tot de dierenarts maandagavond belde, geen moment gedacht dat ik haar zou kunnen verliezen. Het leek zo goed te gaan. Ik heb altijd gedacht dat als het zover zou zijn, ik haar zou steunen in haar laatste momenten en dat ze in mijn armen zou sterven. Ik vind het zo erg dat ik er niet voor haar was. Nu was ze helemaal alleen in een vreemde stal en dat doet pijn.”

Verdriet

“Ik ben meteen naar haar toe gegaan en heb nog heel lang bij haar gezeten. Ik heb haar geknuffeld, geaaid, kusjes gegeven en haar verteld hoeveel ik van haar hou. Het voelde fijn om op die manier toch nog een soort van afscheid te kunnen nemen. Ik werd altijd zo blij van haar, ik mis haar liefde en de rust die ze mij gaf. Ze was bijna als een therapie voor me, als ik een slechte dag had of niet goed in mijn vel zat, dan ging ik naar Troef. Dan ging ik haar borstelen, samen tutten en knuffelen en dan ging ik vervolgens met een grote glimlach naar huis. Ik genoot zo van haar, zij zorgde ervoor dat ik mij weer goed voelde. Ik kan nog niet geloven dat ik haar nooit meer zal zien. We zijn zo lang samen geweest. Ik weet dat er een tijd komt dat ik met een glimlach aan haar en alle herinneringen die we samen hebben terug kan denken. Maar nu overheerst nog het verdriet, ik mis haar vreselijk.”


Elke vrijdag vind je een nieuw verhaal online. Wil jij jouw verhaal vertellen? Geef je op!

Geef je op